Handgeschreven memo/notitie met bespreekpunten.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie met bespreekpunten. 2 maart 1943. 5 X
Punten voor bespreking met HH. Haasnoot, Veltkamp en evtl. Vriens (garnalen) op dinsdag 2 Maart 1943
-
Garnalen uit Zeeland. Door de manipulaties van grossier Rooseman is diens toewijzing in Zeeland (Vlissingen) in vergelijking met 1942 teruggeloopen van 3/8 % op 1/7 %. (Jaarlijks worden door de N.V.C. de percentages opgebracht aan de hand van de aankoopen der grossiers over het afgeloopen jaar; Rooseman heeft in het afgeloopen jaar zijn toewijzigingen in Zeeland lang niet opgenomen; vandaar zijn achteruitgang) Door de handelingen van een particulier moet A'dam evenwel een belangrijke hoeveelheid garnalen missen, hetgeen toch in dezen tijd v. voedselschaarste wel al te dwaas is. Vriens der N.V.C. is bereid in te grijpen door òf Rooseman geheel uit te schakelen en de toewijziging aan een ander te geven, òf door R. zijn 1/7 % te laten houden en de overige 2/8 % aan een anderen (nieuwen) A'dammer aanvoerder te geven. Dit laatste acht hij, ter vermijding van conflicten met den groep R. wenschelijker. Thans defin. oplossing bespreken met Haasnoot.
-
Visch.
- A. Volendammer regeling.
- B. Kwestie Durgerdammer aal. (niet naar M'dam, doch rechtstreeks naar A'damschen afslag)
- C. Aanvulling 2e Uitvoeringsbesluit — contröle op winkels.
- D. Kwestie Buter, Bergen, Bambergen, L. Jansen. Betrekken v. aal, rechtstreeks v. primairen afslag.
- E. In verband hiermede kwestie Bergen die nog steeds zeevisch en zoetw. visch rechtstreeks v. groothandelaren in den lande, dus buiten verdeeling om, betrekt. Komt alleen voor garnalen en mosselen op vischmarkt.
F.I
2.0.2. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem bij punt 1 is een bureauctratische kwestie rondom quota (toewijzingen). Omdat grossier Rooseman zijn eerdere quota niet volledig benutte, zijn deze door de N.V.C. verlaagd. Dit leidt echter tot een tekort in de aanvoer naar Amsterdam ("A'dam").
De schrijver benadrukt de absurditeit van deze situatie in een tijd van "voedselschaarste". Er wordt gezocht naar een pragmatische oplossing: het herverdelen van de resterende quota naar een nieuwe Amsterdamse aanvoerder om de bevoorrading van de stad veilig te stellen, zonder direct een groot conflict met de groep rondom Rooseman te veroorzaken.
Bij punt 2 zien we een focus op het bestrijden van de 'grijze' of 'zwarte' markt. Men wil de visstroom dwingen via de officiële afslagen te lopen ("rechtstreeks naar A'damschen afslag") in plaats van "buiten verdeeling om". Dit was essentieel voor het functioneren van het distributiesysteem en de controle door de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse bureaucratie. In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. De Nederlandsche Vischcentrale (N.V.C.) was de centrale instantie die namens de overheid (onder toezicht van de Duitse bezetter) de handel in vis reguleerde. Alles moest via officiële kanalen verlopen om rantsoenering mogelijk te maken en de Duitse Wehrmacht van voorraden te voorzien.
De genoemde "Volendammer regeling" en het "2e Uitvoeringsbesluit" verwijzen naar specifieke juridische instrumenten die werden gebruikt om de grip op de handelaren en winkeliers te verstevigen. De angst voor tekorten in de grote steden zoals Amsterdam was groot, wat de urgentie van deze bespreking verklaart. Het document illustreert de verschuiving van een vrije markt naar een volledig gestuurde planeconomie waarin elke procent aan toewijzing cruciaal was voor de overleving van de stedelijke bevolking.