Handgeschreven conceptbesluit of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbesluit of ambtelijke notitie. Vermeldt de beoogde ingangsdatum van 18 mei 1942. [Rechtsboven omcirkeld: 8]
op deze wijze is toch, met minimale
kosten voor de gemeente, een goed sluitend
contrôle-systeem te verkrijgen.
Ter aanmerking nemende de voorbereidingen,
die desnerzijds nog moeten worden ge-
troffen, lijkt het mij mogelijk om de ge-
heele bovenomschreven regeling in werking
te doen treden op Maandag 18 Mei 1942.
Ik verzoek u derhalve beleefd te willen
bevorderen, dat bij Besluit van den Bm.
m.i.v. dezen datum wordt bepaald:
I dat de vergoeding voor de vier
leden der Verdeelcommissie, t.w. de heren
K. Lammers, M. Goetjes, C. v. Lanken en
B. Sliphorst voor de te nemen werkzaam-
heden wordt bepaald op f 100.- per week.
II dat [doorgehaald: op de gemeente]
A'dam een algemeen ventverbod
wordt gelegd voor het artikel visch,
terwijl daarbij wordt vermeld, dat
visch slechts mag worden verkocht
en afgeleverd:
a. op de algemeene dagmarkten:
A. Cuypstraat, Ten Katestraat,
Lindengracht, [doorgehaald: Dapperstraat] en
Nieuwmarkt en des Maandags op
de algemeene weekmarkt Noordermarkt.
b. op de Joodsche markten:
Gaaspstraat, Waterlooplein en Joubertstraat.
c. op de tijdelijke hulpmarkten van de
algemeene dagmarkten, uitsluitend voor
het artikel visch:
Mosplein, Jan Evertsenstraat en
Stadionplein.
d. op de standplaatsen buiten de markten
(indien hiertoe door den Bm. mocht worden
besloten) Dit document is een ambtelijk voorstel aan de Burgemeester (Bm.) van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De tekst richt zich op de organisatie en centralisatie van de vismarkt. Er worden twee hoofdzaken voorgesteld:
1. De honorering van een 'Verdeelcommissie' (100 gulden per week), die waarschijnlijk toezicht hield op de schaarse voedseldistributie.
2. Een totaalverbod op de straathandel (ventverbod) in vis buiten de aangewezen markten om.
Het document getuigt van de drang naar "contrôle" en administratieve orde in een tijd van schaarste en distributie. Opvallend zijn de correcties in de tekst (zoals het doorhalen van de Dapperstraat), wat suggereert dat dit een conceptversie is. De datum — mei 1942 — is cruciaal voor de historische duiding. Nederland was op dat moment twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De genoemde "Joodsche markten" (Gaaspstraat, Waterlooplein, Joubertstraat) werden in november 1941 door de bezetter ingesteld. Joden mochten vanaf die tijd enkel nog op deze specifieke locaties handel drijven of hun inkopen doen, als onderdeel van het proces van segregatie en uitsluiting dat voorafging aan de deportaties.
De burgemeester naar wie verwezen wordt ("den Bm."), was in deze periode de regeringsgetrouwe Edward Voûte. Het document illustreert hoe de Amsterdamse bureaucratie de verordeningen van de bezetter (zoals de segregatie op markten) verwerkte in de dagelijkse economische regelgeving, zoals de distributie van vis.