Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag op doorslagpapier).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag op doorslagpapier). 16 mei (jaartal ontbreekt op dit blad, vermoedelijk jaren '30). Gemeente Amsterdam (afdeling markten). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. (Inclusief originele spelling en interpunctie)
11 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
voor den Zaterdag op de verlichte markten een tarief van
ƒ 0.50 (ƒ 0.35 + ƒ 0.15 plaatsgeld) en voor de kalenderweek
van ƒ 1.05 (ƒ 0.45 + ƒ 0.60 plaatsgeld).
In het bestaande art.16 is het plaatsgeld per
kalenderjaar gesteld op 40 x dat per kalenderweek. In over-
eenstemming daarmede is ook in het voorgestelde art.16 lid
1 het plaatsgeld per kalenderhalfjaar op 20 x dat per
kalenderweek bepaald. Deze zelfde methode volgende in art.16
lid II, komt ook daar het plaatsgeld per kalenderhalfjaar
op ƒ 12.- ; dit bedrag wordt vermeerderd met 26 x ƒ 0.45, het
weektarief voor de verlichting (dit wordt ook by het bestaande
tarief per kalenderjaar niet gereduceerd), dus met ƒ 11.70.
Hierdoor wordt het voorgestelde tarief per kalenderhalfjaar
ad ƒ 23.70 verklaard.
Met betrekking tot lid III van het voorgestelde
artikel 16 merk ik het navolgende op. De kramen op de markt
aan de Albert Cuypstraat tusschen de Ferdinand Bolstraat en
de perceelen Albert Cuypstraat Nos.202/203 zyn electrisch
verlicht door één lamp per kraam, evenals dit op de overige
verlichte markten het geval is. De kooplieden van dit ge-
deelte der markt aan de Albert Cuypstraat hebben echter her-
haaldelyk den wensch te kennen gegeven om over een tweede
lamp te beschikken. Hiervoor kent de verordening, - die
uiteraard alleen het marktgeld regelt en geen tarieven voor
de levering van electrisch licht kan stellen - geen tarief.
Bovendien is thans het gedeelte der markt tusschen de per-
ceelen Albert Cuypstraat Nos.202/203 en de 1e Sweelinckstraat
nog niet verlicht, terwyl daaraan dringend behoefte bestaat.
De installatie voor de verlichting in voornoemde straat dient
dus te worden versterkt en uitgebreid, teneinde op het
geheele gedeelte tusschen Ferd.Bolstraat en 1e Sweelinck-
straat de kramen door twee lampen te kunnen verlichten. Dezer
dagen zal ik U een voorstel doen geworden, om by den Gemeente-
raad een crediet tot uitbreiding der onderhavige verlichting
aan te vragen. Tevens zal ik dan in overweging geven, om ook
de markt aan de Ten Katestraat tusschen de Bellamystraat en
de Jacob van Lennepkade van een verlichting door twee lampen
per kraam te voorzien. Deze markt is tot nu toe niet * Financiële structuur: Het document legt de opbouw van markttarieven uit, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen 'plaatsgeld' (huur van de plek) en verlichtingskosten. Er wordt gewerkt met vaste verdeelsleutels (40x weektarief voor een jaar, 20x voor een halfjaar).
* Modernisering: Er is sprake van een actieve transitie naar elektrische verlichting op de markt. De kooplieden vragen om een verdubbeling van de lichtcapaciteit (van één naar twee lampen per kraam), wat duidt op de wens voor langere openingstijden of betere zichtbaarheid van waren.
* Geografie: Het document specificeert nauwkeurig de locaties: de Albert Cuypstraat (tussen Ferdinand Bolstraat en 1e Sweelinckstraat) en de Ten Katestraat (tussen Bellamystraat en Jacob van Lennepkade).
* Juridisch/Bestuurlijk: De schrijver merkt op dat de huidige verordening alleen het marktgeld regelt en geen ruimte biedt voor flexibele tarieven voor elektriciteit, wat een aanpassing van de regelgeving noodzakelijk maakt. Dit document stamt uit de periode waarin de Amsterdamse markten (zoals de in 1904 opgerichte Albert Cuypmarkt) professionaliseerden. In de vroege 20e eeuw was de marktverlichting vaak nog afwezig of primitief. De invoering van elektrische verlichting was een grote vooruitgang voor de handel, maar bracht ook nieuwe administratieve uitdagingen met zich mee voor de gemeente wat betreft de kostenverdeling. De brief illustreert de directe communicatielijn tussen de marktdienst en de politiek verantwoordelijke wethouder in een tijd van stedelijke expansie en modernisering van publieke voorzieningen.