Brief / Ambtelijk schrijven
Origineel
Brief / Ambtelijk schrijven 25 februari 1943 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam) Den Heer Administrateur van de Afdeeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid, Raadhuis, Amsterdam (Alhier). Handgeschreven bovenaan:
Verzonden 25/2
KMuller
Getypte tekst:
M/SV
den Heer Administrateur van de
Afdeeling Assurantiezaken en Wette-
lijke Aansprakelijkheid,
Raadhuis,
A l h i e r .
10/10/1 M. 1 25 Februari 1943.
Ik heb de eer U als bijlage te doen toekomen,
een staat houdende de bijzonderheden van een vier-
tal vorderingen, waarvan de inning op moeilijkheden
stuit en waarvan de verdere behandeling, krachtens
Besluit van 29 Augustus 1941 No. I B/13 D, van den
toenmaligen Regeeringscommissaris voor Amsterdam
aan Uw Afdeeling is opgedragen.
Ik moge U verzoeken eventueele betalingen te
doen ten gunste van de rekening no. 74 van de
Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor.
De Directeur, Deze brief dient als formele kennisgeving van de overdracht van een viertal lastig inbare vorderingen. De directeur verzoekt de Afdeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid van de gemeente Amsterdam om de verdere afhandeling over te nemen. De juridische grondslag hiervoor is een specifiek besluit uit 1941. Tevens wordt aangegeven naar welke rekening eventueel geïnde gelden moeten worden overgemaakt: rekening no. 74 van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor. De opmaak en taal zijn kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd: zeer beleefd ("Ik heb de eer U...", "Ik moge U verzoeken...") en zakelijk. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "toenmalige Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (Edward Voûte) herinnert aan het feit dat het democratische gemeentebestuur door de bezetter was vervangen. De Centrale Markt was in deze periode van schaarste en distributie een vitaal onderdeel van de stedelijke infrastructuur. Het feit dat vorderingen "op moeilijkheden stuiten" kan wijzen op de algemene economische malaise of de complexe situatie van vorderingen op personen of bedrijven die door de oorlogsomstandigheden getroffen waren. De term "Alhier" in de adressering was gebruikelijk wanneer de correspondentie binnen dezelfde gemeente plaatsvond. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Deze brief dient als formele kennisgeving van de overdracht van een viertal lastig inbare vorderingen. De directeur verzoekt de Afdeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid van de gemeente Amsterdam om de verdere afhandeling over te nemen. De juridische grondslag hiervoor is een specifiek besluit uit 1941. Tevens wordt aangegeven naar welke rekening eventueel geïnde gelden moeten worden overgemaakt: rekening no. 74 van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor. De opmaak en taal zijn kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd: zeer beleefd ("Ik heb de eer U...", "Ik moge U verzoeken...") en zakelijk.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "toenmalige Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (Edward Voûte) herinnert aan het feit dat het democratische gemeentebestuur door de bezetter was vervangen. De Centrale Markt was in deze periode van schaarste en distributie een vitaal onderdeel van de stedelijke infrastructuur. Het feit dat vorderingen "op moeilijkheden stuiten" kan wijzen op de algemene economische malaise of de complexe situatie van vorderingen op personen of bedrijven die door de oorlogsomstandigheden getroffen waren. De term "Alhier" in de adressering was gebruikelijk wanneer de correspondentie binnen dezelfde gemeente plaatsvond.