Ambtelijk memorandum / Toelichting op een concept-verordening.
Origineel
Ambtelijk memorandum / Toelichting op een concept-verordening. 16 mei (jaar onvermeld, vermoedelijk vroege 20e eeuw). Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of secretaris). [Rechtsboven:] 18 16 Mei 6
[Linksboven:] 17/4/1
[Rechtsboven:] den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
[In de linkermarge, handgeschreven in rood potlood:] handel? [daaronder een kruis ‘X’ met de afkorting ‘mrg’] [daaronder:] Wanneer?
[Hoofdtekst:]
Art. 30 der voorgestelde verordening geeft een m.i. volledige regeling van het ligplaatsgeld, waarvoor ik de zelfde belasting zou willen invoeren als voor de lichters op de Boom- en Bloemmarkt. Het komt, vooral in de zomermaanden, voor, dat vaartuigen in de stad ligplaats innemen voor den verkoop van bloemen, planten, aarde enz., welke verkoop op de Boom- en Bloemmarkt behoort plaats te vinden. Hoewel door de houders der bedoelde schuiten in strijd met art. 344a der A.P.V. wordt gehandeld, is het moeilyk om tegen hen op te treden; zy zyn bereid om de in art. 5 der A.P.V. vereischte vergunning aan te vragen, doch [onderstreept in rood:] bij gebreke van een tarief, worden deze vergunningen niet verleend.
De uit het ligplaatsgeld te verwachten inkomsten zyn weliswaar zeer gering, doch door het onderhavige voorstel wordt een bevredigende regeling verkregen.
Art. 31 der voorgestelde verordening ontbreekt, m.i. ten onrechte, in de bestaande. Door Burgemeester en Wethouders wordt in zeer vele gevallen vrystelling van vent- of standplaatsgeld verleend (byv. by volledige ondersteuning, verpleging in een ziekenhuis, enz.) terwyl zy, volgens de bestaande verordening (art. 9) alleen tot het toestaan van vermindering of kwytschelding van [onderstreept in rood:] marktgeld bevoegd zijn. Door het voorgestelde artikel wordt dus aan een bestaande practyk een grondslag in de Verordening gegeven.
Art. 32 der voorgestelde verordening beoögt om een kortere benaming voor de verordening aan te geven, dan zou worden vereischt door haar inhoud, die de heffing van markt-, kramen-, vent-, standplaats- en ligplaatsgelden betreft.
Art. 33 der voorgestelde verordening bepaalt, dat art. 16 sub III in werking treedt op een nader door Burgemeester en Wethouders te bepalen dag. Een dergelijk voorschrift is, krachtens art. 205 der Gemeentewet toegestaan; Het document betreft een ambtelijke verantwoording voor de aanpassing van een gemeentelijke verordening in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Legaliteitsbeginsel (Art. 30): Er is een probleem met "wildplakkende" bloemenverkopers op schepen. Hoewel hun handel strijdig is met de Algemene Politieverordening (APV), kunnen zij formeel geen vergunning krijgen omdat er geen officieel tarief is vastgesteld voor hun specifieke ligplaats. Dit artikel beoogt dit juridische vacuüm te dichten.
- Formalisering van beleid (Art. 31): In de praktijk verleent het college van B&W al vrijstellingen van standplaatsgeld uit sociale overwegingen (ziekte, armoede), maar de vigerende verordening bood hiervoor alleen een basis voor marktgeld. Dit artikel trekt de juridische bevoegdheid gelijk met de dagelijkse praktijk.
- Administratieve vereenvoudiging (Art. 32-33): Er wordt voorgesteld een kortere citeertitel te gebruiken en de datum van inwerkingtreding flexibel te houden via een nader te bepalen besluit van B&W. Dit document bevindt zich in de sfeer van marktwezen en publieke ruimte in Amsterdam. De verwijzing naar de "Boom- en Bloemmarkt" duidt op de historische handelsplekken aan de grachten (zoals het Singel).
De handgeschreven opmerkingen in rood potlood zijn typisch voor een wethouder of hoge ambtenaar die het stuk kritisch beoordeelt. De vraag "Wanneer?" bij de voet van de pagina wijst op een behoefte aan duidelijkheid over de planning of implementatie van de nieuwe regels. De spelling ("zyn", "moeilyk", "practyk") duidt op een tekst van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934), waarschijnlijk uit de periode 1910-1930, toen de Wethouder voor Levensmiddelen (een post vaak gecombineerd met Marktwezen) een cruciale rol speelde in de stedelijke economie. Marktwezen