Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 2 juni 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven: Wapen van Amsterdam]
No. 46a/88/15c M. 1943 7/6. [Handschrift over stempel]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon: 43130, 43321
Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden.
Afd. L.M. No. 313 Bijlagen: Uw brief: Datum: 2 Juni 1943.
Onderwerp:
Vischverkoop Buter.
[Handgeschreven aantekeningen in de kantlijn, o.a.: "In dupl.", "Secr.", en onleesbare initialen]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 13 Mei 1943, No. 46a/88/5b M. deel ik U mede, Uw voorstel inzake de regeling voor den verkoop van visch door Buter goed te keuren. In verband met het telefonisch onderhoud dat de heer Sieburg gehad heeft met den Directeur der Visscherij Centrale, bericht ik U, dat ook Bergen en Bambergen op dezelfde wijze als verleden jaar hun visch mogen aanvoeren, doch dat zij deze op de markten moeten verkoopen.
* GM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen.
[Handtekening: P. Steur]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
20826 10-42-5000 Het document is een officiële administratieve mededeling van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de bezettingsjaren. De kern van de brief is de goedkeuring van een regeling voor de visverkoop door de firma Buter.
Opvallende elementen:
* Regulering: De brief illustreert hoe strak de voedselvoorziening en distributie ("Levensmiddelen") gereguleerd waren. Specifieke handelaren (Buter, Bergen en Bambergen) kregen individuele toestemming of voorwaarden opgelegd voor hun bedrijfsvoering.
* Handelsbeperking: Terwijl Buter een specifieke regeling krijgt, wordt voor Bergen en Bambergen expliciet vermeld dat zij hun vis enkel via de officiële markten mogen verkopen, wat duidt op een poging van de overheid om de zwarte handel te beperken en de aanvoer te centraliseren.
* Betrokken instanties: De "Visscherij Centrale" was in die tijd het orgaan dat namens de bezetter de volledige controle over de vissector uitoefende. Dit schrijven dateert van juni 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er in Nederland sprake van toenemende schaarste. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze jaren een cruciale en vaak beladen taak.
In Amsterdam was de bestuurlijke structuur door de bezetter aangepast. De wethoudersposten werden in deze periode vaak bezet door NSB-sympathisanten of personen die bereid waren nauw samen te werken met de bezettingsmacht om de openbare orde en voedselvoorziening in stand te houden. De verwijzing naar de "Visscherij Centrale" is tekenend voor de bureaucratische controle die de Duitsers via centrale crisisorganen over de Nederlandse economie hadden uitgerold. De marktmeester en de dienst Marktwezen moesten zorgdragen dat de beperkte hoeveelheid vis op de juiste plek (de markt) terechtkwam tegen de vastgestelde prijzen.