Handgeschreven ambtelijke notitie of rapport.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of rapport. 12 oktober 1942. Th. v. Plaanhenke [?]
A Cuypstraat
Posthumus en
Looyen hebben op
12/10 42 mosselen gehad
s'middags 3.30 uur.
Ik heb schaal met deze
mosselen zien rijden in
de spinstr. Wie heeft deze
mosselen verkocht in
ALstraat? Schraal heeft
geen toewijzing van
mosselen.
[Handtekening/Paraaf: Th. P...]
[Doorgehaalde tekst linksonder, onleesbaar gemaakt met krassen]
[...] geweest:
12/10 42
202. Het document is een korte rapportage van een waarneming op 12 oktober 1942. De opsteller (vermoedelijk een inspecteur of controleur van de Crisis Controle Dienst of de politie) merkt op dat bepaalde personen (Posthumus en Looyen) mosselen in hun bezit hadden. De schrijver heeft een "schaal" (waarschijnlijk een handkar of een bak op een voertuig) met mosselen zien rijden in de "spinstr." (mogelijk de Spinstraat of een afkorting voor een nabijgelegen straat in de buurt van de Albert Cuyp).
Er wordt een kritische vraag gesteld over de herkomst van de mosselen in de "ALstraat" (Albert Cuypstraat). De notitie eindigt met de constatering dat een persoon genaamd "Schraal" geen officiële "toewijzing" (vergunning of bonnen) heeft voor de handel in of het bezit van mosselen. Dit duidt op een onderzoek naar zwarte handel of overtreding van de distributiewetten. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna al het voedsel op rantsoen. Om schaarste te beheersen, mochten goederen alleen worden verhandeld en verkregen met officiële toewijzingen en distributiebonnen. De handel in vis en schelpdieren werd streng gecontroleerd. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was een centrale plek voor zowel legale handel als de 'zwarte markt'. Dit briefje is een typisch voorbeeld van de nauwgezette surveillance die destijds plaatsvond om de illegale stroom van schaarse goederen zoals mosselen in kaart te brengen. Politie
Samenvatting
Het document is een korte rapportage van een waarneming op 12 oktober 1942. De opsteller (vermoedelijk een inspecteur of controleur van de Crisis Controle Dienst of de politie) merkt op dat bepaalde personen (Posthumus en Looyen) mosselen in hun bezit hadden. De schrijver heeft een "schaal" (waarschijnlijk een handkar of een bak op een voertuig) met mosselen zien rijden in de "spinstr." (mogelijk de Spinstraat of een afkorting voor een nabijgelegen straat in de buurt van de Albert Cuyp).
Er wordt een kritische vraag gesteld over de herkomst van de mosselen in de "ALstraat" (Albert Cuypstraat). De notitie eindigt met de constatering dat een persoon genaamd "Schraal" geen officiële "toewijzing" (vergunning of bonnen) heeft voor de handel in of het bezit van mosselen. Dit duidt op een onderzoek naar zwarte handel of overtreding van de distributiewetten.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna al het voedsel op rantsoen. Om schaarste te beheersen, mochten goederen alleen worden verhandeld en verkregen met officiële toewijzingen en distributiebonnen. De handel in vis en schelpdieren werd streng gecontroleerd. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was een centrale plek voor zowel legale handel als de 'zwarte markt'. Dit briefje is een typisch voorbeeld van de nauwgezette surveillance die destijds plaatsvond om de illegale stroom van schaarse goederen zoals mosselen in kaart te brengen.