Officieel Gemeenteblad (afdeling 3).
Origineel
Officieel Gemeenteblad (afdeling 3). 7 juli 1943. [Pagina 2]
Volgn. 44 — 2
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid bedraagt de in art. 2 bedoelde belasting voor de markt in de Albert Cuypstraat tusschen de Ferdinand Bolstraat en de Eerste Sweelinckstraat en voor de markt in de Ten Katestraat tusschen de Bellamystraat en de Jacob van Lennepkade:
a per dag, met uitzondering van den Zaterdag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 0,35
b per Zaterdag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 0,75
c per kalendermaand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 5,85
d per kalenderhalfjaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 31,50.”;
3º art. 34 te lezen als volgt:
„Het voldoen der gelden voor de algemeene dag- en weekmarkten, der gelden, bedoeld in art. 19 betreffende de boom- en bloemmarkt, en voor de standplaatsen, bedoeld in art. 28, die meer dan drie dagen per week bezet mogen worden, moet bij vooruitbetaling geschieden, in ieder geval op of vóór den achtsten dag van een kalendermaand.
De betaling van het krachtens art. 30 verschuldigde standplaatsgeld moet geschieden op den dag, volgende op dien, waarop het verschuldigd is.
Indien de in het eerste lid bedoelde achtste dag of de in het tweede lid van dit artikel bedoelde betaaldag samenvalt met een Zondag of met een algemeen erkenden Christelijken feestdag, moet de betaling, zoo deze nog niet heeft plaats gehad, op den eerstvolgenden werkdag geschieden.
Het voldoen der gelden voor standplaatsen, bedoeld in art. 28, die minder dan vier dagen per week mogen worden bezet, moet bij vooruitbetaling geschieden op den eersten werkdag der kalendermaand, waarop de kooplieden hun plaats mogen bezetten.
De gelden, verschuldigd krachtens de artt. 1, 3, 46 en 29, moeten worden voldaan op den eersten werkdag in Januari, indien de plaats wordt toegekend, onderscheidenlijk de toegang verleend, voor den tijd van één jaar; op den eersten werkdag in Januari en Juli, indien de plaats wordt toegekend voor een half jaar; op den eersten werkdag van de maand, indien de plaats wordt toegekend, onderscheidenlijk de toegang verleend, voor den tijd van één maand; op den eersten werkdag van iedere week, indien de plaats wordt toegekend, onderscheidenlijk de toegang verleend, voor den tijd van één week.
De Burgemeester (ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders) is bevoegd, in gevallen te zijner beoordeeling, toe te staan, dat de gelden, verschuldigd voor een plaats die voor een jaar is toegekend, in dat jaar in vier of in twaalf gelijke termijnen worden voldaan.
De in het vijfde lid van dit artikel bedoelde gelden moeten voor de eerste maal worden voldaan bij het toekennen van een plaats, onderscheidenlijk bij het verleenen van toegang.
De gelden, verschuldigd krachtens art. 5, onder a, moeten worden voldaan alvorens tot verkoop mag worden overgegaan; de gelden, verschuldigd krachtens art. 5, onder b, terstond na den afslag; de gelden, verschuldigd krachtens art. 5 onder c, op den eersten werkdag in April en October en de gelden, bedoeld in art. 26, bij vooruitbetaling.
De reductie, bedoeld in art. 23, wordt in den loop der maand Januari uitbetaald.
De ventgelden moeten bij vooruitbetaling worden voldaan.
Het in art. 27 bedoelde boekjaar loopt van 1 Juni tot en met 31 Mei.”;
4º de eerste alinea van art. 15 te doen luiden als volgt:
„De in art. 1 bedoelde belasting bedraagt:
[Pagina 3]
3 — Gemeenteblad afd. 3
a voor degenen, die door of namens den Burgemeester (ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders) als koopers, verkoopers of expediteurs tot het marktterrein worden toegelaten:
per kalendermaand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 1.—
per kalenderjaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10.—;
b voor het personeel van de onder a bedoelde personen per persoon:
per kalendermaand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 0,25
per kalenderjaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 2.—.”;
5º een nieuwe (derde) alinea aan art. 15 toe te voegen, luidende als volgt:
„In bijzondere gevallen, te zijner beoordeeling, kan de Burgemeester (ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders) bepalen, dat voor koopers, verkoopers of expediteurs, die tot het marktterrein worden toegelaten, een weektarief van ƒ 0,25 per kalenderweek zal gelden, indien zij per kalendermaand niet meer dan tweemaal een week toegang tot de Centrale Markt verlangen.”.
De Burgemeester voornoemd,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
Verschenen 7 Juli 1943. * Administratieve structuur: De tekst hanteert een strikt juridische opbouw waarbij specifieke artikelen van een eerdere verordening worden gewijzigd of aangevuld. Er is sprake van gedetailleerde regelgeving over betaaltermijnen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen dag-, week-, maand- en jaartarieven.
* Locaties: De focus ligt op de twee belangrijkste markten van Amsterdam: de Albert Cuypmarkt (Zuid) en de Ten Katemarkt (West). De grenzen van de marktgebieden worden exact gedefinieerd aan de hand van kruisende straten en grachten.
* Tarieven: De bedragen worden uitgedrukt in guldens (ƒ). Opvallend is het verschil tussen een gewone dag (0,35) en de zaterdag (0,75), wat duidt op de hogere commerciële waarde van de zaterdagmarkt.
* Terminologie: Er wordt verwezen naar de "boom- en bloemmarkt" en de "Centrale Markt". De tekst bevat typische ambtelijke spelling uit die tijd (bijv. "tusschen", "algemeene", "koopers"). * Historische periode: Dit document stamt uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Bestuur onder bezetting: De ondertekenaar, Edward Voûte, was door de Duitse bezetter aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. De zinsnede "ter waarneming van de taak van het College van Burgemeester en Wethouders" wijst op het vervallen van de democratische controle; de burgemeester nam besluiten die voorheen door het college of de gemeenteraad werden genomen.
* Economische regulering: Ondanks de oorlog en de schaarste (distributiestelsel) bleven de markten functioneren als essentiële distributiepunten voor voedsel en goederen. De overheid trachtte via deze verordeningen de informele handel te reguleren en belastinginkomsten te waarborgen.
* Handhaving: De strikte regels omtrent vooruitbetaling en de bevoegdheden van de burgemeester om termijnbetalingen toe te staan, tonen een strakke regie op de marktkooplieden in een economisch instabiele tijd.