Ambtelijk schrijven/nota betreffende de herziening van een verordening voor markten.
Origineel
Ambtelijk schrijven/nota betreffende de herziening van een verordening voor markten. 16 mei 1936 (afgeleid uit de tekstverwijzing naar 13 maart 1936). Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. 6 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
hier te lande en ook in de Amsterdamsche Verordening op de
heffing van het havengeld, de afronding van den tonnen-
inhoud naar beneden plaatsvindt. Als gevolg hiervan is by
Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 Maart 1936
(No.101 L.M.1936) in afwachting van een desbetreffende her-
ziening van de verordening, voor de Centrale Markt en de
brandstoffenmarkt afronding van den tonneninhoud naar
beneden toegestaan.
In de voorgestelde redactie van art.11 is daarmede
rekening gehouden.
Art.12 lid 4 en 5 van de voorgestelde verordening
onderscheidt tusschen overdekte en niet-overdekte plaatsen
op het voor den uitsluitenden verkoop van bloemen aangewezen
gedeelte der Centrale Markt. In myn rapport d.d. 25 Februari
jl. (No.62/6/1 M) heb ik onder B voorgesteld een overdekking
aan te brengen boven een gedeelte van den "bloemenhoek" op
de Centrale Markt. Hierby gaf ik tevens het voornemen te
kennen, om een tarief, zooals thans wordt voorgesteld, te
ontwerpen. Ik wees er toen reeds op, dat als regel alleen
overdekte plaatsen behooren te worden toegewezen, daar
anders niet voldoende waarborg bestaat, dat de kosten aan de
vervaardiging der overdekking verbonden, worden gedekt. In
lid 5 van het onderhavige artikel heb ik hiertoe een voor-
schrift ontworpen.
[Marge-notitie links:]
Dit kan toegepast
ook zonder dat
overdekking
aanwezig is.
Art.14 van de voorgestelde verordening bepaalt, dat
de belasting per geheele ton van 1000 kg laadvermogen wordt
geheven. Dit hangt samen met de afronding van den tonnen-
inhoud der vaartuigen, waarvan hierboven (by de behandeling
van artikel 11 van het concept) sprake was. Het voorgestelde
artikel geeft onder II een herziening van het voor aanvoers-
vaartuigen geldende tarief. Volledigheidshalve heb ik deze
bepaling aangevuld met de woorden: "of afgevoerd"; weliswaar
komen in de practyk geen vaartuigen voor den afvoer van
goederen aan de markt, maar ik meen, dat de verordening toch * Tonnage-afronding: Er wordt voorgesteld om voor de Centrale Markt en brandstoffenmarkt de tonnenmaat naar beneden af te ronden, conform de algemene havengeldverordening in Amsterdam. Dit was reeds tijdelijk toegestaan per besluit van 13 maart 1936.
* Bloemenhoek Centrale Markt: Art. 12 regelt het onderscheid tussen overdekte en niet-overdekte standplaatsen in de "bloemenhoek". Er wordt bepleit om voornamelijk overdekte plaatsen toe te wijzen om de investeringskosten van de overdekking terug te verdienen via tarieven.
* Marginale notitie: Een handgeschreven opmerking wijst erop dat de regeling (mogelijk het tarief) ook toegepast kan worden als er nog geen overdekking fysiek aanwezig is.
* Transportbelasting: Art. 14 specificeert dat belasting per 1000 kg laadvermogen wordt geheven. Er wordt een kleine tekstuele toevoeging gedaan ("of afgevoerd") om ook eventuele afvoer van goederen per schip juridisch te dekken, hoewel dit in de praktijk zelden voorkwam. Dit document stamt uit de jaren '30, een periode waarin de Amsterdamse Centrale Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) volop in ontwikkeling waren. De administratie trachtte de reglementen te stroomlijnen met bestaande havenverordeningen. De focus op de "bloemenhoek" laat zien dat de markt specifieke zones kreeg met eigen infrastructurele uitdagingen, zoals de financiering van overkappingen tijdens de crisisjaren. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de specifieke verantwoordelijkheid voor de voedselvoorziening en marktwezen binnen het Amsterdamse college van B&W in die tijd. Marktwezen