Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier). 2 november 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (afgeleid uit de term "Gemeentetram" en de context van de bestuursstructuur). [Handgeschreven paraaf in blauwe inkt]
RP.
10/80/1M. 2 November 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat voor het jaar 1944 een persoonlijke dienstkaart voor de Gemeentetram, geldig op alle dagen en uren, wordt verstrekt aan den directeur van het Marktwezen.
De Directeur, In dit korte, zakelijke schrijven verzoekt de directeur van de Dienst Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een "persoonlijke dienstkaart" voor het jaar 1944. Deze kaart zou de directeur onbeperkt toegang geven tot de Amsterdamse Gemeentetram (GVB). Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief is gedateerd in november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was mobiliteit niet vanzelfsprekend. Brandstoftekorten zorgden ervoor dat privédienstwagens schaars waren, waardoor ook hoge ambtenaren afhankelijk waren van het openbaar vervoer.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd een cruciale post vanwege de toenemende schaarste en de complexe distributie van voedsel via het bonnensysteem. Dat de directeur van het Marktwezen (verantwoordelijk voor de markten waar voedsel werd verhandeld) een vrijkaart voor de tram nodig had "op alle dagen en uren", wijst op de noodzaak om zich snel door de stad te kunnen verplaatsen voor toezicht en beheer in een tijd van strikte rantsoenering. De spelling (zoals "Den Heer" en "Marktwezen") is conform de toen geldende spelling-Marchant. Marktwezen
Samenvatting
In dit korte, zakelijke schrijven verzoekt de directeur van de Dienst Marktwezen aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een "persoonlijke dienstkaart" voor het jaar 1944. Deze kaart zou de directeur onbeperkt toegang geven tot de Amsterdamse Gemeentetram (GVB). Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd.
Historische Context
De brief is gedateerd in november 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was mobiliteit niet vanzelfsprekend. Brandstoftekorten zorgden ervoor dat privédienstwagens schaars waren, waardoor ook hoge ambtenaren afhankelijk waren van het openbaar vervoer.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd een cruciale post vanwege de toenemende schaarste en de complexe distributie van voedsel via het bonnensysteem. Dat de directeur van het Marktwezen (verantwoordelijk voor de markten waar voedsel werd verhandeld) een vrijkaart voor de tram nodig had "op alle dagen en uren", wijst op de noodzaak om zich snel door de stad te kunnen verplaatsen voor toezicht en beheer in een tijd van strikte rantsoenering. De spelling (zoals "Den Heer" en "Marktwezen") is conform de toen geldende spelling-Marchant.