Getypte ambtelijke brief/nota met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota met handgeschreven kanttekeningen. 17 februari 1943. -3-
1 17 Februari 43
17/3/1 M. den Heer Wethouder voor
xx de Levensmiddelen.
Resumeerende geven wij U beleefd in overweging bij Besluit van den Burgemeester artikel 15 der Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden te doen aanvullen als volgt: Na het met a. aangegeven lid wordt ingevoegd:
"Den in dit lid bedoelden koopers, verkoopers of expediteurs wordt slechts in bijzondere gevallen, ter beoordeeling door of namens den Burgemeester, krachtens het kalenderweektarief, toegang tot de Centrale Markt verleend, echter niet meer dan twee maal per kalendermaand.
De Gemeentelijk Adviseur voor Voe- De Directeur,
dings- en Distributieaangelegenheden,
[Handgeschreven tekst:]
Datum ingang 1 Juni
Zie volgno. 44 Afdl. 3 - 1943 Dit document is een ambtelijk voorstel om een bestaande verordening aan te scherpen. Het betreft specifiek de toegang tot de Centrale Markt voor personen (kopers, verkopers, expediteurs) die gebruikmaken van het 'kalenderweektarief'.
De kern van de wijziging is een aanzienlijke inperking: toegang wordt niet langer automatisch verleend, maar slechts in "bijzondere gevallen". De beslissingsbevoegdheid hiervoor ligt bij de Burgemeester (of diens gemachtigde). Bovendien wordt er een harde limiet gesteld aan de frequentie: maximaal twee keer per kalendermaand.
Onderaan het document is met de hand genoteerd dat deze regeling op 1 juni 1943 is ingegaan, met een verwijzing naar een volgend dossiernummer. De formele, ambtelijke stijl is typerend voor de Nederlandse bureaucratie in de jaren veertig. Het document dateert van februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een cruciaal en streng gecontroleerd onderdeel van het dagelijks leven.
De "Centrale Markt" (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam, gezien de terminologie) speelde een sleutelrol in de voedselketen. Door de toegang voor incidentele handelaren (zij die per week betaalden in plaats van een vaste standplaats te hebben) drastisch te beperken tot tweemaal per maand, probeerde het bestuur waarschijnlijk de grip op de goederenstromen te vergroten en mogelijk de zwarte handel of onbevoegde tussenhandel in te dammen.
De genoemde functionarissen, zoals de "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de "Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden", maakten deel uit van het uitgebreide apparaat dat de rantsoenering en distributie onder toezicht van de bezetter moest uitvoeren. De handgeschreven aantekening bevestigt de daadwerkelijke implementatie van dit besluit later dat jaar.