Archiefdocument
Origineel
De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Personeel dienstdoende op de algemeene dagmarkten. K.M.No. 121.
Amsterdam, 21 Mei 1942.
Kennisgeving
aan het personeel, dienstdoende
op de algemeene dagmarkten.
In bijlage dezes doe ik U eenige exemplaren toekomen van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941.
Daaruit blijkt, dat visch slechts zal mogen worden verkocht en afgeleverd in vischwinkels en vischhallen en op door den Burgemeester van Amsterdam aangewezen verkoopsplaatsen.
Deze plaatsen zijn:
dagelijks
{ Albert Cuypstraat;
{ Dapperstraat;
{ Lindengracht;
{ Nieuwmarkt;
{ Ten Katestraat;
{ hulpmarkt Mosplein;
{ " Jan Evertsenstraat;
{ " Stadionplein;
{ Joubertstraat )
{ Gaaspstraat ) Joodsche markten.
{ Waterlooplein )
Het venten en het innemen van standplaatsen buiten de markten met visch zal door den Burgemeester worden verboden.
Voor elke markt zal worden opgemaakt, welke vischkooplieden aldaar plaatsen moeten innemen, wanneer hun op de Vischmarkt visch is toegewezen. Hiervan zal U een opgave worden verstrekt. De aan deze kooplieden te verstrekken plaatsen zullen vaste plaatsen zijn.
Hierbij wordt iederen marktambtenaar ~~voor zijn markt~~ opgedragen voor zijn markt opgedragen om dagelijks op te nemen, welke kooplieden met visch op hun plaats aankomen en met welke hoeveelheid en soort. De kooplieden moeten U hiertoe opgeven, welke toewijzing zij op de Vischmarkt hebben ontvangen. Het is gewenscht, om regelmatig steekproeven te nemen of ook inderdaad deze hoeveelheid wordt aangevoerd. Dagelijks moet van Uwe bevindingen een volledig rapport op het Hoofdkantoor worden ingeleverd, waar dan zal worden gecontroleerd aan de hand van de op de Vischmarkt aanwezige gegevens, of de opgaven kloppen.
Verder dient gedurende den verkoop van de op de Vischmarkt toegewezen visch (vooralsnog alleen aal, paling, zoetwatervisch, garnalen zoowel gepeld als ongepeld en gerookte aal) in samenwerking met de ambtenaren van den Centralen Crisis Contrôle Dienst en Prijsbeheersching regelmatig toezicht te worden gehouden of de visch op de juiste wijze en tegen de daarvoor vastgestelde prijzen aan het publiek wordt verkocht.
De Inspecteur zal U hieromtrent nog nader mondeling instrueeren.
Een opgave van de maximumprijzen gaat hierbij.
Elke overtreding ter zake dient onmiddellijk aan den Inspecteur te worden gerapporteerd.
Omtrent de indeeling der plaatsen op een speciaal voor den verkoop van visch bestemd gedeelte der markt zullen U eveneens door den Inspecteur nog nadere instructies worden verstrekt.
Teneinde een juiste verdeeling der visch onder het publiek te bereiken, hetgeen in de huidige tijdsomstandigheden als een groot volksbelang moet worden gezien, acht ik het van zeer veel belang, dat U bij de uitvoering van het bovenstaande de meest mogelijke medewerking verleent waartoe ik bij dezen dan ook een ernstig beroep op U doe.
De Directeur,
--- * Regulering van schaarste: Het document weerspiegelt de strikte distributiepolitiek tijdens de Duitse bezetting. Viskopers mochten alleen op specifieke plekken staan en kregen hun voorraad centraal toegewezen op de "Vischmarkt" (de Centrale Markthal).
* Controle en Surveillance: De marktambtenaren kregen een actieve opsporingstaak. Zij moesten hoeveelheden controleren en "steekproeven" nemen om de zwarte handel tegen te gaan. Er is sprake van een dubbele controle (op de markt en via het hoofdkantoor).
* Prijsbeheersing: Er wordt expliciet verwezen naar de Centralen Crisis Contrôle Dienst, die moest toezien op de naleving van maximumprijzen. Dit was noodzakelijk om inflatie en woekerprijzen voor basisbehoeften te voorkomen.
* Segregatie: Een cruciaal historisch detail is de vermelding van de "Joodsche markten" aan de Joubertstraat, Gaaspstraat en het Waterlooplein. Dit toont aan hoe de Joodse bevolking in mei 1942 reeds volledig was afgezonderd van het reguliere openbare leven in Amsterdam.
--- Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog waarin de nazi-bezetter de greep op de Nederlandse economie en samenleving verstevigde. In 1941 waren Joodse marktkooplieden al verbannen van de reguliere markten. In Amsterdam werden specifieke markten aangewezen waar Joden nog mochten kopen en verkopen, een voorbode van de verdere deportaties die later in 1942 op grote schaal zouden beginnen.
De datum, 21 mei 1942, is significant: dit was slechts enkele weken nadat de Jodenster (2 mei 1942) verplicht was gesteld. De tekst gebruikt de eufemistische term "huidige tijdsomstandigheden" om de oorlog en de bezetting aan te duiden. De focus op vis (met name aal en zoetwatervis) wijst op het belang van lokale voedselbronnen nu de Noordzeevisserij door de oorlogvoering grotendeels stil lag.