Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag of kopie). 16 mei (vermoedelijk 1936, gezien de verwijzing naar "16 Mei 6" in de kop en tekstreferenties naar 1934). 4 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
als brandstoffenmarkt aangewezen: ook de bestaande verorde-
ning kent geen tarief voor het bezetten van plaatsen op als
brandstoffenmarkt aangewezen gemeentegrond. Deze markt wordt
uitsluitend te water gehouden, de tarieven hebben alleen op
vaartuigen betrekking.
Art.4 van de voorgestelde verordening geeft de grond-
slagen voor de op de Boom- en Bloemmarkt verschuldigde be-
lastingen. In de bestaande verordening wordt het marktgeld
geheven wegens het ter markt brengen van goederen en wegens
het innemen van plaats. De eerstgenoemde grondslag maakt
een heffing volgens een aanvoerstarief noodzakelyk, dat
m.i.v. 15 October 1934 overal elders in de Verordening is
geschrapt, op grond van de moeilykheden die by de contrôle
op de heffing waren gebleken. (Slechts de Vischmarkt maakt
hierop een uitzondering: op het afgesloten terrein dier
markt heeft de contrôle op de heffing van het aanvoersgeld
niet tot byzondere moeilykheden geleid; trouwens voor den
vischhandel kan bezwaarlyk een ander bruikbaar tarief
worden gevonden.) Alleen op de Boom- en Bloemmarkt is in
1934 het aanvoersgeld nog tydelyk gehandhaafd, in afwachting,
dat een beslissing zou zyn genomen, inzake de plannen tot
steigerbouw ter plaatse. Nu vaststaat, dat deze plannen
voorloopig niet zullen worden verwezenlykt, lykt het my
noodzakelyk ook dit tarief te herzien en in overeenstemming
te brengen met het stelsel, dat op de andere markten is
aanvaard.
Sub b van het voorgestelde artikel 4 wordt derhalve,
in plaats van het aanvoersgeld, een grondslag gegeven,
overeenkomstig die, welke byv. op de Brandstoffenmarkt en op
de Centrale Markt bestaat.
Sub a wordt de grondslag van het innemen van plaats
op den als markt aangewezen openbaren gemeentegrond gewyzigd,
zooals ook in art.2 is voorgesteld: de grondslag wordt:
wegens het toekennen van het recht op een plaats. Op de
Boom- en Bloemmarkt komen n.l. evenals op de algemeene dag- * Doel van het document: Het document dient als toelichting op een voorgestelde wijziging van de gemeentelijke marktverordening in Amsterdam. De kern is de vereenvoudiging van het belastingstelsel op markten.
* Inhoudelijke kernpunten:
* Afscheid van aanvoersgeld: Men wil afstappen van het heffen van gelden op basis van de aangevoerde hoeveelheid goederen ("aanvoersgeld"), omdat dit in de praktijk te moeilijk te controleren bleek. Dit proces was al in oktober 1934 op de meeste markten ingezet.
* Uitzondering Vischmarkt: Op de Vischmarkt blijft het aanvoersgeld wel bestaan omdat het terrein daar afgesloten is (waardoor controle wel mogelijk is) en er geen goed alternatief tarief voorhanden is.
* Boom- en Bloemmarkt: Hier bleef het oude systeem langer bestaan vanwege plannen voor steigerbouw. Nu die plannen niet doorgaan, moet ook hier het systeem worden gemoderniseerd.
* Nieuwe grondslag: De nieuwe grondslag voor de belasting wordt "het toekennen van het recht op een plaats" (staangeld/plaatsgeld), wat administratief veel eenvoudiger uit te voeren is.
* Juridische/Bestuurlijke aspecten: De tekst verwijst specifiek naar wijzigingen in Artikel 2 en 4 van de voorgestelde verordening. Dit document stamt uit het midden van de jaren dertig van de 20e eeuw (post-1934). Het weerspiegelt een periode van professionele administratieve hervorming binnen de gemeente Amsterdam. In deze tijd werden veel lokale verordeningen gestroomlijnd om de efficiëntie te verhogen en de handhavingskosten te drukken.
De rol van de Wethouder voor de Levensmiddelen was in die tijd cruciaal. Deze portefeuille hield toezicht op de markten, de voedselvoorziening en de marktmeesters. De genoemde markten (Boom- en Bloemmarkt, Vischmarkt, Brandstoffenmarkt en Centrale Markt) waren de economische slagaders van de stad. De Brandstoffenmarkt was destijds van groot belang voor de distributie van kolen en hout, die vaak via het water (de grachten) werden aangevoerd, vandaar de vermelding dat de tarieven daar alleen betrekking hebben op vaartuigen.