Reglementair uittreksel (gedrukt).
Origineel
Reglementair uittreksel (gedrukt). Artikel 74 (6) A.R. 36 Regeling No. 1 Ambt.
REGLEMENT BETREFFENDE DE WERKWIJZE DER CENTRALE COMMISSIE VOOR GEORGANISEERD OVERLEG IN AMBTENAARSZAKEN.
§ 1. Algemeene Bepalingen.
ART. 1
Dit reglement verstaat onder „leden” der Centrale Commissie: de vertegenwoordigers van het Gemeentebestuur en van de ambtenaren, aangewezen overeenkomstig het bepaalde in het tweede en het derde lid van art. 75 van het Ambtenarenreglement.
§ 2. Van de Vergaderingen.
ART. 2
Vergaderingen worden gehouden zoo vaak de voorzitter het noodig oordeelt of de vertegenwoordigers van ten minste twee organisaties den wensch er toe aan de voorzitter te kennen geven.
ART. 3
(1) De voorzitter, of de secretaris namens hem, roept de leden der Commissie in den regel ten minste een week vóór den dag der vergadering op.
(2) Is een lid der Commissie verhinderd een vergadering bij te wonen, dan geeft het van die verhindering, zoo spoedig mogelijk, kennis aan zijn plaatsvervanger en aan den secretaris, onder vermelding van den naam van het plaatsvervangende lid, dat ter vergadering zal komen.
(3) De voorzitter kan tot hoofden van diensttakken een bijzondere uitnoodiging tot bijwoning der vergadering doen richten met het oog op de behandeling van een onderwerp, dat hun dienst in het bijzonder betreft.
(4) Een hoofd van een diensttak, dat verhinderd is gevolg te geven aan een uitnoodiging, als bedoeld in het voorgaande lid van dit artikel, doet zich ter vergadering vertegenwoordigen door zijn gewonen plaatsvervanger als hoofd van den diensttak.
ART. 4
De leden van het College van Burgemeester en Wethouders en van de Commissie van Bijstand in het beheer der Arbeids- en Pensioenzaken, zoomede de hoofden van diensttakken (voorzitters van Dienstcommissies), die niet zelve als lid de vergaderingen der Centrale Commissie bijwonen, en de plaatsvervangende leden ontvangen telkens, wanneer een vergadering wordt gehouden, hiervan mededeeling onder bijvoeging van de agenda voor deze vergadering met de bijbehoorende stukken. Dit document bevat de formele procedureregels voor de werkwijze van de 'Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenaarszaken'. Het regelt de fundamentele aspecten van het overleg tussen de werkgever (het gemeentebestuur) en de werknemers (vertegenwoordigers van de ambtenaren).
De tekst is opgebouwd uit vier artikelen:
* Artikel 1 definieert de samenstelling van de commissie door te verwijzen naar het overkoepelende Ambtenarenreglement.
* Artikel 2 bepaalt het initiatiefrecht voor het beleggen van vergaderingen. Opvallend is dat niet alleen de voorzitter, maar ook de vakorganisaties (minimaal twee) een vergadering kunnen afdwingen.
* Artikel 3 beschrijft de logistieke afhandeling: oproepingstermijnen (één week), de procedure bij verhindering en de mogelijkheid om vakspecialisten (hoofden van diensttakken) uit te nodigen voor specifieke onderwerpen.
* Artikel 4 borgt de transparantie naar andere relevante bestuursorganen, zoals het College van B&W en pensioencommissies, door hen te verplichten de agenda en stukken toe te sturen, ook als zij geen actief lid zijn. Het document dateert vermoedelijk uit het midden van de 20e eeuw (gelet op de spelling met "oo" en "ee" zoals in 'algemeene' en 'zoo'). Het vormt een essentieel onderdeel van de geschiedenis van het Nederlandse ambtenarenrecht en de ontwikkeling van de arbeidsverhoudingen bij de overheid.
De Centrale Commissie was de voorloper van de huidige vorm van medezeggenschap en georganiseerd overleg bij gemeenten. Het weerspiegelt de overgang van een eenzijdige vaststelling van arbeidsvoorwaarden door de overheid naar een model van overleg met erkende bonden. De verwijzing naar "Regeling No. 1 Ambt." en "Artikel 74 (6) A.R." duidt op een systematische codificatie van gemeentelijke rechtspositieregelingen, die destijds per gemeente of via een model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werden vastgelegd.