Archief 745
Inventaris 745-400
Pagina 364
Dossier 21
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of brief (doorslag).

16 mei (jaartal niet expliciet op deze pagina, waarschijnlijk jaren '30 of '40 op basis van spelling en terminologie).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of brief (doorslag). 16 mei (jaartal niet expliciet op deze pagina, waarschijnlijk jaren '30 of '40 op basis van spelling en terminologie). 3 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

plaatsen op de markten plegen namelyk het marktgeld door te
betalen, ook wanneer zy een plaats op een bepaalden dag, of
gedurende eenigen tyd, niet bezetten. De bedoelde plaats
wordt dan tydelyk als losse plaats uitgegeven aan een
anderen koopman, die er op zyn beurt weer marktgeld voor
betaalt. Het doorbetalen van vaste plaatsen, ook wanneer zy
niet worden bezet, volgt logisch uit het feit, dat de plaats
"vast" is, d.w.z. tot op een zeker tydstip voor den recht-
hebbende wordt gereserveerd. De kooplieden hebben dan ook
nog nimmer tegen het doorbetalen van plaatsgeld, dat zy als
volkomen billyk erkennen, bezwaar gemaakt. Ik geef mitsdien
in overweging, om voor de in dit artikel genoemde markten
als grondslag te aanvaarden: het toekennen van het recht op
een plaats.

    Bovendien kan de vermelding van het als markt aan-

gewezen openbare gemeentewater in dit artikel vervallen:
noch voor de algemeene dag- en weekmarkten, noch voor de
z.g. Uilenburgmarkt is openbaar gemeentewater aangewezen;
ook de bestaande Verordening kent trouwens voor het innemen
van plaats in dergelyk markt-water, geen tarieven. De ver-
melding had alleen beteekenis voor de brandstoffenmarkten,
die in de voorgestelde verordening in een afzonderlyk
artikel 3 worden geregeld.

    **Art.3** van de voorgestelde verordening geeft den

grondslag voor het op de brandstoffenmarkt verschuldigde
marktgeld. Deze grondslag behoefde, evenmin als die voor
de Centrale Markt, te worden veranderd, aangezien op de
brandstoffenmarkt geen verschil tusschen losse en vaste
plaatsen bestaat. Men betaalt daar per kalenderweek, per
kalendermaand of per kalenderjaar; wanneer met een vaartuig
ligplaats aan de markt is genomen, is de belasting voor een
der genoemde termynen (naar keuze van den belanghebbende)
verschuldigd.

    In dit artikel stel ik voor, den openbaren gemeente-

grond niet te vermelden. Openbare gemeentegrond is nergens Dit document betreft een ambtelijk advies over de herziening van de marktverordening in Amsterdam. De tekst behandelt drie hoofdpunten:

  1. Vaste versus losse plaatsen: Er wordt beargumenteerd dat houders van vaste plaatsen ook moeten betalen als zij niet aanwezig zijn. Dit wordt gerechtvaardigd door het reserveringsprincipe. Vrijgekomen plaatsen kunnen die dag als "losse plaats" aan anderen worden verhuurd, wat dubbele inkomsten voor de gemeente genereert.
  2. Gemeentewater: De schrijver stelt voor om de verwijzing naar openbaar gemeentewater te schrappen voor algemene markten (zoals de Uilenburgmarkt), omdat daar feitelijk geen handel op het water plaatsvindt en er geen tarieven voor bestaan.
  3. Brandstoffenmarkten (Art. 3): Voor de handel in brandstoffen (zoals kolen of hout), die vaak per vaartuig gebeurde, gelden afwijkende regels. Hier is geen onderscheid tussen vaste en losse plaatsen; er wordt betaald per periode (week/maand/jaar) voor een ligplaats.

De toon is zakelijk en adviserend, gericht aan de wethouder voor Levensmiddelen. De spelling is de vooroorlogse spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. namelyk, tydelyk, billyk). De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in Amsterdam met name van groot belang tijdens periodes van schaarste en distributie, zoals tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de tussenliggende crisisjaren.

De vermelding van de Uilenburgmarkt is historisch interessant. Dit was een bekende markt in de oude Amsterdamse Jodenbuurt. De markt was gesitueerd in een zeer dichtbevolkt gebied en speelde een centrale rol in het dagelijks leven van de buurt tot aan de wegvoering van de Joodse bevolking tijdens de Duitse bezetting.

