Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. behandelen met N.V.C.
ten beste. zwarten handel.
veel intensiever contróle.
1º op visschers
dan krijgt A’dam ook
zijn portie.
maar nu wordt
A’dam stiefm. bedeeld.
NB. buiten afslag om heeft niets
met de V. regeling te
maken, hoewel we dit
wel met Haarsm. zullen
bespreken. Dit nu niet
behandelen.
collectievorm? Nu echter V. regeling.
op wat voor goede gronden
V. uit elkaar rijten? Dan moet
er toch een sterk A’damsch belang
zijn.
Daarom regeling met V.
benutten nat. / komt gezocht. Dit document is een interne werknotitie, waarschijnlijk van een ambtenaar of bestuurder betrokken bij de voedselvoorziening. De kern van het betoog is dat Amsterdam ("A’dam") momenteel "stiefmoederlijk bedeeld" wordt wat betreft de aanvoer van vis.
De schrijver stelt voor om de controle op vissers te intensiveren om de "zwarten handel" tegen te gaan en de aanvoer via de officiële kanalen (de N.V.C.) te verbeteren. Er wordt gerefereerd aan een "V. regeling" (vermoedelijk de Visregeling). Er is een discussie over het al dan niet "uit elkaar rijten" van deze regeling; de schrijver maant tot voorzichtigheid en stelt dat er een zeer groot Amsterdams belang moet zijn om bestaande structuren te veranderen. De naam "Haarsm." (mogelijk Haarsma) wordt genoemd als contactpersoon voor verder overleg. De gebruikte termen zoals "zwarten handel", "N.V.C." (Nederlandsche Voedselvoorzieningsvoor-Commissie) en de focus op eerlijke distributie naar de grote steden duiden op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe wederopbouwperiode daarna.
Tijdens de bezetting en de vroege naoorlogse jaren was de voedseldistributie een cruciaal politiek instrument. Amsterdam kampte, zeker tijdens de Hongerwinter, met enorme tekorten terwijl er op het platteland en via de illegale handel (de "zwarte markt") nog goederen beschikbaar waren. De notitie weerspiegelt de ambtelijke strijd om grip te krijgen op de voedselstromen en de frustratie over de achtergestelde positie van de hoofdstad ten opzichte van de visserijplaatsen waar de "afslag" plaatsvond.
Samenvatting
Dit document is een interne werknotitie, waarschijnlijk van een ambtenaar of bestuurder betrokken bij de voedselvoorziening. De kern van het betoog is dat Amsterdam ("A’dam") momenteel "stiefmoederlijk bedeeld" wordt wat betreft de aanvoer van vis.
De schrijver stelt voor om de controle op vissers te intensiveren om de "zwarten handel" tegen te gaan en de aanvoer via de officiële kanalen (de N.V.C.) te verbeteren. Er wordt gerefereerd aan een "V. regeling" (vermoedelijk de Visregeling). Er is een discussie over het al dan niet "uit elkaar rijten" van deze regeling; de schrijver maant tot voorzichtigheid en stelt dat er een zeer groot Amsterdams belang moet zijn om bestaande structuren te veranderen. De naam "Haarsm." (mogelijk Haarsma) wordt genoemd als contactpersoon voor verder overleg.
Historische Context
De gebruikte termen zoals "zwarten handel", "N.V.C." (Nederlandsche Voedselvoorzieningsvoor-Commissie) en de focus op eerlijke distributie naar de grote steden duiden op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe wederopbouwperiode daarna.
Tijdens de bezetting en de vroege naoorlogse jaren was de voedseldistributie een cruciaal politiek instrument. Amsterdam kampte, zeker tijdens de Hongerwinter, met enorme tekorten terwijl er op het platteland en via de illegale handel (de "zwarte markt") nog goederen beschikbaar waren. De notitie weerspiegelt de ambtelijke strijd om grip te krijgen op de voedselstromen en de frustratie over de achtergestelde positie van de hoofdstad ten opzichte van de visserijplaatsen waar de "afslag" plaatsvond.