Ambtelijk advies/voorstel betreffende marktverordeningen.
Origineel
Ambtelijk advies/voorstel betreffende marktverordeningen. 16 Mei (jaar waarschijnlijk 1935, gezien de referentie naar een besluit van februari 1935). Gemeente Amsterdam (Dienst der Markten). 1 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Commissie van Advies voor de markten, die zich eenstemmig met de verschillende gewyzigde en nieuwe heffingen heeft vereenigd.
Ter toelichting van myn voorstellen volgt hieronder een bespreking der verschillende bepalingen, voor zoo ver deze in de bestaande verordeningen anders luiden of niet voorkomen.
I. Verordening op de heffing van marktgelden, enz.
Een gewyzigde benaming is noodig, in verband met de voorgestelde invoering van "kramengeld" en "ligplaatsgeld". De benaming wordt vastgesteld in art. 32. De toevoeging "enz." lykt my gewenscht, ter aanduiding, dat de verordening niet alleen de heffing van het marktgeld regelt, maar ook die van andere belastingen (stand- en ligplaatsgeld; ventgeld; kramengeld). Bovendien zou, zonder deze toevoeging, in de practyk eenige verwarring kunnen ontstaan met de Verordening op de heffing van marktgelden, die m.i.v. 15 October 1934 is ingetrokken.
Art. 1 sub e der bestaande verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden kome te vervallen. Dit artikel gaf den grondslag aan van het op de Centrale Markt verschuldigde raccordementsgeld, dat in art. 15 nader werd geregeld. By Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 22 Februari 1935 (No. 1302 L.M.1934) is, onder toepassing van art. 9 der Verordening op de heffing, bepaald, dat het raccordementsgeld voorloopig niet meer wordt geheven. De aanleiding tot dit Besluit was, dat het raccordementsgeld de kosten voor het spoorwegvervoer te zeer verzwaarde, zoodat geen enkele wagon ter Centrale Markt werd aangevoerd. Na de tydelyke buiten werking stelling van het raccordementsgeld heeft de op de Centrale Markt gevestigde handel een contract met de Directie der Nederlandsche Spoorwegen afgesloten, waardoor het zich aanvankelyk liet aanzien, dat * Onderwerp: Herziening van de Amsterdamse marktverordeningen en specifieke heffingen.
* Kernpunten:
1. Naamswijziging: Voorstel om de term "enz." toe te voegen aan de "Verordening op de heffing van marktgelden" om ook kramengeld, ligplaatsgeld en ventgeld te dekken en verwarring met de ingetrokken verordening van 1934 te voorkomen.
2. Afschaffing Raccordementsgeld: Voorstel om de heffing op het gebruik van de spoorwegverbinding (raccordement) op de Centrale Markt (tegenwoordig Food Center Amsterdam) formeel te laten vervallen.
3. Economische reden: Het raccordementsgeld maakte het spoorvervoer te duur, waardoor handelaren geen wagons meer lieten komen. Na de tijdelijke stopzetting in februari 1935 kon de handel direct afspraken maken met de NS.
* Stijl en Spelling: Formeel ambtelijk taalgebruik met de destijds gebruikelijke spelling (zoals "myn", "gewyzigde", "lykt"). Er is een handmatige correctie zichtbaar bij "marktgelden, enz." waar "en" is doorgestreept en vervangen door een komma. Dit document stamt uit de crisisjaren dertig in Amsterdam. De stad probeerde haar marktsysteem (inclusief de in 1934 geopende Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat) efficiënter te maken. De wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode een cruciale functie, belast met de voedselvoorziening en de economische infrastructuur van de stad. De strijd tussen verschillende transportmiddelen (spoor versus weg) is hier duidelijk zichtbaar: de gemeente moest belastingverplichtingen laten varen om het gebruik van de spoorweginfrastructuur op het marktterrein voor handelaren aantrekkelijk te houden. De verwijzing naar de Nederlandse Spoorwegen (NS) benadrukt de nationale logistieke belangen.