Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 28 mei 1943. AFSCHRIFT
No. 121 L.M. 1943.
Intrekken van diverse besluiten in zake het verleene van vrijstelling van markt- en standplaatsgeld en het verleenen van die vrijstelling in geval van het vervullen van militairen dienst en het tewerkgesteld worden in het buitenland.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 28 Mei 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 14 Januari en 18 Maart 1943 no. 17/1/1M. en 17/1/6M.;
B e s l u i t :
met ingang van 1 Juni 1943:
1o. in te trekken de besluit van Burgemeester en Wethouders van 31 Augustus 1934, No. 848 L.M.; 23 November 1934 No. 848 L.M.; 27 September 1935 No. 817 L.M.; 30 October 1936 No. 68/48 L.M.; 18 Juni 1937 No. 444 L.M.; 24 September 1937 No. 68/35 L.M.; 13 Mei 1938 No. 388 L.M.; 31 Maart 1939 No. 262 L.M. en 13 December 1940 No. 987 L.M., in zake het verleenen van vrijstelling of kwijtschelding van markt- of standplaatsgeld aan diverse categorieen van markt- of standplaatshouders;
2o. den Directeur van het Marktwezen te machtigen om aan hen die voor de vervulling van hun militairen dienstplicht onder de wapenen zijn geroepen of die aangewezen zijn in het buitenland te werken, vrijstelling respectievelijk restitutie van markt- of standplaatsgeld te verleenen over volle kalendermaanden, gedurende welke de markt- of standplaats om deze reden niet kan worden ingenomen en onder bepaling, dat de vergunninghouder zijn vergunning gedurende dien tijd bij den Dienst van het Marktwezen in bewaring geeft.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen(3 stuks) en Financien(2 stuks).
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J.F. FRANKEN. Dit document is een ambtelijk besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het doel is tweeledig: enerzijds het opschonen van oude regelgeving (het intrekken van negen besluiten uit de periode 1934-1940) en anderzijds het creëren van een nieuwe regeling voor marktkooplieden die hun beroep tijdelijk niet kunnen uitoefenen.
De regeling in punt 2o biedt financiële coulance (vrijstelling of teruggave van standplaatsgeld) aan twee specifieke groepen:
1. Mannen die onder de wapenen zijn geroepen.
2. Personen die "aangewezen zijn in het buitenland te werken".
Een administratieve voorwaarde is dat de vergunninghouder zijn papieren tijdelijk inlevert bij de Dienst van het Marktwezen. Het document dateert van mei 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland een grimmige fase inging. De term "tewerkgesteld worden in het buitenland" refereert direct aan de Arbeitseinsatz. In 1943 werd de verplichte tewerkstelling van Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie massaal opgevoerd.
Ook de verwijzing naar militairen is saillant: in april en mei 1943 brak de bekende April-meistaking uit nadat bekend werd dat voormalige Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap zouden worden gevoerd voor tewerkstelling.
Dit besluit laat zien hoe het Amsterdamse stadsbestuur (onder de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte) de administratieve gevolgen van deze ingrijpende maatregelen integreerde in de lokale verordeningen. Het zorgt ervoor dat marktkooplieden die gedwongen naar Duitsland werden gestuurd, formeel niet hoefden te betalen voor een standplaats die zij op dat moment niet konden bemannen.