Ambbtelijk schrijven / voorstel betreffende marktverordeningen.
Origineel
Ambbtelijk schrijven / voorstel betreffende marktverordeningen. 16 Mei (waarschijnlijk 1916, gezien de context van de Wethouder voor Levensmiddelen en het jaartal '6' rechtsboven). 22 16 Mei 6
17/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
In het onderhavige voorstel komen geen punten voor, waar tot nu toe geen brandstoffenmarkt (of tydelyke hulpmarkt) wordt gehouden, behoudens de twee navolgende uitzonderingen:
1e. De bestaande verordening vermeldt de Eilands-gracht (door een drukfout is "Elandsgracht" in de verordening opgenomen) van de brug vóór de Oranjestraat tot en met de Nieuwe Teertuinen. Deze omschryving is niet juist, omdat de Eilandsgracht door het Bickersplein van de Buiten Oranje-straat wordt gescheiden (de Oranjestraat bestaat niet en een brug ter plaatse is reeds sedert jaren verdwenen !) Langs de Nieuwe Teertuinen loopt niet de Eilandsgracht, doch de Prin-seneilandsgracht, die ik daarom voorstel tot markt aan te wyzen (zy was dit reeds voor het Westelyk gedeelte, doch onder de foutieve benaming: Eilandsgracht). Aansluitende aan de beide voornoemde grachten, zyn de Realengracht en de Bickersgracht, waar verschillende brandstoffenvaartuigen lig-plaats innemen, zonder dat daarvan tot nu toe het marktgeld kan worden geheven. Ik stel daarom voor, ook de beide laatst-genoemde grachten tot brandstoffenmarkt te doen aanwyzen, waardoor in dit gedeelte der stad een sluitend geheel van dez markten wordt verkregen.
2e. Krachtens de bestaande verordening is een brand-stoffenmarkt gevestigd aan de Ranonkelkade, d.w.z. aan de Oostzyde van het Buiksloterkanaal. Door Burgemeester en Wet-houders is de Westzyde van dit kanaal "vóór de opslagterreine van den Algemeenen Brandstoffenhandel Amsterdam" tot tydelyke hulpmarkt aangewezen. Een dergelyke omschryving lykt my in een verordening niet toelaatbaar; ik geef daarom in over-weging om het Buiksloterkanaal zonder meer aan te wyzen tot brandstoffenmarkt; in de practyk verandert daardoor niets: aan de Westzyde van dit kanaal wordt alleen voor de voren-bedoelde opslagterreinen door brandstoffenvaartuigen ligplaat ingenomen.
In de concept-verordening komen drie punten niet meer voor, waar tot nu toe een brandstoffenmarkt is gevestigd Deze punten zyn: * Administratieve correcties: De kern van het document is het rechtzetten van administratieve onjuistheden in de geldende verordeningen. Er wordt gewezen op een zetfout ("Elandsgracht" in plaats van "Eilandsgracht") en op topografische onjuistheden (een niet-bestaande straat en een verdwenen brug).
* Fiscale motieven: In punt 1 wordt expliciet vermeld dat op bepaalde locaties (Realengracht en Bickersgracht) al brandstofschepen liggen, maar dat er momenteel geen marktgeld (belasting) kan worden geïnd omdat deze locaties formeel niet als markt zijn aangewezen. De voorgestelde wijziging heeft dus direct invloed op de gemeentelijke inkomsten.
* Juridische nauwkeurigheid: De schrijver adviseert tegen vage of tijdelijke omschrijvingen in de officiële verordening, zoals bij het Buiksloterkanaal. Hij pleit voor een heldere, definitieve aanwijzing om de "practyk" (praktijk) juridisch correct te verankeren.
* Taalgebruik: Het document hanteert de spelling van vóór de grote spellingshervormingen (bijv. tydelyke, aanwyzen, practyk). Dit document stamt uit een periode waarin brandstoffen (zoals turf en steenkool) essentieel waren voor de verwarming van woningen en het aandrijven van industrie, en voornamelijk via het water werden aangevoerd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een functie die vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) van groot belang werd vanwege de schaarste en de daaropvolgende distributie van goederen.
De genoemde locaties — de Westelijke Eilanden (Prinseneiland, Bickerseiland, Realeneiland) en Amsterdam-Noord (Buiksloterkanaal) — waren knooppunten van kleinschalige handel en opslag. Het document illustreert hoe de gemeente Amsterdam probeerde grip te krijgen op deze informele handel door deze formeel vast te leggen in verordeningen en te belasten via marktgeld. De "Algemeenen Brandstoffenhandel Amsterdam" was een prominente speler in de stedelijke energievoorziening van die tijd.