Handgeschreven tabel op kartonachtig papier, waarschijnlijk een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven tabel op kartonachtig papier, waarschijnlijk een archiefkaart. Aanvoeren aal en paling.
in K.G.
(dubbele horizontale lijn)
| Afslag | | Buitenterrein |
| :--- | :--- | :--- | :--- |
| 1936 | 4 8 9 2 | 1936 | F 245 950 |
| 1937 | 1 1 5 5 | 1937 | E 278 800 |
| 1938 | 1 9 4 2 | 1938 | T 218 275 |
(rechteronderhoek:)
F = gem. 100.000 pond
per maand
(v. Mei - Sept)
E = gem. 112.000 pond
per maand.
T = gem. 90.000 pond
per maand. Dit document vergelijkt de officiële aanvoer van paling bij de "Afslag" (de visafslag) met de aanvoer op het "Buitenterrein" voor de periode 1936-1938.
* Kwantiteit: De aanvoer op het buitenterrein is aanzienlijk groter dan die bij de afslag. Waar de afslag spreekt over enkele duizenden ponden, gaat het op het buitenterrein om honderdduizenden ponden.
* Codes: De letters F, E en T bij de jaren op het buitenterrein verwijzen naar specifieke categorieën of locaties, die onderaan worden toegelicht met hun gemiddelde maandelijkse aanvoer.
* Maatvoering: De eenheid is "pond". In de Nederlandse context van die tijd was een pond gelijk aan 500 gram.
* Seizoensinvloed: Bij code F wordt expliciet vermeld dat dit het gemiddelde is over de periode mei tot september, wat het hoogseizoen voor de palingvisserij is. Het document stamt uit de late jaren '30, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "K.G." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Kralingse Griend in Rotterdam, een historische plek waar van oudsher veel handel in paling plaatsvond. De palinghandel was in die tijd een belangrijke economische factor, waarbij Rotterdam (en met name de handel nabij de Maas) een centrale rol speelde in de distributie naar het achterland en de export. De grote verschillen tussen de "Afslag" en het "Buitenterrein" kunnen duiden op het feit dat het grootste deel van de handel buiten de officiële afslagklok om gebeurde, direct tussen handelaren en visserijbedrijven op de kades (het buitenterrein).
Samenvatting
Dit document vergelijkt de officiële aanvoer van paling bij de "Afslag" (de visafslag) met de aanvoer op het "Buitenterrein" voor de periode 1936-1938.
* Kwantiteit: De aanvoer op het buitenterrein is aanzienlijk groter dan die bij de afslag. Waar de afslag spreekt over enkele duizenden ponden, gaat het op het buitenterrein om honderdduizenden ponden.
* Codes: De letters F, E en T bij de jaren op het buitenterrein verwijzen naar specifieke categorieën of locaties, die onderaan worden toegelicht met hun gemiddelde maandelijkse aanvoer.
* Maatvoering: De eenheid is "pond". In de Nederlandse context van die tijd was een pond gelijk aan 500 gram.
* Seizoensinvloed: Bij code F wordt expliciet vermeld dat dit het gemiddelde is over de periode mei tot september, wat het hoogseizoen voor de palingvisserij is.
Historische Context
Het document stamt uit de late jaren '30, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "K.G." verwijst zeer waarschijnlijk naar de Kralingse Griend in Rotterdam, een historische plek waar van oudsher veel handel in paling plaatsvond. De palinghandel was in die tijd een belangrijke economische factor, waarbij Rotterdam (en met name de handel nabij de Maas) een centrale rol speelde in de distributie naar het achterland en de export. De grote verschillen tussen de "Afslag" en het "Buitenterrein" kunnen duiden op het feit dat het grootste deel van de handel buiten de officiële afslagklok om gebeurde, direct tussen handelaren en visserijbedrijven op de kades (het buitenterrein).