Handgeschreven notitie / intern advies.
Origineel
Handgeschreven notitie / intern advies. Omstreeks 1931 (gebaseerd op tekstuele verwijzing). 3.
Vredehof zou ook moeten ophoogen
Zelfde moeilijkheden als gelden voor
aanleg Westerbegraafplaats.
Ten slotte : grond in '28 verkocht
aan Vredehof voor f 1.00 per m2. De
koopprijs bedraagt nu 1931
f 0.47 per m2.
~~Zou~~ Aan te nemen dat gezien
aard bedrijf Vredehof thans weinig
meer zal willen bieden.
Verkoop zou beteekenen cadeau
aan de N.V. (parkwaarde indien
winstobject) van f 7.50 minstens
f 7.50 per m2 of rond f 20.000,-- voor a
en rond f 120.000,-- voor b.
Voor uitbreidings terrein markt
en alle ander industrieel doel hebben
terreinen groote waarde. Verkoop van
Begraafplaats niet te verantwoorden.
[In de linker marge:]
?
16000
27000
6750
160000
40 De auteur van deze notitie adviseert tegen de verkoop van gronden die eigendom zijn van of bestemd zijn voor begraafplaats Vredehof. De belangrijkste argumenten zijn:
- Fysieke gesteldheid: Net als bij de Westerbegraafplaats moet het terrein opgehoogd worden, wat een kostbare operatie is.
- Prijsontwikkeling: Er wordt geconstateerd dat de grondprijs drastisch is gedaald van f 1,00 per m² in 1928 naar f 0,47 in 1931. De auteur verwacht niet dat de exploitant (Vredehof) momenteel veel meer zal willen bieden.
- Potentiële waarde: Er wordt gewaarschuwd dat verkoop aan een private partij (de N.V.) een "cadeau" zou zijn. De werkelijke waarde bij een commerciële of industriële herbestemming ("winstobject") wordt geschat op f 7,50 per m², wat voor bepaalde kavels (aangeduid als 'a' en 'b') zou neerkomen op bedragen van f 20.000 tot f 120.000.
- Strategisch belang: De grond wordt als te waardevol beschouwd voor de uitbreiding van een markt of voor industriële doeleinden om deze nu weg te doen als begraafplaatsgrond. De eindconclusie is dan ook dat verkoop "niet te verantwoorden" is. Het document dateert uit 1931, een periode van diepe economische crisis (de Grote Depressie). Dit verklaart de opmerking over de gedaalde grondprijzen. In Rotterdam werd de Westerbegraafplaats in de jaren '20 aangelegd op opgehoogde poldergrond; de vergelijking met Vredehof (een private begraafplaats in Rotterdam-Crooswijk/Prins Alexander) is daarom logisch. De notitie illustreert de voortdurende afweging van gemeenten tussen de behoefte aan begraafplaatsen en de noodzaak voor industriële en commerciële stadsuitbreiding.
Samenvatting
De auteur van deze notitie adviseert tegen de verkoop van gronden die eigendom zijn van of bestemd zijn voor begraafplaats Vredehof. De belangrijkste argumenten zijn:
- Fysieke gesteldheid: Net als bij de Westerbegraafplaats moet het terrein opgehoogd worden, wat een kostbare operatie is.
- Prijsontwikkeling: Er wordt geconstateerd dat de grondprijs drastisch is gedaald van f 1,00 per m² in 1928 naar f 0,47 in 1931. De auteur verwacht niet dat de exploitant (Vredehof) momenteel veel meer zal willen bieden.
- Potentiële waarde: Er wordt gewaarschuwd dat verkoop aan een private partij (de N.V.) een "cadeau" zou zijn. De werkelijke waarde bij een commerciële of industriële herbestemming ("winstobject") wordt geschat op f 7,50 per m², wat voor bepaalde kavels (aangeduid als 'a' en 'b') zou neerkomen op bedragen van f 20.000 tot f 120.000.
- Strategisch belang: De grond wordt als te waardevol beschouwd voor de uitbreiding van een markt of voor industriële doeleinden om deze nu weg te doen als begraafplaatsgrond. De eindconclusie is dan ook dat verkoop "niet te verantwoorden" is.
Historische Context
Het document dateert uit 1931, een periode van diepe economische crisis (de Grote Depressie). Dit verklaart de opmerking over de gedaalde grondprijzen. In Rotterdam werd de Westerbegraafplaats in de jaren '20 aangelegd op opgehoogde poldergrond; de vergelijking met Vredehof (een private begraafplaats in Rotterdam-Crooswijk/Prins Alexander) is daarom logisch. De notitie illustreert de voortdurende afweging van gemeenten tussen de behoefte aan begraafplaatsen en de noodzaak voor industriële en commerciële stadsuitbreiding.