Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk van de Visscherijcentrale).
Origineel
Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk van de Visscherijcentrale). Na 1941 (gegeven de referentie naar het Visscherijbesluit 1941). De context van de C.C.D. wijst op de oorlogsjaren (ca. 1942-1944). - 5 -
om de zaak in contrôle te nemen.
Punt 2 C: Aanvulling van het 2e Uitvoeringsbesluit van de Visscherijbesluit 1941.
Den Heer Van Meurs geeft een uitzetting van de besproken maatregelen. Aanvankelijk is gedacht, om het 2e Uitvoeringsbesluit in dezelfde geest aan te vullen als het in Den Haag is voorgeschreven. Naar een rijp beraad zijn wij daar echter teruggekomen, omdat is gebleken, dat de contrôle van de C.C.D. zeer onvoldoende is. Op 160 winkeliers zijn slechts 4 contrôleurs beschikbaar.
Den Heer Haasnoot is het met den Heer Van Meurs eens, dan het beter is om de dezen bestaande toestand niet te wijzigen.
Punt 2 D : Het rechtstreeks betrekken van aal van primairen afslagen door de kleinhandelaar Buter, Berger, van Bergen en Jansen.
Den Heer Van Meurs geeft een overzicht van de moeilijkheden, welke hierdoor het vorige seizoen zijn ondervonden met de kleinhandelaren, die wel verplicht zijn om van de verdeeling visch te betrekken. Het is voor de goede gang van zaken ten zeerste gewenscht, dat alle te Amsterdam gevestigde kleinhandelaren, van visch worden voorzien door de verdeeling te Amsterdam. [Handgeschreven markering: L]
Den Heer Haasnoot kan een en ander onderschrijven en zal [Handgeschreven invoeging: deze oplossing] overwegen of deze kleinhandelaren te berichten, dat zij verplicht zullen worden om hun toewijzigen van de primairen afslagen als grossiers te Amsterdam in de verdeeling te leveren. [Doorgehaald: Als kleinhandelaar kunnen deze personen dan in de verdeeling worden opgenomen.]
Spreker deelt mede, dat hij deze dagen nog nader te zijne kantore zal onderzoeken, teneinde na te gaan waarom het vorig jaar [Doorgehaald: geen goed] [Handgeschreven invoeging: deze figuur] is gekozen.
De Visscherijcentrale zal hierop dus nader terugkomen.
[Handgeschreven kanttekening links]:
L de thans nog bestaande
[Handgeschreven toevoeging onderaan]:
L de Heer Haasnoot zegt dat z.i. de betrokken kleinhandelaren t.a.v. hun toewijzingen op de primaire veilingen als grossiers zouden kunnen worden beschouwd. De Centrale zou hen dan moeten verplichten hun toewijzing voor 100% naar de afslag te Amsterdam te sturen. Zij zouden vervolgens te Amsterdam als kleinhandelaren volgens bestaande normen in de verdeelregeling kunnen worden opgenomen. Het document verslaat een discussie over de distributie en controle van vis (met name aal) tijdens de bezettingsjaren. Er komen twee hoofdpunten aan bod:
- Handhavingsproblematiek (Punt 2C): Er wordt afgezien van een voorgestelde wijziging in de uitvoeringsbesluiten omdat de handhavingscapaciteit van de C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst) tekortschiet. Met slechts 4 controleurs voor 160 winkeliers wordt toezicht onmogelijk geacht.
- Distributie-omzeiling (Punt 2D): Vier specifieke kleinhandelaren (Buter, Berger, van Bergen en Jansen) kopen hun aal rechtstreeks in bij primaire afslagen in plaats van via de centrale distributie in Amsterdam. Dit verstoort de gecontroleerde verdeling.
De voorgestelde oplossing (zoals verduidelijkt in de handgeschreven noot) is een bureaucreactieve kunstgreep: deze winkeliers worden voor hun directe inkopen als 'grossiers' (groothandelaars) beschouwd. Hierdoor kunnen zij verplicht worden hun volledige voorraad eerst naar de Amsterdamse afslag te sturen, waarna zij weer via de normale kanalen als kleinhandelaar hun toewijzing ontvangen. Dit diende om de centrale grip op de voedselvoorziening te herstellen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De referentie naar het "Visscherijbesluit 1941" en de "C.C.D." is hierbij cruciaal. De C.C.D. was de instantie die tijdens de oorlog toezag op de naleving van de distributieregels en de bestrijding van de zwarte handel.
De visserijsector was in deze periode streng gereguleerd om de voedselvoorziening voor de bevolking (en de bezetter) te stroomlijnen. Amsterdam fungeerde als een centraal distributiepunt. Het document illustreert de voortdurende strijd van de autoriteiten tegen "lekken" in het systeem, waarbij handelaren probeerden buiten de centrale kanalen om handel te drijven. De handgeschreven aanpassingen tonen aan hoe er op ambtelijk niveau gezocht werd naar juridische definities (het bestempelen van een retailer als grossier) om ongewenste handelspraktijken binnen de mazen van de wet te vangen.