Brief (doorslag)
Origineel
Brief (doorslag) 23 december 1943 Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke instantie of departement, gezien de verwijzing naar de Gemeenteraad en de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken) No. 60/9/1 M. 1943 27/12 [stempel]
Markt [handgeschreven]
23 December 1943.
L.N.
614 -1943-
Spoorwegverbinding met Centr. Markt enz.
[handgeschreven paraaf en tekst: "niet D... Th Müller 27/12"]
In antwoord op Uw schrijven d.d. 12 Augustus j.l. C.D.3 No. 45725 betreffende de spoorverbindingen te Amsterdam naar de Gemeentewasscherij, de Westergasfabriek en de Centrale Markt, heb ik de eer U mede te deelen, dat er mijnerzijds geen bezwaar bestaat met U een nieuwe overeenkomst aan te gaan, nagenoeg overeenkomstig het mij gezonden ontwerp.
Op enkele punten wensch ik evenwel Uw aandacht te vestigen.
In art.1 wordt verwezen naar de overgelegde concept-teekening I. Ik meen er evenwel Uw aandacht op te moeten vestigen, dat op die teekening het onderscheid tusschen "bruin" en "rood", waarnaar verwezen wordt, zoo gering is, dat dit niet - of nauwelijks - zichtbaar is; het verdient aanbeveling op de bij de definitieve overeenkomst behoorende teekening sterker contrasteerende kleuren te kiezen.
Art. 10, sub VIII. Ik geef U in overweging het daarin bepaalde als volgt te lezen:
"Een wagen, welke aan het station Amsterdam-Rietlanden met bestemming voor de Westergasfabriek is aangevoerd, doch waarvan de terbeschikkingstelling op de spoorverbinding wegens plaatsgebrek aldaar niet mogelijk is, wordt na gepleegd overleg met het hoofdkantoor van het Gemeente-energiebedrijf naar de Zuidergasfabriek gezonden".
Ter toelichting merk ik U op, dat de gelegenheid om wagens op de sporen der Westergasfabriek aan te voeren, zeer beperkt is. Ten einde niet in onnoodig staangeld te vervallen, is reeds sinds langen tijd met den stationschef van de Rietlanden overeengekomen, dat deze de Directie der Westergasfabriek waarschuwt, zoodra wagens, voor deze fabriek bestemd, aankomen. Wanneer de directie van genoemde fabriek verneemt, dat meer wagens voor de fabriek zijn bestemd, dan aldaar kunnen worden geplaatst, stelt zij zich in verbinding met het hoofdkantoor, van waaruit dan met den stationschef de verzending van de overschietende wagens naar de Zuidergasfabriek wordt geregeld.
Art. 11, sub VI. In dit artikel is achter de woorden: "waarbij een gedeelte van 1000 kg" blijkbaar uitgevallen: "voor 1000 kg".
Indien U zich met het vorenstaande vereenigen kunt, zie ik gaarne Uw desbetreffend bericht tegemoet.
Na ontvangst van dit bericht, ligt het in mijn voornemen, ter waarneming van de taak van den Gemeenteraad, een besluit te nemen tot het aangaan van de bedoelde overeenkomst, waarna den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken de
de Directie der Nederlandsche
Spoorwegen,
te
U_T_R_E_C_H_T. Deze brief vormt een reactie op een voorstel van de Nederlandse Spoorwegen (NS) betreffende spoorverbindingen naar diverse Amsterdamse gemeentelijke instellingen: de Gemeentewasscherij, de Westergasfabriek en de Centrale Markt. De afzender gaat in principe akkoord met het ontwerp voor een nieuwe overeenkomst, maar voert drie concrete correcties of suggesties aan:
- Visuele duidelijkheid (Art. 1): Een klacht over de onduidelijkheid van de kleuren (bruin versus rood) op de bijgevoegde technische tekening, met het verzoek om in de definitieve versie meer contrasterende kleuren te gebruiken.
- Logistiek proces (Art. 10): Een herformulering van de procedure wanneer er bij de Westergasfabriek onvoldoende ruimte is om spoorwagens te lossen. Er wordt voorgesteld om deze wagens in overleg met het Gemeente-energiebedrijf naar de Zuidergasfabriek te dirigeren om onnodige kosten (staangeld) te vermijden.
- Tekstuele correctie (Art. 11): Een aanwijzing van een kennelijke omissie in de tekst van het contractvoorstel.
De brief eindigt met de mededeling dat na akkoord van de NS, de afzender (vermoedelijk de waarnemend burgemeester of een gemachtigde functionaris) formeel zal besluiten de overeenkomst aan te gaan, waarna de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken zal worden ingelicht. Het document is gedateerd op 23 december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van de bezetting is cruciaal voor het begrijpen van de formele toon en de genoemde instanties:
- Bestuursstructuur: In 1941 waren de gemeenteraden door de bezetter ontbonden. De brief vermeldt dan ook "ter waarneming van de taak van den Gemeenteraad", wat duidt op de autoritaire bestuursstructuur waarbij de burgemeester (vaak een NSB'er) de bevoegdheden van de raad uitoefende onder toezicht van de Secretaris-Generaal van Binnenlandse Zaken (destijds de pro-Duitse Frederiks).
- Infrastructuur en Logistiek: Ondanks de oorlog gingen de dagelijkse werkzaamheden en het beheer van vitale infrastructuur door. De Westergasfabriek en de Zuidergasfabriek waren essentieel voor de energievoorziening van Amsterdam. Spoorverbindingen waren de levensader voor de aanvoer van kolen en goederen.
- Efficiëntie onder druk: De focus op het vermijden van "onnoodig staangeld" en het efficiënt omleiden van wagens wijst op de schaarste aan middelen en de noodzaak om het transportnetwerk zo soepel mogelijk te laten functioneren onder moeilijke oorlogsomstandigheden. De "Rietlanden" was destijds een belangrijk rangeerterrein in Amsterdam-Oost.