Handgeschreven notitie / ambtelijk verslagje op los blad.
Origineel
Handgeschreven notitie / ambtelijk verslagje op los blad. [1] Boter
[2] __________________________
[3] grootste deel is eigen
[4] winning.
[5] dit jaar in Comm. gehad
[6] 150 pond (Edelenbosch)
[7] van mijzelf 1000 pond
[8] F. Moerces Al’dam. heeft mij
[9] veel geleverd. Vorig jaar niets.
[10] staat ook niet in den brief van
[11] N.V.E.
[12] Edelenbosch neemt in Enkhuizen
[13] mij ook in ontvangst. Is feitelijk
[14] niet voor Edel.
[15] __________________________
[16] voor den oorlog leverde
[17] B. duizenden ponden aal
[18] buiten deuren. Heeft bedrijf
[19] in Al’dam. Zou hij volg.
[20] jaar ook mogen hebben doch.
[21] Heeft echter alles in Ordr.
[22] gebracht en daarom toch
[23] niet onjuist, dat hij thans ook
[24] v. Comm. mag blijven ontvangen.
[25] Komt alles ten goede aan A’dam
[26] __________________________
[27] | sprot, bliek, s’winters
[28] | I. L - verkoop 1,15. kost 1,25
[29] | verlies ik meer Het document is een zakelijke of administratieve aantekening over de herkomst en handel van levensmiddelen. De tekst is verdeeld in drie secties:
1. Boterhandel: De schrijver specificeert de hoeveelheden boter (150 pond via Edelenbosch, 1000 pond eigen voorraad). Er is sprake van leveringen door ene F. Moerces uit Amsterdam. Er wordt verwezen naar een brief van de "N.V.E." (mogelijk een afkorting voor een distributie-instantie of een veeverzekeringsmaatschappij).
2. Vis (Aal): De tweede sectie bespreekt de handel in aal (paling). Hier wordt gerefereerd aan de situatie van "vóór de oorlog". Er is een discussie over het al dan niet mogen ontvangen van goederen in commissie ("v. Comm."). De schrijver concludeert dat omdat de handelaar (mogelijk "B.") zijn zaken op orde heeft gebracht ("alles in Ordr."), het gerechtvaardigd is dat hij blijft leveren aan Amsterdam.
3. Wintervis: Onderaan staat een korte berekening over sprot en bliek. De schrijver merkt op dat de inkoopprijs (1,25) hoger ligt dan de verkoopprijs (1,15), wat resulteert in een verlies. Gezien de terminologie ("in Comm. gehad", "voor den oorlog", "alles in Ordr. gebracht") en de schaarste die uit de prijsberekening spreekt, stamt dit document waarschijnlijk uit de periode van de Nederlandse distributie (de jaren '40). In deze tijd was de handel in vetten (boter) en vis streng gereguleerd door de overheid om zwarte handel te voorkomen. De notitie lijkt geschreven door een inspecteur, een tussenpersoon in de distributieketen, of een handelaar die verantwoording aflegt over de toegewezen quota en de logistieke lijnen tussen Enkhuizen en Amsterdam.