Getypt ambtelijk schrijven/advies (mogelijk een doorslag of kopie van een rapportage).
Origineel
Getypt ambtelijk schrijven/advies (mogelijk een doorslag of kopie van een rapportage). 16 mei (waarschijnlijk 1936, gezien de referentie naar "3 December 1935" en "8 April jl."). Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar of directeur van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Havenbedrijf). 7 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
de mogelykheid, dat dit te eeniger tyd wel zal gebeuren,
moet voorzien.
Van meer belang is de voorgestelde tariefswyziging
voor de aanvoersvaartuigen. Hieromtrent rapporteerde ik uit-
voerig in myn brief d.d. 3 December 1935 No.37/550/1 M
(vervolgblad 4 e.v.). Ik wees erop, dat het "kadegeld" te
hoog was voor schepen, die slechts weinig ter markt aan-
voeren en dat ter tegemoetkoming daaraan, krachtens Besluit
van Burgemeester en Wethouders d.d. 19 Februari 1935 (Afd.
L.M.No.1302.1934) het "kadegeld" niet wordt geheven van
schepen, die kleine hoeveelheden aanvoeren. Deze ongewenschte
uitzondering, die - in stryd met het principe der Verordening,
dat niet de aanvoer, doch de tonneninhoud der vaartuigen
wordt belast, - weder van den aanvoer ter markt uitgaat,
behoort m.i. te verdwynen. In myn bovenaangehaald rapport
d.d. 3 December jl. vermeldde ik, dat het in de bedoeling
behoort te liggen [invoeging: uit dezen hoofde] geen enkele vrystelling van "kadegeld" te
verleenen, wanneer het tarief van ƒ 0.04 per ton wordt in-
gevoerd. Ik becyferde toen, dat door deze herziening der
tarieven, de inkomsten met ƒ 600.- per jaar zullen vermin-
deren; ik meen, dat dit moet worden aanvaard, daar hierdoor
een werkelyke verbetering der verordening wordt verkregen.
(vide in dit verband ook vervolgblad 2 van myn rapport d.d.
8 April jl. No.37/53/3 M). Nadere onderhandelingen met
belanghebbenden hebben by my de overtuiging gevestigd, dat
het niet gewenscht is, deze inkomstenderving te compenseeren
door een herziening van het lichtertarief, hetgeen ik aan-
vankelyk (in myn rapport d.d. 3 December jl.) had overwogen.
Wanneer het lichtergeld voor den aardappelhandel lager wordt
gesteld, blykt nochtans, dat die handel niet veel gebruik
van lichters zal maken; daarentegen zal de groentehandel ook
op verlaging van het lichtertarief aandringen, hetgeen zeer
ongewenscht is, aangezien lichters naar verhouding duurder
in het gebruik moeten zyn dan pakhuizen, willen de laatste
behoorlyk worden verhuurd. * Onderwerp: Het document betreft een technisch-financieel advies over de herziening van haventarieven (kadegeld en lichtertarief) in de gemeente Amsterdam.
* Kernbetoog: De schrijver pleit voor het afschaffen van een uitzonderingsregel waarbij kleine aanvoerders geen kadegeld hoeven te betalen. Volgens de schrijver moet de belasting gebaseerd zijn op de capaciteit van het schip (tonneninhoud) en niet op de hoeveelheid geloste goederen. Hoewel dit de gemeente ƒ 600,- per jaar kost, wordt dit gezien als een noodzakelijke verbetering van de regelgeving.
* Lichtertarieven: De schrijver adviseert tegen het verlagen van het lichtertarief (vergoeding voor het gebruik van lichters/goederenbakken). De reden is tweeledig: de aardappelhandel maakt er toch weinig gebruik van, en een verlaging zou de groentehandel aanmoedigen ook korting te vragen. Bovendien moet het gebruik van pakhuizen aantrekkelijker blijven dan het langdurig opslaan in lichters.
* Stijl: Formeel-ambtelijk, gebruikmakend van de toen geldende spelling (bijv. "mogelykheid", "becyferde"). Dit document stamt uit het midden van de jaren dertig, een periode waarin Amsterdam te maken had met de naweeën van de economische crisis. De overheid probeerde haar inkomstenstromen (zoals markt- en havengelden) te stroomlijnen en te rechtvaardigen op basis van principes van efficiëntie en marktwerking.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie, verantwoordelijk voor de distributie en marktregulering in de stad. De discussie over de concurrentie tussen lichters (drijvende opslag) en pakhuizen (vaste opslag) is kenmerkend voor de logistieke uitdagingen in de Amsterdamse grachten en havens in die tijd. De vermelding van "ƒ 0.04 per ton" geeft inzicht in de toenmalige tariefstellingen. Het rode kruis duidt vaak op een afgehandeld dossier of een afgewezen voorstel in een latere fase van de besluitvorming.