Conceptnota (ambtelijk voorstel).
Origineel
Conceptnota (ambtelijk voorstel). Verwijst naar een eerder voorstel van 27/12 (jaar onbekend, waarschijnlijk midden 20e eeuw). [Linkerbovenhoek, handgeschreven:]
Concept.
[Rechterbovenhoek, handgeschreven:]
4 X
[Hoofdtekst:]
Nota inzake de entréegelden der Centrale Markt.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
In aansluiting op ~~onze Nota d.d.~~ ons voorstel d.d. 27/12 inzake wijziging der marktgeldtarieven op de dagmarkten, hebben ondergeteekenden de eer U hierbij een Nota aan te bieden inzake wijziging (ging) van artikel 15 der Verordening op de Heffing van marktgelden enz. inzake de belasting wegens het verleenen van toegang tot de Centrale Markt: het zoogenaamde entréegeld.
Artikel 15 luidt: de verordening luidt thans:
".. De in artikel I sub d bedoelde belasting bedraagt:
a voor degenen, die door of namens Burgemeester en Wethouders als koopers, verkoopers of expediteurs tot het marktterrein worden toegelaten:
per kalenderweek | ƒ 0,25
per kalendermaand | " 1,—
per kalenderjaar | " 10,—
b voor het personeel van de sub a bedoelde personen, per persoon:
per kalenderjaar | ƒ 2,—
per kalendermaand | " 0,25 "
Hieruit blijkt, dat het minimumtarief voor het personeel voor een kalendermaand is vastgesteld, terwijl dit voor koopers, verkoopers e.d. een kalenderweek bedraagt.
~~Gewezen~~ Hierbij moet worden gewezen op artikel 4 laatste lid van het Reglement op de Centrale Markt, waarin is bepaald, dat aan koopers, verkoopers en expediteurs geen toegang wordt verleend voor een korteren termijn dan dien, waarvoor zij toegang verlangen voor hun personeel, hetgeen dus wil zeggen, dat koopers e.d., die er personeel op nahouden, ook zelf minstens het maandtarief moeten betalen; bovendien wordt gewezen op artikel 12 en 13 van dit Reglement, waarin onder andere wordt bepaald, dat aan verkoopers geen toegang wordt verleend voor een korteren termijn, dan dien waarvoor door hem een plaats (pakhuis) wordt ingenomen. Alle grossiers met een jaarcontract (en dat zijn ze vrijwel allen) moeten dus tevens in het bezit van een jaarkaart der Centrale Markt zijn.
Onderstaand geven wij een overzicht van het totaal aantal personen, verdeeld in de groepen koopers, verkoopers e.d. en de personeelen van die groepen, gespecificeerd naar de soort van entréegeld, dat wordt betaald.
[Onderaan, handgeschreven:]
zie blad 1 A
[Linker marge, handgeschreven kanttekening:]
Ook van deze wijziging der verordening ~~achten wij~~ verwachten wij een vereenvoudiging der werkzaamheden op het z.g.n. kaartenkantoor, waardoor een ambtenaar voor een belangrijk deel van zijn dagwerk op de C. M. zelve, kan worden vrijgemaakt. * Kern van het voorstel: De nota signaleert een inconsistentie tussen de minimumtarief-periodes voor marktpartijen (week) en hun personeel (maand). Volgens de reglementen mag een werkgever geen kortere toegangstermijn hebben dan zijn personeel, wat de weekkaart voor veel werkgevers in de praktijk onbruikbaar maakt.
* Administratieve efficiëntie: De handgeschreven kanttekening is cruciaal; de wijziging is niet enkel bedoeld voor de logica van de regels, maar specifiek om de werkdruk op het "kaartenkantoor" te verlagen. Door kaarten voor langere periodes (maand/jaar) de standaard te maken, komt er personeelscapaciteit vrij voor ander werk op de markt zelf.
* Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (bijv. "koopers", "verkoopers", "ondergeteekenden") en formele ambtelijke formuleringen ("de eer U hierbij... aan te bieden"). Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit het archief van de gemeente Amsterdam (gezien de verwijzing naar de "Centrale Markt", het huidige Food Center terrein aan de Jan van Galenstraat). De Centrale Markt was een streng gereguleerd gebied waarvoor men toegangsrechten en kaarten nodig had. De nota illustreert de bureaucratische afhandeling van marktbeheer in de periode na de Tweede Wereldoorlog, waarbij getracht werd de fysieke administratie (het uitschrijven van weekkaarten) te stroomlijnen ten gunste van toezicht op de marktvloer zelf.