Archiefdocument
Origineel
11 mei 1943 vischverdeeling
C. Buter
A'dam, 11/5 1943.
W.h.M. 460/z 8/5$^6$
Tijdens een bespreking op Vrijdag 7 mei met den Gen. Adviseur en de Heeren Sieburgh en de Haer v. den Dienst hebt U besloten, dat de vischhandelaar C. Buter, evenals het vorige jaar, zijn visch buiten de verdeeling om mag blijven betrekken. Ter uitvoering van dit besluit hebben de ondergeteekenden de eer U de volgende voorstellen te doen toekomen.
De aal, welke Buter op primaire afslagen en v. grossiers toegewezen krijgt, moet hij gerookt aanvoeren op de Vischmarkt alhier. Aldaar wordt hem een geleidebiljet gegeven van de V.M. naar zijn verkoopplaats. Buter was het vorige jaar gewoon zijn visch op de markt Dapperstraat te verkoopen. In verband met zijn groote aanvoeren v. gerookte aal komt het ons gewenscht voor Dit document is een intern memo of voorstel binnen het Amsterdamse marktwezen (waarschijnlijk gericht aan de directeur van het Marktwezen). De kern van de brief is de uitzonderingspositie van de vishandelaar C. Buter. Ondanks het strikte distributiesysteem ("de verdeeling") tijdens de bezettingsjaren, mag Buter buiten dit systeem om zijn vis blijven betrekken.
Er worden specifieke administratieve maatregelen voorgesteld om toezicht te houden:
1. Buter moet zijn aal eerst naar de centrale Vischmarkt brengen nadat deze gerookt is.
2. Aldaar krijgt hij een officieel 'geleidebiljet' (vervoersbewijs) om de vis naar zijn eigenlijke verkooppunt (de Dapperstraat) te brengen.
Dit suggereert dat men, ondanks de uitzondering, de goederenstromen strikt wilde controleren om zwarte handel te voorkomen of om de officiële statistieken kloppend te houden. In 1943 was de voedselschaarste in bezet Nederland groot en vrijwel alle levensmiddelen waren 'op de bon'. De vissector was onderworpen aan centrale distributie (de Rijksvischverdeeling). Handelaren die "buiten de verdeeling om" mochten werken, hadden vaak een bijzondere status, bijvoorbeeld omdat zij zelf de verwerking (zoals het roken van aal) uitvoerden of over specifieke toewijzingen beschikten vanuit de visserijhavens. De Dappermarkt was in die tijd een van de belangrijkste markten in Amsterdam-Oost. De afkorting V.M. staat vermoedelijk voor Vischmarkt.
Samenvatting
Dit document is een intern memo of voorstel binnen het Amsterdamse marktwezen (waarschijnlijk gericht aan de directeur van het Marktwezen). De kern van de brief is de uitzonderingspositie van de vishandelaar C. Buter. Ondanks het strikte distributiesysteem ("de verdeeling") tijdens de bezettingsjaren, mag Buter buiten dit systeem om zijn vis blijven betrekken.
Er worden specifieke administratieve maatregelen voorgesteld om toezicht te houden:
1. Buter moet zijn aal eerst naar de centrale Vischmarkt brengen nadat deze gerookt is.
2. Aldaar krijgt hij een officieel 'geleidebiljet' (vervoersbewijs) om de vis naar zijn eigenlijke verkooppunt (de Dapperstraat) te brengen.
Dit suggereert dat men, ondanks de uitzondering, de goederenstromen strikt wilde controleren om zwarte handel te voorkomen of om de officiële statistieken kloppend te houden.
Historische Context
In 1943 was de voedselschaarste in bezet Nederland groot en vrijwel alle levensmiddelen waren 'op de bon'. De vissector was onderworpen aan centrale distributie (de Rijksvischverdeeling). Handelaren die "buiten de verdeeling om" mochten werken, hadden vaak een bijzondere status, bijvoorbeeld omdat zij zelf de verwerking (zoals het roken van aal) uitvoerden of over specifieke toewijzingen beschikten vanuit de visserijhavens. De Dappermarkt was in die tijd een van de belangrijkste markten in Amsterdam-Oost. De afkorting V.M. staat vermoedelijk voor Vischmarkt.