Getypte ambtelijke nota.
Origineel
Getypte ambtelijke nota. 14 januari 1943. -7-
3 14 Januari 43
17/1/1 den Heer Wethouder voor
~~xx~~ de Levensmiddelen.
Krachtens besluiten door Burgemeester en Wethouders in den loop der jaren genomen moet in een zevental gevallen vrijstelling van betaling van markt- en standplaatsgelden worden verleend en wordt de marktplaats of standplaatsvergunning gedurende dien tijd voor den betrokkene beschikbaar gehouden.
In onderstaande gevallen wordt vrijstelling van betaling verleend:
a. bij volledigen steun van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken.
b. met volledigen steun gelijkgestelden, omdat ze onderhoudplichtige bloedverwanten hebben.
c. bij werkverschaffing of
ca. militairen dienst.
d. bij opname in een ziekeninrichting, sanatorium of herstellingsoord.
e. bij tewerkstelling in het buitenland, wanneer zulks gebeurt op aanwijzing van den Directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau.
f. bij rechterlijk vonnis opgelegde gevangenisstraf of hechtenis van meer dan een kalendermaand.
g. bij het genieten van Zuiderzeesteun.
Bedoelde vrijstellingen, in het bijzonder die, welke onder a.b.en c. worden genoemd, hebben in den loop der jaren onder de kooplieden, die het geheele jaar hun handel op de markten drijven, tot veel ontstemming aanleiding gegeven.
Deze vrijstelling van betaling brengt mede, dat de vaste plaatsen van de kooplieden, die in steun zijn, voor hun moeten worden opengehouden. Hierdoor ontstaat de toestand, dat kooplieden, die jaar na jaar de wintermaanden in den steun zijn hun plaatsen zien opengehouden en dat kooplieden, die des winters op hun plaatsen mogen staan bij het aanbreken van het voorjaarsseizoen, wanneer er wat meer te verdienen valt weer met de minder goede plaatsen op de markten genoegen moeten nemen.
Deze regeling is van uit verschillende gezichtspunten gezien, zeer aanvechtbaar. Ten eerste blijkt, dat de eene koopman op een plaats, waar de andere blijkbaar niet het geheele jaar door zijn brood kan verdienen, dit wel kan, terwijl eerstgenoemde voor het geheele jaar recht op die plaats heeft. Is deze regeling zakelijk gezien dus al niet sterk te noemen, uit een oogpunt van redelijkheid is zij dit al evenmin. Immers practisch komt zij hierop neer, dat de koopman, die voor de andere zijn plaats in den winter als verkoopplaats in stand houdt, ieder voorjaar opnieuw zijn eigen plaats als verkoopplaats weer moet opbouwen. De ontstemming, die deze regeling, zooals gezegd als sedert jaren heeft gewekt, schijnt ons alleszins gemotiveerd.
Markt-technisch gezien, is de bestaande regeling ook niet goed te noemen. Wil een markt als koopgelegenheid aantrekkelijk zijn dan is het van het grootste belang, dat zij een vast aan- De nota kaart een conflict aan binnen het marktwezen tussen de sociale voorzieningen en de economische praktijk.
- Sociale Rechtvaardigheid vs. Economische Realiteit: De bestaande regeling beschermde kooplieden die tijdelijk niet konden werken (door ziekte, werkverschaffing of armoede) door hun marktplaats gratis te reserveren.
- De 'Winterkoopman': De tekst signaleert scheve gezichten. Kooplieden die het hele jaar door werken (ook in de zware wintermaanden), voelen zich benadeeld. Zodra het voorjaar begint en de handel winstgevender wordt, moeten zij hun goede plekken weer afstaan aan collega's die de hele winter 'in de steun' (de bijstand) hebben gezeten.
-
Argumentatie: De auteur vindt de regeling "aanvechtbaar" en "onredelijk". Het beleid ontmoedigt volgens de nota de ondernemersgeest van degenen die wel het hele jaar door proberen hun brood te verdienen zonder overheidssteun. Dit document stamt uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele elementen in de tekst zijn kenmerkend voor deze periode:
-
Tewerkstelling in het buitenland (punt e): Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz, waarbij Nederlandse mannen gedwongen werden in Duitsland te gaan werken. De regeling zorgde ervoor dat zij bij terugkomst hun plek op de markt niet kwijt waren.
- Gewestelijk Arbeidsbureau: Dit was de instantie die tijdens de bezetting de arbeidsbemiddeling en de uitzending van arbeiders naar Duitsland reguleerde.
- Sociale omstandigheden: De armoede was groot, wat de vele verwijzingen naar "steun" (bijstand) en "werkverschaffing" verklaart.
- Wethouder voor de Levensmiddelen: In oorlogstijd was deze functie cruciaal vanwege de schaarste en de rantsoenering. De markt was een van de weinige plekken waar nog (beperkt) handel in voedsel en goederen plaatsvond, wat de ordening van de staanplaatsen een politiek gevoelig dossier maakte.