Handgeschreven conceptbrief/notitie voor ambtelijke correspondentie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief/notitie voor ambtelijke correspondentie. 17 september 1942. [Linksboven:]
Vischvoorziening A'dam,
~~v. A'dam~~
[Rechtsboven:]
17/9 1942
[Omkaderd:] in concept typen spoed
~~W. i. h. M.~~
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantteekening dd. 1 en 10 Sept. jl. om advies ontvangen stukken No 768 L.M. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat de door Durgerdammer visschers aangevoerde aal en paling ~~in opdracht der N.V.C. wordt gezonden~~ naar den vischafslag te Monnikendam gezonden behoort te worden. Op dezen afslag ~~Monnikendammer~~ hebben een aantal groothandelaren (rookerij) een toewijzing, doch ook kleine handelaren uit Monnikendam en omstreken (waaronder ook Durgerdam) ontvangen op dezen primairen ~~v.~~ afslag ~~een deel~~ visch.
De groothandelaren-rookers zijn door de N.V.C. verplicht om een gedeelte van hun toewijzing naar de A'damsche verdeling te zenden; de gem. afslag ontvangt dan ook regelmatig gerookte aal van deze handelaren. Bedoelde kleinhandelaren... Het document is een ambtelijk concept waarin de logistieke keten van de visvoorziening (met name aal en paling) voor Amsterdam wordt uitgelegd. De kern van het bericht is dat de vangst van de vissers uit Durgerdam verplicht naar de afslag in Monnikendam gaat.
Daar vindt een verdeling plaats:
1. Groothandelaren/Rokerijen: Zij krijgen een toewijzing, maar zijn door de N.V.C. verplicht een deel van hun voorraad (als gerookte aal) door te leveren aan de Amsterdamse distributie.
2. Kleine handelaren: Zij krijgen vis voor de lokale verkoop (Monnikendam, Durgerdam en omstreken).
De tekst illustreert de strikte regulering van de voedselvoorziening tijdens de oorlogsjaren, waarbij lokale vangsten centraal werden geregistreerd en verdeeld om de stedelijke gebieden te bevoorraden. Dit document stamt uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening stond in deze periode onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse departementen.
De genoemde N.V.C. is de Nederlandsche Visscherij Centrale, een crisisorganisatie die toezag op de vangst, prijsvorming en distributie van vis. Omdat Amsterdam kampte met grote voedseltekorten, werd vis uit de omliggende plaatsen (zoals het toenmalige vissersdorp Durgerdam en de afslag Monnikendam) via dwingende toewijzingen naar de stad gedirigeerd. Het "L.M. nummer" in de tekst verwijst waarschijnlijk naar een dossier van het Departement van Landbouw en Visscherij.