Notulen/verslag van een vergadering (mogelijk een vakgroep of distributiecommissie).
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering (mogelijk een vakgroep of distributiecommissie). - 18 -
nieuw euvel, namelijk het door dezelfde menschen in de rij staan, die de visch koopen, om deze dan voor zwarte prijzen te gaan verkoopen. Ook bij aanvulling van dit Uitvoeringsbesluit blijft contrôle toch zeer moeilijk en ondoeltreffend. De C.C.T. beschikt slechts over 4 contrôleurs, die onmogelijk op 150 verkoopplaatsen (winkels) kunnen zijn. Daarom is de voorgestelde verbetering en aanvulling van het Uitvoeringsbesluit wel een kleine verbetering, doch in de practijk moet men er zich niet veel van voorstellen.
De Heer Böhne deelt mede, dat nu blijkt, dat ten aanzien van het bestaande Uitvoeringsbesluit misverstand bestaat bij den kleinhandel en speciaal bij de winkeliers. De winkeliers dachten namelijk, dat het al nu reeds verboden was om vaste klanten te bedienen, hoewel spreker toegeeft, dat de winkeliers in de practijk inderdaad visch voor hun vaste klanten achterhouden. De nieuwe redactie van het Tweede Uitvoeringsbesluit zal naar sprekers meening aanleiding geven tot conflicten met het publiek. Deze redactie zal namelijk beteekenen, dat de vrouwen met kinderen nooit meer voor visch in aanmerking kunnen komen. Deze zijn namelijk niet in staat om elken dag in de rij te gaan staan voor visch.
De Heer Lammers wijst erop, dat de straathandelaren ook verplicht zijn om direct aan het publiek te verkoopen zonder achterhouding voor vaste klanten. Spreker wijst op de moreele verplichting van iederen kleinhandelaar om zijn oude vaste klanten te blijven bedienen. Is het niet mogelijk om een dusdanige regeling voor den straathandel te treffen. De geheele vergadering is echter van meening, dat dit niet mogelijk is en dat dit op den openbaren weg tot groote moeilijkheden aanleiding zal geven.
Er wordt gediscussieerd over klantenbinding, doch de Heer Van Meurs wijst erop, dat dit niet mogelijk is. Deze aangelegenheid is voor het artikel groente uitvoerig door hem bekeken en behandeld en het is niet mogelijk om een goede oplossing te vinden.
De Heer Lammers wijst erop, dat ondanks het achtste Uitvoeringsbesluit de Haagsche winkeliers de toewijzing verkoopen aan wie zij willen.
De Heer Rienstra wijst erop dat de winkeliers meer verplicht zijn om naar de toekomst te kijken, dan de straathandelaren. De winkelier is na den oorlog weder op zijn ouden klantenstand aangewezen.
De Heer Van Meurs deelt mede, dat de aangelegenheid nog nader onder de oogen zal worden gezien.
De Heer Sliphorst dringt er met klem op aan, dat de kleinhandelaren Buter, Bambergen en Bergen in het aanstaande aalseizoen verplicht worden om hun visch van de Amsterdamsche verdeeling te betrekken. Dit zal veel moeilijkheden bij de * Handhaving: Er is een groot tekort aan toezichthouders. Slechts 4 controleurs (van de C.C.T.) moeten 150 locaties controleren, wat fraude en zwarte handel in de hand werkt.
* Sociale ongelijkheid: Er wordt gewezen op het feit dat strikte "rij-verkoop" ongunstig is voor vrouwen met kinderen, die fysiek niet in staat zijn dagelijks uren in de rij te staan.
* Vaste klanten vs. Vrije verkoop: Er bestaat een spanningsveld tussen de plicht om aan iedereen te verkopen (om zwarthandel te voorkomen) en de wens van winkeliers om hun trouwe klanten te behouden met het oog op de periode "na den oorlog".
* Sectorale verschillen: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de positie van winkeliers (met een vaste zaak) en straathandelaren.
* Regionale focus: De tekst noemt specifiek "Haagsche winkeliers" en de "Amsterdamsche verdeeling", wat duidt op overleg tussen grote steden of landelijke distributieorganen. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De voedselsituatie was destijds precair en de handel was onderworpen aan strikte distributieregels ("Uitvoeringsbesluiten"). De genoemde "zwarte prijzen" verwijzen naar de zwarte markt die ontstond door schaarste.
De "C.C.T." staat waarschijnlijk voor de Centraal Controle Team, een instantie die toezicht hield op de naleving van de distributievoorschriften. De discussie over "na den oorlog" (laatste alinea's) toont aan dat men, ondanks de bezetting, al bezig was met de economische herpositionering voor de tijd na de bevrijding. De vissector was een cruciale bron van eiwitten, waardoor de regulering ervan een hoog politiek en maatschappelijk belang had.