Getypt ambtelijk document / beleidsvoorstel (pagina 4 van een groter geheel).
Origineel
Getypt ambtelijk document / beleidsvoorstel (pagina 4 van een groter geheel). -4-
iedere maand moet hebben plaatsgehad. Alsdan zijn er in elk ge-
val 3 dagen verstreken, waarop de koopman verplicht is geweest
zijn plaats op de markt te bezetten en hij dus in de gelegenheid
is geweest om te betalen. Wanneer de koopman op den achtsten van
de maand nog in gebreke is, wordt de hem toegekende plaats inge-
trokken. Krachtens artikel 11 sub.d van het Reglement ontvangt
de koopman thans wanneer hij 3 weken marktschuld heeft nog een
schriftelijke waarschuwing. Deze waarschuwing zouden wij wenschen
te laten vervallen, omdat gebleken is, dat vele kooplieden een-
voudig de waarschuwing afwachten alvorens te betalen. Zou deze
bepaling van kracht blijven, dan zou hieruit automatisch ont-
staan, dat de betaling toch over een groot gedeelte der maand
zou geschieden met alle gevolgen van dien.
Wij stellen ons voor de hierbedoelde kooplieden op duide-
lijke wijze kenbaar te maken, dat hun vaste plaats is ingetrok-
ken, wanneer zij niet vóór den achtsten der maand het marktgeld
hebben voldaan. Indien aan dit voorschrift streng de hand wordt
gehouden, dan lijdt het naar onze opvatting geen twijfel of de
kooplieden weten binnen enkele maanden niet beter of zij moeten
vóór den achtsten betaald hebben.
De verwachting schijnt ons niet ongemotiveerd, dat vele
kooplieden tot halfjaarlijksche betaling zullen overgaan om aan
het gevaar van het verliezen van hun vaste plaats te ontsnappen.
Wij stellen U daarom voor, artikel 11 sub.d van het Regle-
ment op de Markten te doen vervallen en daarvoor een nieuwe ali-
nea op te nemen, zooals hieronder bij de recapitulatie onder
ad.II is omschreven.
III. Invoering van een heffing per kalendermaand in plaats van
per kalenderweek voor de standplaatsen buiten de markten.
De krachtens artikel 28 der Verordening op de Heffing door
den Burgemeester uitgereikte standplaatsvergunningen veroorzaken
een zeer uitgebreide administratieve behandeling, doordat elke
vergunning anders van inhoud is. Dit betreft zoowel het aantal
meters openbare gemeentegrond, als het aantal dagen, dat de
standplaats per week wordt bezet.
De grondslag voor de heffing van het standplaatsgeld is
vervat in artikel 16 der Verordening op de Heffing. Dit geeft
een tarief per strekkenden meter per dag, per kalenderweek en per
kalenderhalfjaar.
Er zijn in totaal 26 vergunningen verleend voor 1 m.,
hoofdzakelijk bloemenstandplaatsen voor een maand; 50 voor 2 m.;
275 voor 3 m., hoofdzakelijk haringstandplaatsen; 17 voor 4 m.
en 2 voor 5 m. openbaren gemeentegrond.
Ter verkrijging van een zoo groot mogelijke eenvormigheid
in de vergunningen ware het eenvoudigste om een minimumtarief
van bijvoorbeeld 3 meter in te voeren. Van de zijde der Politie
zou hiertegen zeker ernstige bezwaren worden ingebracht, omreden
de 26 bloemenstandplaatsvergunningen van 1 m. in verband met ver-
keersbezwaren niet tot 3 meter zouden kunnen worden vergroot.
Het tarief per strekkenden meter moet derhalve worden gehand-
haafd. * Spelling: Het document hanteert de spelling-Marchant (vóór de hervorming van 1947). Dit is te zien aan woorden als "wenschen", "zooals", "halfjaarlijksche" en het consequent gebruiken van de verbogen 'n' bij mannelijke woorden in de verbogen naamval ("den achtsten", "den Burgemeester", "strekkenden meter").
* Terminologie: Typisch ambtelijke termen uit die periode zoals "in gebreke is", "streng de hand wordt gehouden" en "recapitulatie".
* Structuur: Het document is logisch opgebouwd. Het eerste deel handelt over de handhaving van betalingen (het schrappen van de waarschuwingsperiode om snellere betaling af te dwingen). Het tweede deel (hoofdstuk III) gaat over administratieve lastenverlichting door de heffingsperiode te veranderen.
* Cijfers: De tekst geeft een interessant inkijkje in de samenstelling van de straathandel: haringstandplaatsen (3 meter) zijn veruit de grootste groep (275 stuks), gevolgd door kleine bloemenstandplaatsen (26 stuks). Dit document is afkomstig uit een gemeentelijk archief en betreft een voorstel tot efficiënter beheer van de openbare markt en straathandel. De gemeente kampt met twee problemen:
1. Betalingsmoraal: Kooplieden wachten op de wettelijke waarschuwing voordat ze hun staangeld betalen. Het voorstel is om deze waarschuwing af te schaffen; wie op de 8e van de maand niet betaald heeft, verliest direct zijn plek. Men verwacht dat dit de overstap naar halfjaarlijkse betaling zal stimuleren.
2. Administratieve druk: Het berekenen van kosten voor incidentele standplaatsen (buiten de markt) per week is te bewerkelijk omdat elke vergunning verschilt in omvang en dagen. De overstap naar een maandtarief moet dit vereenvoudigen. Een plan voor een minimumtarief (gebaseerd op 3 meter) strandt echter op bezwaren van de politie; kleine bloemenstallen van 1 meter mogen niet groeien vanwege de verkeersveiligheid.