Getypt rapport of ambtelijke brief (doorslag/carbonkopie), pagina 4.
Origineel
Getypt rapport of ambtelijke brief (doorslag/carbonkopie), pagina 4. - 4 -
Zooals ik hierboven uiteenzette, zullen dus een
aantal van de vischwinkels/niet via de gemeentelijke ver-
deeling van aal en snoekbaars worden voorzien; ook de Volen-
dammer vischventers, waarvan er velen regelmatig in Amster-
dam plegen te venten, zullen hun aal en snoekbaars niet in
Amsterdam toegewezen krijgen, doch in Volendam. Hoewel der-
halve ten deze niet de meest volmaakte oplossing is ver-
kregen, behoeft dit op de goede uitvoering van de thans
gevolgde werkwijze niet van ongunstigen invloed te zijn,
daar door de Visscherijcentrale zal worden zorggedragen,
dat winkeliers of venters, die op andere wijze dan via den
afslag van visch zullen worden voorzien, voor de verdeeling
op den gemeentelijken afslag zullen worden uitgesloten; dit
is noodig om te voorkomen, dat deze handelaren een dubbele
portie aal en snoekbaars zouden toegewezen krijgen.
In bijlage dezes heb ik de eer U over te leggen
een brief van den Directeur der Nederlandsche Visscherij-
centrale d.d. 15 September jl., waarin de te treffen maat-
regelen zijn neergelegd. In de laatste alinea van dezen
brief wordt gesproken over de kosten, waaraan de verdeeling
te Amsterdam onderhevig zal zijn. Krachtens artikel 5 sub
b juncto artikel 23 van de Verordening op de heffing van
markt-, standplaats- en ventgelden wordt op de Vischmarkt
wegens het gebruik maken van den afslag een belasting van
5% van de bruto-opbrengst der afgeslagen visch geheven. Voor
den afslag van partijen visch, welke aan de Vischhal in con-
signatie zijn gezonden, is door de inzenders, behalve boven-
genoemde 5%, 1% van de bruto-opbrengst verschuldigd. In dit
verband moge ik U herinneren aan den brief van den Gemach-
tigde voor de Prijzen d.d. 28 Mei jl. over de afslaggelden
van op den gemeentelijken afslag aangevoerde zeevisch; mijn
rapport hieromtrent d.d. 13 Juni 1941 (No.48A/23/2 M.) en
den brief van den Burgemeester d.d. 23 Juni jl. No.167 L.M.
1941. De Burgemeester heeft toen ten aanzien van de verla-
ging der afslaggelden een afwijzend standpunt ingenomen,
omdat deze verlaging uiteindelijk geen verlaging der prijs
voor den consument ten gevolge zou hebben, terwijl het ver-
lies aan afslaggelden voor de Gemeente niet door een groote-
ren aanvoer van zeevisch kon worden gecompenseerd.
Ten aanzien van de zoetwatervisch ligt de zaak
echter ~~geheel~~ anders. Eenerzijds wordt namelijk een goede
controle op de maximumprijzen bij een verdeeling der aal en
snoekbaars door den gemeentelijken afslag mogelijk gemaakt,
waardoor het, zooals ik hieronder nog zal uiteenzetten,
practisch onmogelijk wordt, dat deze vischsoorten veel te
duur aan den consument worden verkocht, terwijl anderzijds
een verlaging van het afslaggeld volledig wordt gecompen-
seerd door een zeer belangrijke vergrooting van den * Administratieve complexiteit: Het document illustreert de bureaucratische uitdagingen van de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. Men probeert 'dubbele porties' (fraude of overlap in rantsoenering) te voorkomen door strikte scheiding tussen distributeurs in Amsterdam en Volendam.
* Financieel beleid: Er wordt gedetailleerd ingegaan op de gemeentelijke inkomsten via de 'afslaggelden' (5% belasting + 1% consignatiekosten). De gemeente Amsterdam weigerde eerder deze gelden voor zeevisch te verlagen omdat het voordeel de consument niet zou bereiken.
* Prijsbeheersing: Voor zoetwatervis (aal/snoekbaars) wordt een ander beleid bepleit. Door de vis via de gemeentelijke afslag te laten lopen, kan de overheid de maximumprijzen voor de consument beter controleren.
* Terminologie: Gebruik van ambtelijk Nederlands ("in bijlage dezes", "juncto artikel") en specifieke oorlogsterminologie zoals de "Nederlandsche Visscherijcentrale" en de "Gemachtigde voor de Prijzen". Dit document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1941). In deze periode werd de schaarste aan voedsel nijpender en werd de distributie steeds strakker georganiseerd via centrale organen zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale. De discussie over afslaggelden toont het spanningsveld tussen gemeentelijke inkomsten, de winstmarges van handelaren en de betaalbaarheid van voedsel voor de burgerbevolking onder een regime van maximumprijzen.