De tekst geeft een inkijk in de bureaucratische afwikkeling van marktbeheer: het gaat hier om het stroomlijnen van belastinggrondslagen ("marktgeld") om juridische en financiële onduidelijkheden te voorkomen. De nadruk op "brandstoffenmarkten" en vaartuigen herinnert aan een tijd waarin de Amsterdamse grachten nog intensief werden gebruikt voor de aanvoer van essentiële goederen zoals turf en kolen voor de verwarming van huizen.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijk advies over de herziening van de marktverordening in Amsterdam. De tekst behandelt drie hoofdpunten:

  1. Vaste versus losse plaatsen: Er wordt beargumenteerd dat houders van vaste plaatsen ook moeten betalen als zij niet aanwezig zijn. Dit wordt gerechtvaardigd door het reserveringsprincipe. Vrijgekomen plaatsen kunnen die dag als "losse plaats" aan anderen worden verhuurd, wat dubbele inkomsten voor de gemeente genereert.
  2. Gemeentewater: De schrijver stelt voor om de verwijzing naar openbaar gemeentewater te schrappen voor algemene markten (zoals de Uilenburgmarkt), omdat daar feitelijk geen handel op het water plaatsvindt en er geen tarieven voor bestaan.
  3. Brandstoffenmarkten (Art. 3): Voor de handel in brandstoffen (zoals kolen of hout), die vaak per vaartuig gebeurde, gelden afwijkende regels. Hier is geen onderscheid tussen vaste en losse plaatsen; er wordt betaald per periode (week/maand/jaar) voor een ligplaats.

De toon is zakelijk en adviserend, gericht aan de wethouder voor Levensmiddelen. De spelling is de vooroorlogse spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. namelyk, tydelyk, billyk).

Historische Context

De functie van Wethouder voor de Levensmiddelen was in Amsterdam met name van groot belang tijdens periodes van schaarste en distributie, zoals tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de tussenliggende crisisjaren.

De vermelding van de Uilenburgmarkt is historisch interessant. Dit was een bekende markt in de oude Amsterdamse Jodenbuurt. De markt was gesitueerd in een zeer dichtbevolkt gebied en speelde een centrale rol in het dagelijks leven van de buurt tot aan de wegvoering van de Joodse bevolking tijdens de Duitse bezetting.

De tekst geeft een inkijk in de bureaucratische afwikkeling van marktbeheer: het gaat hier om het stroomlijnen van belastinggrondslagen ("marktgeld") om juridische en financiële onduidelijkheden te voorkomen. De nadruk op "brandstoffenmarkten" en vaartuigen herinnert aan een tijd waarin de Amsterdamse grachten nog intensief werden gebruikt voor de aanvoer van essentiële goederen zoals turf en kolen voor de verwarming van huizen.

Kooplieden in dit dossier 100

M. Aronson Uilenburg E2/234 C.M.
L. Barmhartigheid Uilenburg 1/206 gedetineerd. niet bij S.Z.
J. Beekman Uilenburg 1/242 onbekend. "
M. Bergman Uilenburg 2/80
J. Premsela Uilenburg 2/104 beweert dat verg. bij m.w. is. "
G. Blog Uilenburg 2/200 "
L. de Maghtige Uilenburg 26/238 S.Z.
B. Boeken Uilenburg 3/18 C.M.
H. Boeken Uilenburg 3/19
A. Canes Uilenburg 5/15 C.M.
D. Cohen Uilenburg 5/61 C.M.
S. Cohen Uilenburg E2/127 C.M.
J. Crost Uilenburg 5/126 C.M.
W. Dagloonder Uilenburg 1/280 S.Z. C.M.
W. Dreese Uilenburg 20/271 B.S. "
A. Duits Uilenburg 6/107
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Rapenb. str: 46 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Nieuwmarkt Nw Batavierstr. 13 I
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Hofmeijerstr: 9 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Ruijschstraat 65 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Camperstr. 42 II
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Blasiusstr. 117 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Vrolikstraat 130 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Dan: Theronstr: 26 hs
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Retiefstraat 66 II
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Tilanusstr: 83 III
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Ferd: Bolstr: 48.
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). Waterlooplein Retiefstraat 99 II
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3