Gemeenteblad (officieel publicatieblad van de gemeente).
Origineel
Gemeenteblad (officieel publicatieblad van de gemeente). 1943
GEMEENTEBLAD
Afdeeling 3
Volgn. 44
[Afbeelding: Wapen van Amsterdam]
WIJZIGING VERORDENING OP DE HEFFING VAN MARKT-, STANDPLAATS- EN VENTGELDEN.
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM, brengt ter algemene kennis, dat hij, ter waarneming van de taak van den Gemeenteraad, bij besluit van 12 Maart 1943, No. 92, heeft besloten, — welk besluit is goedgekeurd bij besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 6 Mei 1943, B.Z. No. 1 B.B., — in de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, vastgesteld bij Raadsbesluit van 16 Mei 1934 en goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 28 Augustus 1934, No. 161 (Gemeenteblad 1934, afd. 3, volgn. 143), laatstelijk gewijzigd bij besluit van den Burgemeester van 13 November 1942, goedgekeurd bij besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 6 Januari 1943, B.Z., No. 4 B.B. (Gemeenteblad 1943, afd. 3, volgn. 13), de volgende wijzigingen aan te brengen :
1º art. 16 te lezen als volgt :
„De in art. 2 bedoelde belasting bedraagt voor de markten of marktgedeelten, waar de kramen niet electrisch verlicht kunnen worden, per plaats :
a per dag ............................................................................ f 0,15
b per kalendermaand ........................................................ „ 2,60
c per kalenderhalfjaar ...................................................... „ 12.—.
De in art. 28 bedoelde belasting voor standplaatsen buiten de markten bedraagt, behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel, per strekkenden meter :
a per dag ............................................................................ f 0,05
b per kalendermaand ........................................................ „ 0,90
c per kalenderhalfjaar ...................................................... „ 4.—,
met dien verstande, dat standplaatshouders, die meer dan 3 dagen per week van hun standplaats gebruik kunnen maken, het maandtarief moeten betalen.
Indien de vorenbedoelde standplaatsen worden verleend voor kerstboomen, hulst en /of andere siertakken, bedraagt de daarvoor verschuldigde belasting per strekkenden meter per kalendermaand ..................................... f 0,90.” ;
2º art. 17 te lezen als volgt :
„De in art. 2 bedoelde belasting bedraagt voor de markten of marktgedeelten, waar de kramen electrisch verlicht kunnen worden, per plaats :
a per dag, met uitzondering van den Zaterdag ....................... f 0,25
b per Zaterdag .................................................................... „ 0,50
c per kalendermaand ........................................................ „ 4,55
d per kalenderhalfjaar ...................................................... „ 23,70.
STADSDRUKKERIJ AMSTERDAM Het document betreft een officiële publicatie van een tariefwijziging voor marktgelden en standplaatsen in Amsterdam in 1943. De tekst is opgesteld in een formele, juridische stijl met een duidelijke structuur:
* Inleiding: Hierin wordt de rechtsgrondslag van de wijziging uitgelegd, inclusief verwijzingen naar eerdere besluiten uit 1934, 1942 en januari 1943.
* Artikelwijzigingen: Twee artikelen (16 en 17) worden integraal vervangen door nieuwe teksten die de exacte tarieven specificeren.
* Differentiëring: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen marktkramen zonder elektrische verlichting (Art. 16) en met elektrische verlichting (Art. 17). Tevens zijn er aparte tarieven voor standplaatsen buiten de reguliere markten en voor specifieke seizoensproducten zoals kerstbomen en hulst.
* Tarieven: De bedragen worden vermeld in guldens (f). Opvallend is het hogere dagtarief voor de zaterdag op verlichte markten (0,50 gulden tegenover 0,25 gulden op doordeweekse dagen). Dit document stamt uit 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De tekst bevat een cruciaal historisch detail: de Burgemeester handelt "ter waarneming van de taak van den Gemeenteraad". Tijdens de bezetting waren de democratisch gekozen gemeenteraden ontbonden of buitenspel gezet, waardoor de (vaak door de bezetter aangestelde of gecontroleerde) burgemeester zowel de uitvoerende als de wetgevende macht op lokaal niveau uitoefende.
De noodzaak tot goedkeuring door de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken in plaats van door de Kroon (zoals bij het besluit uit 1934 nog het geval was) weerspiegelt de gewijzigde bestuurlijke verhoudingen onder het bezettingsregime. Ondanks de oorlogssituatie ging het dagelijks bestuur en de inning van belastingen en leges gewoon door, zoals deze gedetailleerde regeling voor marktkooplieden laat zien. De vermelding van kerstbomen en siertakken suggereert dat, ondanks de schaarste in de oorlogsjaren, er nog steeds sprake was van een gereguleerde handel in dergelijke goederen.