Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 16 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Handgeschreven in rood:] Verzonden 16/2 [Paraaf:] Hmueller
SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
66/3/3/M
16 Februari 1943.
ontheffing huur pakhuis en kantoor Centrale Markt.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de
Treuhänder van de firma Meyer Mok & Co., die tot 31
December a.s. in huur heeft pakhuis H.19 tegen een huur-
prijs van f. 1400.- per jaar en kantoor H.66 in de hal
op de Centrale Markt tegen een huurprijs van f.500.-
per jaar mij heeft verzocht per 1 Maart 1943 van de
huur van genoemde objecten te worden ontheven. Op order
van de Wirtschaftsprüfstelle te Den Haag moet genoemde
firma namelijk gaan sluiten, omdat is gebleken, dat de
zaak geen levensvatbaarheid meer heeft. De Treuhänder,
een Duitscher, zou voor den militairen dienst zijn op-
geroepen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen
bevorderen, dat bij besluit van den Burgemeester de huur
van bovengenoemde objecten met ingang van 1 Maart 1943
wordt ontbonden.
De Directeur, Deze ambtelijke brief vormt een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De kern van de brief is de opzegging van de huur van een pakhuis en kantoor door de firma Meyer Mok & Co.
Opvallend is de zakelijke, bureaucratische toon die een achterliggende tragedie maskeert. De redenen voor de sluiting worden strikt administratief gepresenteerd: de 'Wirtschaftsprüfstelle' heeft de sluiting bevolen wegens gebrek aan "levensvatbaarheid". Daarnaast wordt vermeld dat de 'Treuhänder' (de door de bezetter aangestelde beheerder) is opgeroepen voor militaire dienst, wat vaker voorkwam naarmate de oorlog vorderde en de nood aan manschappen aan het front toenam. Dit document is een direct bewijs van de "arisering" en liquidatie van Joodse bedrijven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Meyer Mok & Co." duidt op een Joodse eigenaar.
- Treuhänder: Joodse ondernemers werden vanaf 1940 stapsgewijs uit hun bedrijven gezet. Er werd een 'Treuhänder' (bewindvoerder) aangesteld door de 'Omnia-Treuhandgesellschaft'. Deze had de taak om het bedrijf ofwel te verkopen aan een niet-Joodse eigenaar ("arisering"), ofwel te liquideren.
- Wirtschaftsprüfstelle: Dit was een instantie onder het Rijkscommissariaat die toezicht hield op de economie en een cruciale rol speelde bij de systematische diefstal van Joods vermogen. Als een bedrijf niet direct nuttig was voor de Duitse oorlogseconomie, werd het vaak geliquideerd onder het voorwendsel van gebrekkige "levensvatbaarheid".
- Tijdsgeest: Februari 1943 was een periode van hevige deportaties. Terwijl Joodse burgers werden weggevoerd naar kampen, hield de ambtelijke molen zich bezig met de afwikkeling van hun achtergelaten bezittingen en huurcontracten, zoals hier op de Centrale Markt in Amsterdam.