Archiefdocument
Origineel
1943
GEMEENTEBLAD
Afdeeling 3
Volgn. 45
[Afbeelding: Stadswapen van Amsterdam met keizerskroon, geflankeerd door twee leeuwen]
VERORDENING OP HET GEMEENTELIJK CENTRAAL BUREAU VOOR HUISVESTING.
DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM brengt ter openbare kennis, dat hij bij zijn besluit van 19 Maart 1943, No. 95, heeft vastgesteld de volgende verordening:
Verordening op het Gemeentelijk Centraal Bureau voor Huisvesting.
ART. 1
Het beheer van het Gemeentelijk Centraal Bureau voor Huisvesting behoort aan den Burgemeester.
ART. 2
Het Bureau is belast met het verleenen van medewerking bij de huisvesting binnen de gemeente Amsterdam van daarvoor naar het oordeel van den Burgemeester in aanmerking komende woningzoekenden.
ART. 3
1. Aan het hoofd van het Bureau staat een leider, die belast is met de leiding en de regeling van alle werkzaamheden en aan wien het aan het Bureau verbonden personeel ondergeschikt is.
2. In de vervanging van den leider wordt door den Burgemeester voorzien.
ART. 4
De inrichting van het Bureau wordt door den Burgemeester geregeld.
De Burgemeester voornoemd,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
J. F. FRANKEN
Verschenen 7 Juli 1943. Deze verordening uit 1943 regelt de oprichting en organisatie van een "Gemeentelijk Centraal Bureau voor Huisvesting" in Amsterdam. De kernpunten zijn:
* Centralisatie van macht: De burgemeester krijgt het volledige beheer over dit bureau (Art. 1) en bepaalt de inrichting ervan (Art. 4).
* Selectieve toewijzing: Het bureau is bedoeld voor woningzoekenden die "naar het oordeel van den Burgemeester" in aanmerking komen (Art. 2). Dit geeft de burgemeester een verregaande discretionaire bevoegdheid over wie wel of niet geholpen wordt met huisvesting.
* Hiërarchische structuur: Er wordt een leider aangesteld die direct rapporteert aan en vervangen wordt door de burgemeester (Art. 3). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context is essentieel voor het begrijpen van de tekst:
* Edward Voûte: De ondertekenaar, Edward Voûte, was een collaborerend burgemeester die in 1941 door de bezetter was aangesteld na het ontslaan van de rechtmatige burgemeester De Vlugt.
* Woningnood en controle: In 1943 was er een enorme woningnood in Amsterdam door vorderingen door de Wehrmacht, bombardementen en de deportatie van de Joodse bevolking (waardoor huizen leegkwamen die door de bezetter en collaborateurs werden herverdeeld).
* Uitsluiting: De formulering "naar het oordeel van de Burgemeester" in Art. 2 moet in dit licht gezien worden: het was een instrument om politiek 'betrouwbare' burgers of NSB'ers te bevoordelen en 'onwenstelijke' elementen uit te sluiten van huisvesting. Het bureau was een onderdeel van het bureaucratische apparaat dat de bezettingspolitiek faciliteerde. J.F. Franken Gemeente Amsterdam NSB Wehrmacht