Getypt concept-memorandum met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypt concept-memorandum met handgeschreven kanttekeningen. Vermoedelijk begin 1943 (verwijst naar het komende seizoen van april 1943). [Links bovenin, handgeschreven:]
6 x
[onleesbare paraaf/handtekening]
[Getypt:]
C o n c e p t
V I S C H V E R D E E L I N G ; [handgeschreven:] Punten voor een bespreking in de Directie Marktwezen
Verschillende kwesties, welke vóór den aanvang van het nieuwe seizoen (April 1943) onder het oog moeten worden gezien.
-
Volendammer regeling.
Bij den aanvang van het nieuwe aalseizoen zullen de Volendammers stellig weer verzoeken –met steun van de Nederlandsche Visscherij Centrale om de aal op hun eigen afslag te Volendam onder elkaar te verdeelen.
Hoewel aan de hand van de cijfers van het seizoen 1942 niet kan worden gezegd, dat de regeling voor Amsterdam ongunstig heeft gewerkt (aan het einde van het seizoen was de verhouding van de toewijzingen van aal in Volendam in vergelijking met die van aal + zoetwatervisch te Amsterdam ongeveer gelijk), zal het, vooral met het oog op contrôle-moeilijkheden te Volendam zeer gewenscht zijn, om alle aal te Amsterdam te doen aanvoeren en verdeelen. De Volendammers worden dan nl. belanghebbenden, dat te Amsterdam zooveel mogelijk aal uit Volendam wordt aangevoerd, waardoor onregelmatigheden te Volendam wellicht kunnen worden ondervangen.
Met Nederlandsche Visscherij Centrale te bespreken om te trachten het formeele bezwaar der Centrale (eigen toewijzingen Volendammers op primairen afslag) te ontzenuwen. -
Te Durgerdam aangevoerde aal (vide hieromtrent correspondentie en machtiging Wethouder d.d. 8 October 1942 no. 768 L.M. om met Nederlandsche Visscherij Centrale overleg te plegen; bijlage gemerkt 2).
Getracht moet worden bij de Nederlandsche Visscherij Centrale te bereiken dat:
de te Durgerdam aangevoerde aal niet meer naar Monnikendam wordt gezonden maar naar Amsterdam. De Nederlandsche Visscherij Centrale zou bereid moeten zijn om deze aal boven de normaal naar Amsterdam gedirigeerde aal naar de verdeeling te zenden. Dit document is een ambtelijke voorbereiding op een overleg over de visdistributie in de regio Amsterdam. De kern van het betoog is de wens tot verdere centralisatie van de visaanvoer in de hoofdstad.
De tekst belicht een specifiek conflict tussen lokale vissersgemeenschappen (Volendam) en het centrale gezag in Amsterdam. Hoewel de cijfers uit 1942 aantoonden dat de lokale verdeling in Volendam niet direct nadelig was voor de Amsterdamse voorraad, pleit de auteur toch voor afschaffing hiervan. De voornaamste reden is de "contrôle". Men vreest "onregelmatigheden" (waarschijnlijk doelt men op de zwarte handel) wanneer vis op lokale, minder goed bewaakte afslagen wordt verdeeld. Door alle vis naar de Amsterdamse afslag te dwingen, hoopt men de controle op de rantsoenering te verstevigen. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was voedselvoorziening een kritieke kwestie. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" (NVC) was het door de overheid (onder toezicht van de bezetter) ingestelde orgaan dat de visserijsector strak reguleerde.
Vanwege de schaarste was alles aan rantsoenering onderhevig. De grote steden kampten met enorme tekorten, terwijl in vissersdorpen de verleiding groot was om een deel van de vangst buiten de officiële kanalen om ("de zwarte markt") te verhandelen. De poging van de Directie Marktwezen om vis uit Volendam en Durgerdam direct naar Amsterdam te dirigeren, was een strategische zet om de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking veilig te stellen en de illegale handel in de buitengebieden in te dammen.