Getypt politierapport (Afschrift).
Origineel
Getypt politierapport (Afschrift). 13 oktober 1942. No.46A/4/81 M.1942 13/10 AFSCHRIFT.
No.768 L.M.1942
: No.C 1912.
Rapport.
Naar aanleiding van bijgaand schrijven van den heer Secretaris van den Landstand, rapporteert Agent van Politie R.Keizer (3934), veldwachter in het rayon Durgerdam van de voormalige gemeente Rans-dorp het volgende.
Nadat het Tweede Uitvoeringsbesluit van het visscherijbesluit 1941, Regeling van de Vischvoorziening van de Gemeente Amsterdam, in werking was getreden, heeft rapporteur zich telefonisch in verbinding gesteld met het Marktwezen in Amsterdam, om inlichtingen te bekomen, over het verkoopen van visch, door de hier wonende vischhandelaren, welke hun toewijzing van den vischafslag te Monnikendam ontvangen.
Daar gaf men mij rapporteur den raad mij daarover in verbinding te stellen met de Visscherijcentrale in Den Haag, aangezien men daar van meening was, dat voornoemd besluit niet van toepassing was op visch, die van den afslag te Monnikendam kwam.
Hierna zijn er bij mij, rapporteur, twee contrôleurs der visscherijcentrale geweest, die mij over het één en ander inlichtingen hebben gevraagd, maar heb ik daar verder niets meer over vernomen.
Er zijn hier op Durgerdam drie vischhandelaren die hun toewijzing van Monnikendam ontvangen, te weten:
B.Kleijn, Durgerdammerdijk B 131
P.Bakker, Durgerdammerdijk B 99
K.Duinkerken, Durgerdammerdijk B 79.
Handelaar B.Kleijn vent zijn visch in de Gemeente Oostzaan en Diemerbrug, verder heeft hij hier op Ransdorp 21 vaste klanten en op Durgerdam 6, terwijl er ook menschen van Nieuwendam visch bij hem komen halen.
Handelaar P.Bakker, heeft in Ransdorp-0 vaste klanten, in Nieuwedam 60 stuks en in Durgerdam 21.
De namen en adressen van deze vaste klanten werden mij, rapporteur door elk der drie handelaren zonder eenige terughoudendheid verstrekt. Door mij, rapporteur, zijn hierna aan den hand van deze namen en adressen steekproeven genomen en verklaarde deodoor mij bezochte menschen, dat zij door de handelaren voornoemd, op geregelde tijden van visch werden voorzien, terwijl mij daarbij ook niet is kunnen blijken van het vragen van te hooge prijzen, door die handelaren.
Er wordt hier regelmatig zoowel door mij, rapporteur als door de contrôleurs van de visscherijcentrale, contrôle op de clandestiene verkoop van visch gehouden. Hierbij blijkt mij dan ook steeds, dat de menschen die van en naar de richting Amsterdam gaan, hoofdzakelijk bewoners van het tuindorp Nieuwendam zijn, die hun visch van den handelaar P.Bakker, voornoemd betrekken. Voor de bewoners van Nieuwendam is de afstand naar het Mosplein te Amsterdam ongeveer gelijk aan dien naar Durgerdam en ligt het voor den hand, dat zij liever in Durgerdam hun visch halen dan op het Mosplein, aangezien zij hier niet in de rij behoeven te staan.
De bestaande toestand is op het oogenblik, wat de vischvoorziening van Amsterdam-Noord betreft, m.i. niet te verbeteren, aangezien, dat, indien de bewoners van Nieuwendam, b.v. op Durgerdam geen aal meer kunnen betrekken, deze daardoor dan het Mosplein aange- In dit rapport doet veldwachter Keizer verslag van een onderzoek naar de visdistributie in Durgerdam. De kern van het onderzoek is of de lokale visboeren (Kleijn, Bakker en Duinkerken) zich houden aan de regels van het "Tweede Uitvoeringsbesluit van het visscherijbesluit 1941".
Keizer concludeert dat:
1. De handelaren transparant zijn over hun klantenbestand.
2. Er geen sprake is van prijsopdrijving (zwarte handel tegen te hoge prijzen).
3. De bewoners van Tuindorp Nieuwendam (Amsterdam-Noord) naar Durgerdam trekken voor hun vis (met name aal) omdat de afstand vergelijkbaar is met die naar het Mosplein, maar ze in Durgerdam het grote voordeel hebben dat ze niet in de rij hoeven te staan.
De veldwachter adviseert de huidige situatie te laten voortbestaan, omdat het systeem naar behoren werkt en de voedselvoorziening voor de bewoners van Amsterdam-Noord op deze wijze het meest efficiënt is georganiseerd. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via het distributiestelsel. De "Landstand", die in het rapport wordt genoemd, was een door de nazi's ingestelde organisatie die de controle moest krijgen over de Nederlandse boeren en vissers.
Het rapport illustreert de bureaucratische complexiteit van die tijd: de veldwachter moet laveren tussen de regels van de gemeente Amsterdam, de Visscherijcentrale in Den Haag en de aanvoer vanuit de afslag in Monnikendam. Daarnaast geeft het een inkijkje in het dagelijks leven: de schaarste leidde tot lange wachtrijen bij officiële distributiepunten (zoals het Mosplein), waardoor burgers uit de stad naar de randgemeenten zoals Durgerdam trokken in de hoop daar makkelijker aan voedsel (zoals paling/aal) te komen.