Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam. 7 april 1943. Gemeente Amsterdam, Afdeling Assistentie Zaken en Werkloozen-Administratie (Afd. Ass.Z. en W.A.), Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 197. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. [Briefhoofd]
No. 10/10/2 M. 1943 8/y
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 197, kamer 28
[Linkerkant briefhoofd]
Telefoon 43130, 43321 Toestel 561
Postgiro 13500 (193) Gemeentegiro 193
Men wordt verzocht, bij het antwoord
nauwkeurig den datum, het nummer en
de afdeeling van dezen brief te vermelden
[Rechterkant briefhoofd]
Afd. Ass.Z. en W.A. No. V. I / 145 a
Bijlagen:
Datum: 7 April 1943.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
mr. th. Muijllaert [?]
[Inhoud]
Betreft Uw schrijven dd. 25 Februari 1943 no. 10/10/1/M.
Naar aanleiding van het bovenaangehaald schrijven, deel ik U mede, dat de vordering op J. Presser ad f 5.- is verhaald. Dit bedrag zal binnenkort op girorekening no. 74 worden overgeschreven.
Ph. Nikkelsberg is gedeporteerd, derhalve is het bedrag ad f 10.- oninbaar. —
Met den debiteur van Praag en Bolle is een regeling getroffen.
Zoodra de door hen verschuldigde bedragen zijn voldaan, zal overschrijving op Uw girorekening plaats vinden.
[Paraaf links:] K.
De Administrateur,
Hoofd van de Afdeeling,
[Handtekening: Kuenen]
Den Heer Directeur
van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M . W.
[Handgeschreven aantekening rechtsonder:]
vastgel. [?]
in deb. boek
9/4-43 [Paraaf]
[Onderaan:]
Stadsdrukkerij Amsterdam 25868-12-42-2000 Deze brief is een administratieve afwikkeling van kleine schulden door de Gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De toon is zakelijk en bureaucratisch. De brief geeft inzicht in hoe de gemeentelijke administratie omging met vorderingen op burgers in een tijd van extreme ontwrichting.
Opvallend is de vermelding van drie namen die veelal geassocieerd worden met de Joodse gemeenschap in Amsterdam: J. Presser, Ph. Nikkelsberg, en Van Praag. Het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de Centrale Markthallen) had vaak te maken met Joodse handelaren en marktkooplieden.
De bedragen zijn naar huidige maatstaven klein (f 5,- en f 10,-), maar werden strikt opgevolgd. De handgeschreven kanttekening onderaan duidt op de verwerking in het "debiteurenboek" op 9 april 1943. Het document is een schrijnend voorbeeld van de "banaliteit van het kwaad" binnen de bureaucratie tijdens de Holocaust. Terwijl de systematische vervolging en deportatie van Joodse Amsterdammers in 1943 op zijn dieptepunt was, bleef het ambtelijk apparaat functioneren alsof het reguliere zaken betrof.
De zin "Ph. Nikkelsberg is gedeporteerd, derhalve is het bedrag ad f 10.- oninbaar" is historisch zeer zwaar geladen. Voor de ambtenaar was de deportatie van een mens louter een administratieve reden om een schuld als oninbaar weg te strepen. Uit oorlogsarchieven is bekend dat Philip Nikkelsberg inderdaad is weggevoerd; hij werd op 16 april 1943 (slechts negen dagen na deze brief) in Sobibor vermoord. De brief illustreert hoe de ontrechting van Joden tot in de kleinste financiële details van de gemeentelijke administratie werd doorgevoerd.