Ambtelijke correspondentie / Nota.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Nota. 16 mei (jaartal niet expliciet vermeld, vermoedelijk vroege 20e eeuw). 10 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
aantal standplaatsen buiten de markten, waarop krachtens het
voorgestelde art.29 het tarief van art.16 sub I toepasselyk
is minder dan 3 strekkende meters bedragen.
De tarieven van lid I van het voorgestelde artikel
16 zyn die van art.16 der bestaande verordening op de heffing,
doch berekend voor drie strekkende meters. De heffingen per
kalendermaand, -kwartaal en -jaar kwamen in de practyk nooit
voor; daarentegen wenschen vry veel marktkooplieden, die
vaste plaatsen bezetten, per kalenderhalfjaar te betalen.
Het tarief sub c van lid I komt hieraan tegemoet: het is de
helft van het bestaande tarief per kalenderjaar (in drievoud
voor de drie strekkende meters).
De tarieven van lid II van het voorgestelde artikel
16 voor de electrisch verlichte markten zyn een herziening van
die van art.17 der bestaande verordening. Evenals in lid I,
wordt in overweging gegeven de tarieven per kalendermaand,
-kwartaal en -jaar te vervangen door een per kalenderhalfjaar.
Voor het overige is de in het bestaande art.17 voorgestelde
wyziging voornamelyk een technische verbetering. Het tarief
per dag ( ƒ 0.25) is onveranderd gebleven. Het is samengesteld
uit het plaatsgeld van lid I sub a ( ƒ 0.15), vermeerderd met
ƒ 0.10 voor de verlichting.
Het bestaande art.17 bepaalt dat voor den Zaterdag
verschuldigd is: ƒ 0.65, d.w.z. ƒ 0.15 plaatsgeld en ƒ 0.50
voor de verlichting. Daarentegen is voor een kalenderweek,
ingevolge hetzelfde artikel, verschuldigd: ƒ 1.-, d.w.z.
ƒ 0.60 plaatsgeld (voor 3 meters driekeer het tarief van het
bestaande art.16 sub b) en ƒ 0.40 voor de verlichting. De
verlichting voor een enkelen Zaterdag kost dus volgens de
bestaande verordening ƒ 0.50, terwyl die voor een geheele
kalenderweek op ƒ 0.40 is gesteld. Deze anomalie behoort te
worden opgeheven. In overeenstemming met het eenparig advies
der Commissie van Advies voor de markten geef ik daarom in
overweging het tarief voor de verlichting des Zaterdags te
stellen op ƒ 0.35, voor een kalenderweek op ƒ 0.45. Deze
tarieven, vermeerderd met het plaatsgeld van lid I, geven * Inhoud: Het document betreft een ambtelijk advies over de aanpassing van de marktverordening in Amsterdam. De nadruk ligt op de harmonisatie van tarieven voor standplaatsen en verlichting.
* Belangrijkste wijzigingen:
1. Betaaltermijnen: Er wordt voorgesteld om de mogelijkheid te bieden per halfjaar te betalen, aangezien hier bij marktkooplieden behoefte aan is en maand/kwartaal/jaartermijnen in de praktijk niet werden gebruikt.
2. Correctie van een 'anomalie': In de oude regeling was de verlichting voor één zaterdag (ƒ 0.50) duurder dan voor een hele week (ƒ 0.40). Dit wordt gecorrigeerd naar ƒ 0.35 voor de zaterdag en ƒ 0.45 voor een week.
3. Standaardisering: Tarieven worden berekend per drie strekkende meter.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige officiële spelling (bijv. 'electrisch', 'wyziging', 'Zaterdags'). De toon is zakelijk en adviserend. Dit document past in de bredere context van de stedelijke organisatie van Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op een periode waarin de gemeente een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en marktregulering (vaak geassocieerd met periodes van schaarste of strakke overheidsregie zoals rond de Eerste of Tweede Wereldoorlog).
De introductie van "electrisch verlichte markten" illustreert de modernisering van de publieke infrastructuur. Het document toont de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee zelfs kleine prijsverschillen in verlichting werden rechtgetrokken op basis van adviezen van gespecialiseerde commissies (Commissie van Advies voor de markten).