Archiefdocument
Origineel
Behoort bij brief 10/10/1 M. d.d. 25 Februari 1943
aan den Heer Administrateur van de afd. Assurantie-
zaken en Wettelijke Aansprakelijkheid ter Gemeente-
secretarie van den Directeur van het Bedrijf der
Centrale Markt.
Staat van vorderingen, waarvan de inning op moeilijk-
heden stuit.
======================================================
Naam en adres | aard der schuld | te vorderen bedrag
-
J.Presser en S. Casserus
respectievelijk wonende
Marnixstraat 204 | reparatie van | f 5.--
Retiefstraat 35 | 5 ruiten in pak- |
| huis F. 9 | -
Ph.Nikkelsberg
Lekstraat 20 II | plaatsgeld 1942 |
| te betalen f 208,35 |
| betaald " 198,35 |
| | ---------
| | f 10.-- -
J. van Praag
Muiderstraat 23 | pakhuis-huur 1939 f 700.- |
| " 1940 " 262,53 |
| | --------- |
| te betalen f 962,53 |
| | |
| betaald in 1939 f 628,30 |
| " 1940 f 264.- |
| " 1941 " 30.- |
| " 1942 " 24.- |
| | --------- |
| | f 946,30 | f 16,23
(laatste betaling op 4 October 1942)
- L.Bolle
2e Boerhavestraat 73 huis | plaatsgeld 1940 f 500.- |
| " 1941 " 150.- |
| | --------- |
| | f 650.- | f650.-
| betaald in 1940 f 466,64 |
| " 1941 " 130.- |
| " 1942 " 291.- |
| | --------- |
| | f 625,64 | f625,64 | f 24,36
(laatste betaling 3 Juli 1942)
--- Dit document is een overzicht van openstaande schulden aan het Bedrijf der Centrale Markt in Amsterdam. De vorderingen betreffen diverse zaken: reparatiekosten voor ruiten, huur van een pakhuis en 'plaatsgeld' (waarschijnlijk voor een marktkraam).
Opvallend is de gedetailleerde boekhouding van de deelbetalingen. Bij de laatste twee posten (Van Praag en Bolle) valt op dat er tot diep in 1942 nog kleine bedragen zijn afbetaald, maar dat de betalingen daarna zijn gestopt. De ambtenaar merkt expliciet op dat de inning op "moeilijkheden stuit".
--- Het document is gedateerd op 25 februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De namen op de lijst (Presser, Casserus, Nikkelsberg, Van Praag en Bolle) zijn veelal Joodse namen. De locaties bevinden zich in Amsterdamse buurten met een historisch grote Joodse populatie, zoals de Muiderstraat en de Transvaalbuurt (Retiefstraat).
De reden dat de inning op "moeilijkheden stuit", wordt niet expliciet benoemd, maar is in de historische context van 1943 zonneklaar: de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar kampen zoals Westerbork, Sobibor en Auschwitz waren in volle gang. De laatste betalingsdata (juli en oktober 1942) komen exact overeen met de periode waarin de razzia's en deportaties in Amsterdam intensiveerden. Dit document vormt een kil, bureaucratisch bewijs van hoe de Holocaust de dagelijkse administratie van de stad beïnvloedde; mensen werden uit de administratie 'verwijderd' omdat ze simpelweg niet meer aanwezig waren om hun rekeningen te betalen. J. van Praag S. Casserus
Samenvatting
Dit document is een overzicht van openstaande schulden aan het Bedrijf der Centrale Markt in Amsterdam. De vorderingen betreffen diverse zaken: reparatiekosten voor ruiten, huur van een pakhuis en 'plaatsgeld' (waarschijnlijk voor een marktkraam).
Opvallend is de gedetailleerde boekhouding van de deelbetalingen. Bij de laatste twee posten (Van Praag en Bolle) valt op dat er tot diep in 1942 nog kleine bedragen zijn afbetaald, maar dat de betalingen daarna zijn gestopt. De ambtenaar merkt expliciet op dat de inning op "moeilijkheden stuit".
Historische Context
Het document is gedateerd op 25 februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De namen op de lijst (Presser, Casserus, Nikkelsberg, Van Praag en Bolle) zijn veelal Joodse namen. De locaties bevinden zich in Amsterdamse buurten met een historisch grote Joodse populatie, zoals de Muiderstraat en de Transvaalbuurt (Retiefstraat).
De reden dat de inning op "moeilijkheden stuit", wordt niet expliciet benoemd, maar is in de historische context van 1943 zonneklaar: de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam naar kampen zoals Westerbork, Sobibor en Auschwitz waren in volle gang. De laatste betalingsdata (juli en oktober 1942) komen exact overeen met de periode waarin de razzia's en deportaties in Amsterdam intensiveerden. Dit document vormt een kil, bureaucratisch bewijs van hoe de Holocaust de dagelijkse administratie van de stad beïnvloedde; mensen werden uit de administratie 'verwijderd' omdat ze simpelweg niet meer aanwezig waren om hun rekeningen te betalen.