Brief (doorslag/archiefkopie)
Origineel
Brief (doorslag/archiefkopie) 24 november 1942 Waarnemend Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) [Handgeschreven, potlood:] Verzonden 24/11
[Handgeschreven, potlood:] H. Muller [onderstreept]
[Getypt, rechtsboven:] HB.
[Getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
10/36/1 M. [tab] 24 November 1942.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te wil-
len bevorderen, dat voor het jaar 1943 een persoonlijke dienst-
kaart voor de Gemeentetram, geldig op alle dagen en uren, wordt
verstrekt aan den directeur van het Marktwezen.
[tab] De Directeur,
[tab] wnd.
[Handgeschreven, paars/blauwe inkt:]
idem voor 1944.
10/80/1 Dit document is een formele, ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd (1942). De waarnemend directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een vrije tramkaart (dienstkaart) te regelen voor de directeur van het Marktwezen. Deze kaart zou onbeperkt geldig moeten zijn voor het gehele jaar 1943.
Opvallend is de handgeschreven toevoeging onderaan, die aangeeft dat hetzelfde verzoek werd herhaald voor het jaar 1944, voorzien van een nieuw kenmerk (10/80/1). Dit duidt op het administratieve proces van jaarlijkse verlengingen van dergelijke privileges voor hooggeplaatste ambtenaren. De term "Alhier" in de adressering bevestigt dat beide partijen zich in dezelfde gemeente bevonden, hoogstwaarschijnlijk Amsterdam gezien de terminologie (Marktwezen, Gemeentetram). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening een cruciaal en politiek gevoelig dossier. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' en de 'Directeur van het Marktwezen' speelden sleutelrollen in de distributie van schaarse goederen en het toezicht op markten. In Amsterdam was het Marktwezen verantwoordelijk voor de centrale markt en diverse straatmarkten.
Mobiliteit was essentieel voor ambtenaren in deze functies, maar brandstof en privévervoer waren uiterst beperkt. Een 'persoonlijke dienstkaart' voor de Gemeentetram (GVB in Amsterdam) was daarom een belangrijk instrument om de werkzaamheden effectief uit te kunnen voeren. Het feit dat dit verzoek via de Wethouder Levensmiddelen loopt, suggereert een nauwe samenwerking of hiërarchische lijn tussen deze diensten in die periode. De datering (november 1942) valt in een periode waarin de schaarste toenam en de bureaucratische controle op alle aspecten van het dagelijks leven, inclusief vervoer, verstrakte.
Samenvatting
Dit document is een formele, ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd (1942). De waarnemend directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een vrije tramkaart (dienstkaart) te regelen voor de directeur van het Marktwezen. Deze kaart zou onbeperkt geldig moeten zijn voor het gehele jaar 1943.
Opvallend is de handgeschreven toevoeging onderaan, die aangeeft dat hetzelfde verzoek werd herhaald voor het jaar 1944, voorzien van een nieuw kenmerk (10/80/1). Dit duidt op het administratieve proces van jaarlijkse verlengingen van dergelijke privileges voor hooggeplaatste ambtenaren. De term "Alhier" in de adressering bevestigt dat beide partijen zich in dezelfde gemeente bevonden, hoogstwaarschijnlijk Amsterdam gezien de terminologie (Marktwezen, Gemeentetram).
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening een cruciaal en politiek gevoelig dossier. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' en de 'Directeur van het Marktwezen' speelden sleutelrollen in de distributie van schaarse goederen en het toezicht op markten. In Amsterdam was het Marktwezen verantwoordelijk voor de centrale markt en diverse straatmarkten.
Mobiliteit was essentieel voor ambtenaren in deze functies, maar brandstof en privévervoer waren uiterst beperkt. Een 'persoonlijke dienstkaart' voor de Gemeentetram (GVB in Amsterdam) was daarom een belangrijk instrument om de werkzaamheden effectief uit te kunnen voeren. Het feit dat dit verzoek via de Wethouder Levensmiddelen loopt, suggereert een nauwe samenwerking of hiërarchische lijn tussen deze diensten in die periode. De datering (november 1942) valt in een periode waarin de schaarste toenam en de bureaucratische controle op alle aspecten van het dagelijks leven, inclusief vervoer, verstrakte.