Getypte ambtelijke brief/nota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota. 16 mei (waarschijnlijk 1919, gezien de referentie naar N.J. 1919). Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijk adviseur of secretaris), Amsterdam. (Pagina 19)
19 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
ook wanneer, zooals in het onderhavige geval, de dagbepaling geheel aan Burgemeester en Wethouders wordt overgelaten (H.R. 23 December 1918 N.J.1919 blz.184).
Aangezien nog niet voorzien kan worden, wanneer de werkzaamheden voor de verlichting op de markten in art. 16 lid III genoemd, zullen zyn voltooid, acht ik het gewenscht, dat een voorschrift, zooals in art.33 is ontworpen, in de verordening wordt opgenomen.
II. "Verordening op de invordering van marktgelden, enz."
Ten aanzien van de voorgestelde gewyzigde benaming geldt hetzelfde, als hetgeen hierboven met betrekking tot den naam der verordening op de heffing is opgemerkt. De benaming wordt vastgesteld in het voorgestelde art.8.
Art.2 lid 3 der voorgestelde verordening is gewyzigd in verband met de wyziging van eenige grondslagen, die by de artikelen 2 en 4 sub a van de voorgestelde verordening op de heffing zyn besproken. Voor zoo ver de grondslagen der heffing niet zyn veranderd, lykt het my beter het onderhavige artikel in overeenstemming te brengen met de desbetreffende bepalingen der Verordening op de heffing en te spreken van het innemen der plaats, en niet van het toekennen der plaats.
Lid 6 van het bestaande art.2 is vervallen, in verband met de voorgestelde afschaffing van het op de Centrale Markt verschuldigde raccordementsgeld. Evenzoo is, in verband met de voorgestelde afschaffing van het plaatsgeld op de Vischmarkt en van het aanvoersgeld op de Boom- en Bloemmarkt, het voorgestelde lid 6 eenigszins afwykend van het bestaande lid 7.
Art.3 der voorgestelde verordening regelt de invordering van het "kramengeld", waarvan ik de invoering heb in overweging gegeven. In verband met het feit, dat theoretisch nog op elk moment van de markt verhuring van een kraam kan plaatsvinden, kan het door elken verhuurder verschuldigde * Taal en Spelling: Het document is opgesteld in het Nederlands van begin 20e eeuw (bijv. "zooals", "gewyzigde", "lykt", "aanvoersgeld"). Opvallend is het gebruik van de 'y' in plaats van de moderne 'ij'.
* Juridische Referenties: Er wordt verwezen naar een arrest van de Hoge Raad (H.R.) van 23 december 1918, gepubliceerd in de Nederlandse Jurisprudentie (N.J.) van 1919. Dit onderbouwt de bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders om data vast te stellen.
* Administratieve Wijzigingen:
* Terminologie: De schrijver adviseert om de term "toekennen der plaats" te vervangen door "innemen der plaats" voor consistentie met andere verordeningen.
* Tarieven: Er is sprake van de afschaffing van diverse specifieke gelden: raccordementsgeld (aansluitingskosten) op de Centrale Markt, plaatsgeld op de Vischmarkt en aanvoersgeld op de Boom- en Bloemmarkt.
* Nieuwe Heffing: Er wordt een nieuw "kramengeld" geïntroduceerd.
* Infrastructuur: Er wordt gerept over vertragingen bij de aanleg van verlichting op de markten, wat directe invloed heeft op de regelgeving. Dit document stamt uit een periode van grote logistieke en administratieve verandering in Amsterdam na de Eerste Wereldoorlog. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post in die tijd, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de markten in de stad. De genoemde "Centrale Markt" (geopend in 1934, maar de plannen en tijdelijke voorzieningen dateren van eerder) en de specifieke markten zoals de Vischmarkt en de Bloemmarkt waren de levensaders van de stedelijke distributie. De ambtelijke discussie toont de verschuiving aan naar een meer gestroomlijnde en juridisch dichtgetimmerde marktenverordening, waarbij geprobeerd werd de veelheid aan oude, specifieke toeslagen te versimpelen.