Officieel reglement voor arbeidsovereenkomsten.
Origineel
Officieel reglement voor arbeidsovereenkomsten. 22 april 1938. Arbeidsovereenkomst
135 wasch- en kassameisjes.
REGLEMENT, HOUDENDE DE VOORWAARDEN, WAARONDER JEUGDIGE ARBEIDSTERS BIJ DE GEMEENTELIJKE WASSCHERIJ EN JEUGDIGE KASSAMEISJES BIJ DE GEMEENTEBADHUIZEN EN BIJ DE GEMEENTELIJKE ZWEMBADEN IN DIENST KUNNEN WORDEN GENOMEN OP ARBEIDSOVEREENKOMST NAAR BURGERLIJK RECHT.
(Besluit van Burgemeester en Wethouders van 22 April 1938, No. 383d Arb. 1938).
ART. 1
In dit reglement wordt verstaan onder :
„Burgemeester en Wethouders”: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam ;
„hoofd van dienst”: het hoofd van den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen ;
„jeugdige arbeidster”: zij, die als jeugdig arbeidster zijn te werk gesteld bij de Gemeentelijke Wasscherij of als kassameisje bij de Gemeentebadhuizen en bij de Gemeentelijke Zwembaden.
ART. 2
De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan voor onbepaalden tijd, met dien verstande, dat zij vervalt op den dag, waarop de jeugdige arbeidster den 23-jarigen leeftijd bereikt. Zij wordt in tweevoud opgemaakt en door beide partijen onderteekend.
ART. 3
Ten opzichte van de arbeidsovereenkomst, aangegaan met een minderjarige, zijn de artt. 1637g en 1637h van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
ART. 4
De rechten en verplichtingen van de jeugdige arbeidster houden op te bestaan, indien de arbeidsovereenkomst ophoudt te bestaan.
ART. 5
De jeugdige arbeidster ontvangt bij haar indiensttreding een exemplaar van dit reglement. Overige voor haar geldende regelingen worden haar òf in afschrift verstrekt òf voor haar ter inzage gelegd op een voor haar gemakkelijk toegankelijke, door het hoofd van dienst aan te wijzen plaats.
ART. 6
(1) Het loon is gelijk aan het loon, vastgesteld voor de werklieden, op wie het Werkliedenreglement van toepassing is en die ingedeeld zijn in de loonklasse 0 voor de vrouwen. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands met de spelling van vóór de hervorming van 1947 (bijv. "wasch", "onderteekend", "den").
* Arbeidsvoorwaarden: Een opvallend punt is Artikel 2, waarin staat dat het contract automatisch eindigt op de dag dat de werkneemster 23 jaar wordt. Dit typeert de toenmalige arbeidsmarkt waarbij bepaalde functies strikt als "jeugdwerk" werden geclassificeerd.
* Loonvorming: In Artikel 6 wordt verwezen naar "loonklasse 0 voor de vrouwen", wat duidt op een gesegregeerd loonsysteem op basis van geslacht en leeftijd, zoals gebruikelijk in de jaren dertig.
* Rechtsgrond: Het reglement beroept zich op het Burgerlijk Recht en specifieke artikelen uit het Burgerlijk Wetboek betreffende minderjarigen, wat de formele juridische status van deze gemeentelijke aanstellingen onderstreept. Dit document stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In 1938 was de Amsterdamse gemeentelijke administratie sterk ontwikkeld en werden publieke voorzieningen zoals wasscherijen en badhuizen als essentieel gezien voor de volksgezondheid, aangezien veel woningen nog geen eigen sanitaire voorzieningen hadden. De "kassameisjes" en "jeugdige arbeidsters" vormden een specifieke groep werknemers in deze faciliteiten. De strikte leeftijdsgrens van 23 jaar hangt mogelijk samen met de toenmalige maatschappelijke opvatting dat vrouwen na die leeftijd (of bij huwelijk) uit het arbeidsproces zouden treden, of was een methode om loonkosten laag te houden door enkel jongeren in te zetten.