Officieel ambtelijk memorandum/brief.
Origineel
Officieel ambtelijk memorandum/brief. 16 mei 1936. 21 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Ten aanzien van het voorgestelde art.8 geldt
mutatis mutandis hetzelfde als hetgeen hierboven met betrek-
king tot art.32 der voorgestelde verordening op de heffing
is uiteengezet.
III. Bepaling van de plaatsen der Markten.
2e Brandstoffenmarkten.
Het aantal markten is uitgebreid met die, welke
tot nu toe als tydelyke hulpmarkt door Burgemeester en Wet-
houders zyn aangewezen (laatstelyk by Besluit d.d. 27 De-
cember 1935 No.1259 L.M.1935, aangevuld en gewyzigd by
Besluiten d.d. 17 Januari 1936 No.1259 L.M.1935 en d.d. 27
Maart 1936 No.239 L.M.1936).
In de omschryving der plaatsen zyn eenige wyzi-
gingen voorgesteld, die vooral verband houden met de hier-
boven (by de behandeling van het voorgestelde art.3 der
Verordening op de heffing) aangegeven opvatting, dat de
brandstoffenmarkten alleen in openbaar gemeentewater en niet
op openbaren gemeentegrond gevestigd zyn. Overal waar in de
omschryving der plaatsen tot nu toe gemeentegrond staat
vermeld, heb ik die door een aanduiding van het water ver-
vangen; dit beantwoordt volkomen ook aan de thans reeds
bestaande verordeningen, die geen tarief kennen voor als
brandstoffenmarkt aangewezen gemeentegrond.
Wat overigens de gegeven omschryvingen betreft,
merk ik op, dat zy m.i. nauwelyks voldoende kunnen worden
geacht voor een officieele aanduiding van de plaatsen, waar
markten gevestigd zyn. (Dit bezwaar geldt voor de geheele
onderhavige verordening tot bepaling van de plaatsen der
markten). Strikt genomen zouden hier kadastrale aanduidingen,
naast de gegeven omschryving, moeten worden vermeld. Nochtans
meen ik my van een voorstel tot invoering van deze kadastrale
aanduidingen te mogen onthouden, omdat hieraan ongetwyfeld
veel werk verbonden zou zyn en de tot nu toe gevolgde methode
van beschryving der plaatsen in de practyk nog nimmer tot
moeilykheden aanleiding gaf. Dit document betreft een ambtelijk advies over een voorgestelde wijziging in de "Verordening op de heffing" en de "Bepaling van de plaatsen der Markten" in Amsterdam, specifiek gericht op de brandstoffenmarkten. De belangrijkste punten zijn:
- Formalisering van hulpmarkten: Eerder als tijdelijk aangewezen hulpmarkten worden nu officieel opgenomen in de vaste lijst van markten.
- Locatiebepaling (Water vs. Land): De tekst corrigeert een juridisch-technisch detail: brandstoffenmarkten bevinden zich op het water (in de grachten) en niet op de wal (gemeentegrond). Dit is van belang voor de leges en tarieven, aangezien er voor brandstoffenmarkten op land geen geldend tarief bestaat.
- Administratieve efficiëntie: De schrijver merkt op dat de huidige beschrijvingen van marktplaatsen eigenlijk niet nauwkeurig genoeg zijn en idealiter vervangen zouden moeten worden door kadastrale gegevens. Echter, omwille van de grote hoeveelheid werk die dit met zich mee zou brengen, adviseert men de huidige (minder precieze) methode aan te houden, aangezien deze in de praktijk nog niet tot problemen heeft geleid. Het document dateert uit mei 1936, een periode waarin Amsterdam (net als de rest van Nederland) nog kampte met de gevolgen van de Grote Depressie. Brandstoffen zoals kolen, turf en hout waren essentieel voor de verwarming van woningen en de industrie, en werden veelal per schip aangevoerd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in die tijd een cruciale rol in de distributie en regulering van eerste levensbehoeften, waar brandstof onder viel. De genoemde afkorting "L.M." in de besluitnummers staat zeer waarschijnlijk voor de afdeling Levensmiddelen. De spelling is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "tydelyke", "practyk").