Handgeschreven verslag/notities van een vergadering.
Origineel
Handgeschreven verslag/notities van een vergadering. 18 september 1942. Verdeelings Com. 18/9 1942
v. Meurs, Sikma, Sieb.
de Haer. Rienstra, Frommé, Böhne,
Lammers, Sliphorst, Punt Mooyer.
Zeevisch: 4 weken proef.
Thans om. [omtrent] moeilijkheden herzien
en doorgaan op basis daarvan regeling
eventueel aanvullen of herzien.
Gebreken op hoofdindeling.
Imp. [Import/Importantie] Aanvoer zeevisch zeer gering.
[Doorgehaald: Ramen (?) nhlst] verdeeling zoetwatervisch
groote moeilijkheden.
Zeevisch: beste om zoals te laten
zoals deze thans is.
Baseert dit op geg [gegevens] gegeven ontvanger
v. de Dir. N.V.V. als lid bedrijfsverg. vlocht.
Juni IJm. + Schev. 1.500.000 kg
Juli " " 700.000 "
Aug. " " minder dan 600.000 "
Wintermaanden debacle.
Provincieplaatsen geheel uitgeschakeld. Aanvoer zal steeds
minder worden.
Hoewel wij gaarne willen genoeg
zijn om een verlangen bona fide
hoewel tegemoet te komen, daarom:
handhaven bestaande toestand. Dit document is een verslag van een crisioverleg binnen de Verdeelingscommissie voor de visserij tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het probleem is de drastische terugloop van de aanvoer van zeevis.
De cijfers tonen een alarmerende daling in drie maanden tijd: van 1,5 miljoen kilo in juni naar minder dan 600.000 kilo in augustus 1942. De commissie voorziet voor de komende winter een "debacle". Door de schaarste worden de "provincieplaatsen" (waarschijnlijk de gebieden buiten de grote steden of de kustregio's) volledig afgesloten van de visvoorziening.
Opvallend is de conclusie: ondanks de goede wil ("bona fide") om aan verlangens tegemoet te komen, besluit men de "bestaande toestand" te handhaven. Dit duidt op een onvermogen om de distributie te verbeteren vanwege het simpele gebrek aan product. In september 1942 was de voedselvoorziening in Nederland reeds streng gerantsoeneerd. De visserij op de Noordzee was door de Duitse bezetter aan banden gelegd vanwege oorlogsgevaar (mijnen en de vrees voor vluchtpogingen naar Engeland). Veel vissersschepen waren gevorderd door de Kriegsmarine.
De genoemde havens IJmuiden en Scheveningen waren de belangrijkste aanvoerpunten, maar lagen in het spergebied van de Atlantikwall. De "vlocht" (vloot) kon slechts onder strikte begeleiding en in beperkte zones uitvaren. Dit document illustreert de bureaucratische strijd om de schaarse proteïnen eerlijk over de bevolking te verdelen terwijl de aanvoerlijn feitelijk instortte.
Samenvatting
Dit document is een verslag van een crisioverleg binnen de Verdeelingscommissie voor de visserij tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van het probleem is de drastische terugloop van de aanvoer van zeevis.
De cijfers tonen een alarmerende daling in drie maanden tijd: van 1,5 miljoen kilo in juni naar minder dan 600.000 kilo in augustus 1942. De commissie voorziet voor de komende winter een "debacle". Door de schaarste worden de "provincieplaatsen" (waarschijnlijk de gebieden buiten de grote steden of de kustregio's) volledig afgesloten van de visvoorziening.
Opvallend is de conclusie: ondanks de goede wil ("bona fide") om aan verlangens tegemoet te komen, besluit men de "bestaande toestand" te handhaven. Dit duidt op een onvermogen om de distributie te verbeteren vanwege het simpele gebrek aan product.
Historische Context
In september 1942 was de voedselvoorziening in Nederland reeds streng gerantsoeneerd. De visserij op de Noordzee was door de Duitse bezetter aan banden gelegd vanwege oorlogsgevaar (mijnen en de vrees voor vluchtpogingen naar Engeland). Veel vissersschepen waren gevorderd door de Kriegsmarine.
De genoemde havens IJmuiden en Scheveningen waren de belangrijkste aanvoerpunten, maar lagen in het spergebied van de Atlantikwall. De "vlocht" (vloot) kon slechts onder strikte begeleiding en in beperkte zones uitvaren. Dit document illustreert de bureaucratische strijd om de schaarse proteïnen eerlijk over de bevolking te verdelen terwijl de aanvoerlijn feitelijk instortte.