Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 601
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Concept-reglement (doorslag van een typoscript).

2 april 1942. Van: De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale.

Origineel

Concept-reglement (doorslag van een typoscript). 2 april 1942. De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale. [Handgeschreven, linksboven:]
2/4/42
in duplo
doorgezonden aan
M. Reitsma

[Getypt:]
Amsterdam, 2 April 1942.
A
CONCEPT-REGLEMENT VERDEELING VAN VISCH TE AMSTERDAM.

De Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale;
Gelet op het bepaalde in het Visscherijbesluit 1941 en op de door de Nederlandsche Visscherijcentrale terzake uitgevaardigde Uitvoeringsbesluiten
Bepaalt:

Artikel 1.
Alle voor Amsterdam bestemde zeevisch, voor zoover de soorten worden aangewezen door de Nederlandsche Visscherijcentrale, garnalen en zoetwatervisch, waaronder begrepen aal en paling, wordt aangevoerd op den Gemeentelijken Vischafslag en wordt aldaar volgens door de Nederlandsche Visscherijcentrale gegeven aanwijzingen, onder de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren-winkeliers en straathandelaren verdeeld.

Artikel 2.
De afgifte aan den kleinhandel geschiedt uitsluitend tegen contante betaling aan de kassen van den Gemeentelijken afslag.

Artikel 3.
Het is den kleinhandelaren verboden de in artikel 1 genoemde vischsoorten nog van andere zijde te betrekken.

Artikel 4.
De voor verdeelvisch in aanmerking komende kleinhandelaren worden ten aanzien van de verdeeling als volgt ingedeeld:
a. groep winkeliers voor levende aal en paling;
" " " zoetwatervisch;
" " " zeevisch;
" " " gerookte aal, paling en gerookte zeevisch;
" " " garnalen.
b. groep straathandelaren voor levende aal en paling;
" " " zoetwatervisch; [X in de kantlijn]
" " " zeevisch;
" " " gerookte aal, paling en gerookte zeevisch;
" " " garnalen.

Artikel 5.
Visch mag uitsluitend worden verkocht:
a. op de door den Burgemeester van Amsterdam aan te wijzen algemeene dag- en weekmarkten en op de door ~~den~~ [Handgeschreven boven doorhaling:] DEZEN Burgemeester aan te wijzen tijdelijke hulpmarkten der algemeene dagmarkten.
b. in vischwinkels en vischhallen, voor zoover deze op 1 December 1941 te Amsterdam waren gevestigd (met inachtneming van het gestelde in het "Besluit Algemeen Vestigingsverbod Klein bedrijf 1941").

Artikel 6.
De marktkooplieden mogen de hun toegewezen visch slechts verkoopen op de hun aan te wijzen plaatsen op een der in artikel 5 sub a bedoelde markten.

Artikel 7.
De bij de in artikel 1 bedoelde verdeeling toegewezen visch moet in haar geheel rechtstreeks van de Vischmarkt naar den winkel, hal of aangewezen marktplaats van den kleinhandelaar worden vervoerd. De visch

--- * Centralisatie: Het document illustreert de totale controle van de bezettingsautoriteiten op de voedselvoorziening. Alle vis moet via de Gemeentelijke Vischafslag lopen; directe inkoop bij vissers is verboden (Art. 3).
* Rationering en Ordening: Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen handelaren (winkeliers vs. straathandelaren) en productgroepen. Dit wijst op een systeem waarbij handelaren een vaste 'toewijzing' kregen op basis van hun historische omzet of specialisme.
* Bevriezing van de Markt: Artikel 5b verwijst naar het vestigingsverbod van 1941. Dit betekende dat er geen nieuwe viswinkels mochten openen, wat de markt volledig bevroor en controleerbaar maakte voor de overheid.
* Handgeschreven Correcties: De wijziging van "den Burgemeester" naar "DEZEN Burgemeester" in artikel 5a duidt op een juridische precisering in de conceptfase, waarschijnlijk om de specifieke bevoegdheid van de op dat moment zittende (door de bezetter benoemde) burgemeester te benadrukken.

--- Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (april 1942). In deze fase van de bezetting was de schaarste aan voedsel nijpend geworden en was de "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) belast met de volledige regie over de vissector. De NVC was een zogenaamd 'vakschap' dat onder direct toezicht stond van de Duitse bezetter.

Het reglement diende om de zwarte handel tegen te gaan en te garanderen dat de beperkte hoeveelheid beschikbare vis via officiële kanalen bij de burger terechtkwam. De genoemde datum (april 1942) valt samen met de periode waarin de bezetter de greep op de distributie van alle primaire levensbehoeften maximaliseerde. De referentie aan het "Besluit Algemeen Vestigingsverbod" herinnert ook aan de uitsluiting van Joodse ondernemers, die door dergelijke wetgeving vaak hun nering verloren of niet meer mochten herstarten.

Samenvatting

  • Centralisatie: Het document illustreert de totale controle van de bezettingsautoriteiten op de voedselvoorziening. Alle vis moet via de Gemeentelijke Vischafslag lopen; directe inkoop bij vissers is verboden (Art. 3).
  • Rationering en Ordening: Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen handelaren (winkeliers vs. straathandelaren) en productgroepen. Dit wijst op een systeem waarbij handelaren een vaste 'toewijzing' kregen op basis van hun historische omzet of specialisme.
  • Bevriezing van de Markt: Artikel 5b verwijst naar het vestigingsverbod van 1941. Dit betekende dat er geen nieuwe viswinkels mochten openen, wat de markt volledig bevroor en controleerbaar maakte voor de overheid.
  • Handgeschreven Correcties: De wijziging van "den Burgemeester" naar "DEZEN Burgemeester" in artikel 5a duidt op een juridische precisering in de conceptfase, waarschijnlijk om de specifieke bevoegdheid van de op dat moment zittende (door de bezetter benoemde) burgemeester te benadrukken.

Historische Context

Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (april 1942). In deze fase van de bezetting was de schaarste aan voedsel nijpend geworden en was de "Nederlandsche Visscherijcentrale" (NVC) belast met de volledige regie over de vissector. De NVC was een zogenaamd 'vakschap' dat onder direct toezicht stond van de Duitse bezetter.

Het reglement diende om de zwarte handel tegen te gaan en te garanderen dat de beperkte hoeveelheid beschikbare vis via officiële kanalen bij de burger terechtkwam. De genoemde datum (april 1942) valt samen met de periode waarin de bezetter de greep op de distributie van alle primaire levensbehoeften maximaliseerde. De referentie aan het "Besluit Algemeen Vestigingsverbod" herinnert ook aan de uitsluiting van Joodse ondernemers, die door dergelijke wetgeving vaak hun nering verloren of niet meer mochten herstarten.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein f 2,44
Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling van 125 – 250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 125-250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 70 – 125 gram Waterlooplein " 1,78
Aal en paling van 70-125 gram Waterlooplein " 1,78
A.A. Pakkoo Waterlooplein -----
Aard., groente ,fruit -48
Aard., groente ,fruit 964
W. Fruithof Waterlooplein 992
W. Fruithof Waterlooplein 745
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 715
A. Boots Waterlooplein
A. Boots Waterlooplein 50
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
Levie Locher Waterlooplein
Levie Locher Waterlooplein
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3