Handgeschreven notitie / mededeling.
Origineel
Handgeschreven notitie / mededeling. 10 april 1941. Mededeeling Th. Veldkamp
Visscherijcentrale op 10 April 1941.
Aanvoer 1941 aal en paling
totaal 3.000.000 kg.
hiervan 1/3 voor Weermacht
dus netto voor Nederland:
2.000.000 kg.
Zoetwatervisch
netto : 1.000.000 kg.
Te verwachten voor Amsterdam in
1942. :
30.000 pond voor straathandel
30.000 " " winkeliers
60.000 pond Zoetwatervisch +
aal en paling
Zeevisch nog geen taxatie
te maken. Het document is een interne mededeling of een verslag van cijfers verstrekt door een zekere Th. Veldkamp van de Visscherijcentrale. De kern van de notitie is de verdeling van de visaanvoer in het bezette Nederland:
- Quota voor de bezetter: Van de totale jaarlijkse aanvoer van aal en paling (3 miljoen kg) wordt direct een derde (1 miljoen kg) opgeëist door de Duitse Wehrmacht. Dit illustreert hoe de bezetter een aanzienlijk deel van de Nederlandse voedselproductie naar zich toe trok.
- Binnenlandse consumptie: Er blijft 2 miljoen kg aal/paling en 1 miljoen kg andere zoetwatervis over voor de Nederlandse bevolking.
- Prognose voor Amsterdam: Voor het jaar 1942 wordt een specifieke verwachting uitgesproken voor de stad Amsterdam, waarbij de vis gelijk verdeeld wordt over de straathandel en de reguliere winkeliers (elk 30.000 pond).
- Onzekerheid zeevis: Over de aanvoer van zeevis kan geen uitspraak worden gedaan ("geen taxatie te maken"), wat logisch is gezien de beperkingen en gevaren voor de zeevisserij op de Noordzee tijdens de oorlogsjaren. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (april 1941). De Visscherijcentrale was een orgaan dat toezag op de regulering en distributie van vis, vaak in samenwerking met de Rijksbureaus voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
De vermelding van de Wehrmacht die een vast percentage (1/3) opeist, is kenmerkend voor de economische uitbuiting van Nederland. Voedseltekorten werden in de loop van de oorlog steeds nijpender door dergelijke vorderingen en de blokkade van de zee. Zoetwatervis en paling waren belangrijke eiwitbronnen nu de zeevisserij vrijwel stillag vanwege zeemijnen, militaire zones en het verbod voor Nederlandse vissers om ver uit de kust te varen. Wehrmacht
Samenvatting
Het document is een interne mededeling of een verslag van cijfers verstrekt door een zekere Th. Veldkamp van de Visscherijcentrale. De kern van de notitie is de verdeling van de visaanvoer in het bezette Nederland:
- Quota voor de bezetter: Van de totale jaarlijkse aanvoer van aal en paling (3 miljoen kg) wordt direct een derde (1 miljoen kg) opgeëist door de Duitse Wehrmacht. Dit illustreert hoe de bezetter een aanzienlijk deel van de Nederlandse voedselproductie naar zich toe trok.
- Binnenlandse consumptie: Er blijft 2 miljoen kg aal/paling en 1 miljoen kg andere zoetwatervis over voor de Nederlandse bevolking.
- Prognose voor Amsterdam: Voor het jaar 1942 wordt een specifieke verwachting uitgesproken voor de stad Amsterdam, waarbij de vis gelijk verdeeld wordt over de straathandel en de reguliere winkeliers (elk 30.000 pond).
- Onzekerheid zeevis: Over de aanvoer van zeevis kan geen uitspraak worden gedaan ("geen taxatie te maken"), wat logisch is gezien de beperkingen en gevaren voor de zeevisserij op de Noordzee tijdens de oorlogsjaren.
Historische Context
Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (april 1941). De Visscherijcentrale was een orgaan dat toezag op de regulering en distributie van vis, vaak in samenwerking met de Rijksbureaus voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
De vermelding van de Wehrmacht die een vast percentage (1/3) opeist, is kenmerkend voor de economische uitbuiting van Nederland. Voedseltekorten werden in de loop van de oorlog steeds nijpender door dergelijke vorderingen en de blokkade van de zee. Zoetwatervis en paling waren belangrijke eiwitbronnen nu de zeevisserij vrijwel stillag vanwege zeemijnen, militaire zones en het verbod voor Nederlandse vissers om ver uit de kust te varen.