Politierapport (vervolgpagina, gemarkeerd met -2-)
Origineel
Politierapport (vervolgpagina, gemarkeerd met -2-) 24 september 1942 -2-
wezen zouden zijn, waardoor daar de spoeling aanmerkelijk dunner zou worden.
Voorts zou er bij een mindere soepele regeling van de vischvoorziening van Durgerdam en omstreken, groote kans bestaan, dat er door de consumenten regelrecht van de visschers werd gekocht, en eerst recht de clandestiene handel zou gaan bloeien.
Wat de clandestiene handel hier ter plaatse betreft is het natuurlijk mogelijk, dat er wel eens visch door de mazen van het contrôlenet heenglipt, maar als men dan de geringe vangsten in dit seizoen in aanmerking neemt en hetgeen door de visschers aan den ~~afslagkexxxxxxx~~ afslag in Monnikendam wordt afgeleverd, kunnen er nooit groote partijen verhandeld zijn en lijkt mij, rapporteur de in bijgaand schrijven gebruikte uitdrukking van "een levendige clandestiene handel" wel wat sterk.
De partijen clandestiene visch die hier door mij, rapporteur fof door de contrôleurs van de visscherijcentrale achterhaald zijn bij contrôle, waren dan ook nooit grooter dan vijf tot tien kilogram.
Het komt hier wel eens voor des zomers, dat de visch bij warm weer door de heen en terugreis naar Monnikendam, minder frisch aankomt. In dat geval wordt de visch om bederf te voorkomen, ook wel eens aan de bezoekers van de badinrichting alhier verkocht, maar de dorpsgenooten gaan dan altijd nog voor.
Er hebben mij dan ook nooit klachten bereikt van de bewoners van Durgerdam of de andere dorpen, dat zij geen visdh op Durgerdam konden bekomen. Bovendien is door mij, rapporteur aan den hier wonende vischhandelaar J. Tuin, Durgerdammerdijk B 9, die een vaste standplaats op het Mosplein heeft en goed bekend is met de verschillende bewoners van Durgerdam en omstreken gev aagd of hij wel eens heeft gezien, dat er van Durgerdam of andere dorpen uit den omtrekt bewoners visch kwamen koopen op het Mosplein.
Tuin verklaarde mij hierna, dat hij nog nooit gezien had, dat ook maar iemand als vorenbedoeld op het Mosplein visch kocht.
De handelaar K. Duinkerken rookt in den regel de hem toegewezen aal. Hiervoor heeft hij alleen op Durgerdam ongeveer 30 vaste klanten, terwijl hij ook op markten buiten Amsterdam verkoopt.
Het komt natuurlijk voor, dat indien de toewijzing niet te groot is, er vele liefhebbers teleurgesteld moeten worden. Men ziet hier dan ook vaak, dat de menschen die van Nieuwendam komen om te hooren of er aal is, weer met leege tasschen terug gaan. Maar dit wekt wel eens den indruk of er wonder wat aal van Durgerdam gehaald wordt.
Verder wordt er ook aan niet-vaste klanten verkocht en verklaarden de handelaren mij, dat indien zij aal hadden, zij deze aan ieder die er om kwam, verkochten.
Amsterdam, 24 September 1942.
De rapporteur voornoemd,
R.Keizer.
Gezien:
Den vervangend Commissaris van Politie
Chef in de 1e sectie. In dit rapport reageert rapporteur R. Keizer op beweringen over een "levendige clandestiene handel" in vis in het dorp Durgerdam. Keizer nuanceert deze beweringen sterk. Hij voert aan dat de vangsten in het seizoen gering zijn en dat de onderschepte illegale partijen slechts klein (5 tot 10 kg) zijn.
De rapporteur geeft logische verklaringen voor lokale visverkoop buiten de officiële afslag in Monnikendam om:
1. Bederf: Bij warm weer wordt vis die niet vers genoeg meer is voor transport naar de afslag direct lokaal verkocht (bijv. bij de badinrichting).
2. Lokale distributie: Lokale handelaren zoals J. Tuin en K. Duinkerken voorzien in de behoefte van de eigen inwoners en vaste klanten.
3. Perceptie: De aanwezigheid van mensen uit nabijgelegen plaatsen zoals Nieuwendam die (vaak tevergeefs) voor aal komen, wekt de onterechte indruk van grootschalige handel.
Keizer concludeert dat er geen sprake is van omvangrijke illegale handel, maar eerder van een moeizame legale visvoorziening. Het document dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening streng gerantsoeneerd en werd de handel nauwgezet gecontroleerd door instanties zoals de Visserijcentrale.
Vissers waren verplicht hun vangst via de officiële afslagen (zoals die in Monnikendam) te verhandelen om de distributie te kunnen beheersen. "Clandestiene handel" of zwarte handel was een groot economisch en politiek delict. Dit rapport illustreert het spanningsveld tussen de strenge centrale regelgeving van de bezetter en de praktische, lokale realiteit in een vissersdorp, waarbij de lokale politie soms een bemiddelende of nuancerende rol speelde om de lokale bevolking te ontlasten van al te zware beschuldigingen.