Handgeschreven ambtelijke notities / bespreekverslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notities / bespreekverslag. 22 februari 1942 (vermeld in de tekst). aalrokerijen op V’dam
opdoeken, wanneer er
niet meer gerookt mag
worden.
M moet alle medewerking
verlangen tegen zwarten
handel in Volendam
Konijn zegt toe. Zit in paar
handen. Is weinig tegen te
doen.
153 man in de verdeeling
80 voor Edam
Lammes en Goosjes 22/2 ’42
vergelijking met IJmuiden
grossiers, kleinhandelaren
Te vergelijken met V’dam.
Waarom een voor V. uit-
zonderingspositie
dat te V’dam gehuurd
gedeelte van de buitenvaarders
botters lossen buiten afslag
500 p. 200 i. afslag
200 buiten Het document bevat aantekeningen over de regulering van de visserijsector en de handel in Volendam en Edam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst is verdeeld in twee secties:
- Bovenste gedeelte: Bespreekt de dreiging van het sluiten ("opdoeken") van de palingrokerijen in Volendam als er een rookverbod van kracht wordt. Er is sprake van een actieve aanpak van de "zwarten handel" (zwarte markt). Een zekere "Konijn" (een bekende Volendamse familienaam) wordt genoemd als betrokkene die toezeggingen doet, hoewel men erkent dat de handel in handen van enkelen is en moeilijk te bestrijden. Er worden cijfers genoemd over de "verdeeling" (distributie) van mankracht of middelen tussen Volendam en Edam.
- Onderste gedeelte: Gedateerd op 22 februari 1942. Hier wordt de situatie in Volendam vergeleken met die in IJmuiden wat betreft de positie van grossiers en kleinhandelaren. Er wordt kritisch gevraagd waarom Volendam een "uitzonderingspositie" geniet. De tekst wijst op een specifiek probleem: botters (vissersschepen) die hun vangst "buiten de afslag" om lossen, wat duidt op illegale handel buiten het officiële veilsysteem om. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) stond de voedselvoorziening onder strikte controle van de distributiediensten. Volendam was als visserijdorp een brandpunt van zowel officiële voedselproductie als grootschalige zwarte handel. De "afslag" was het centrale punt waar de overheid controle probeerde te houden op de visstromen. Het "buiten de afslag om" verkopen was een veelvoorkomende methode om de rantsoenering en prijsbeheersing van de bezetter te omzeilen. Deze notities lijken afkomstig van een controleur, ambtenaar of bewindvoerder die de economische misstanden en de uitzonderingsstatus van de lokale visserij in kaart bracht.
Samenvatting
Het document bevat aantekeningen over de regulering van de visserijsector en de handel in Volendam en Edam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst is verdeeld in twee secties:
- Bovenste gedeelte: Bespreekt de dreiging van het sluiten ("opdoeken") van de palingrokerijen in Volendam als er een rookverbod van kracht wordt. Er is sprake van een actieve aanpak van de "zwarten handel" (zwarte markt). Een zekere "Konijn" (een bekende Volendamse familienaam) wordt genoemd als betrokkene die toezeggingen doet, hoewel men erkent dat de handel in handen van enkelen is en moeilijk te bestrijden. Er worden cijfers genoemd over de "verdeeling" (distributie) van mankracht of middelen tussen Volendam en Edam.
- Onderste gedeelte: Gedateerd op 22 februari 1942. Hier wordt de situatie in Volendam vergeleken met die in IJmuiden wat betreft de positie van grossiers en kleinhandelaren. Er wordt kritisch gevraagd waarom Volendam een "uitzonderingspositie" geniet. De tekst wijst op een specifiek probleem: botters (vissersschepen) die hun vangst "buiten de afslag" om lossen, wat duidt op illegale handel buiten het officiële veilsysteem om.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) stond de voedselvoorziening onder strikte controle van de distributiediensten. Volendam was als visserijdorp een brandpunt van zowel officiële voedselproductie als grootschalige zwarte handel. De "afslag" was het centrale punt waar de overheid controle probeerde te houden op de visstromen. Het "buiten de afslag om" verkopen was een veelvoorkomende methode om de rantsoenering en prijsbeheersing van de bezetter te omzeilen. Deze notities lijken afkomstig van een controleur, ambtenaar of bewindvoerder die de economische misstanden en de uitzonderingsstatus van de lokale visserij in kaart bracht.