Archiefdocument
Origineel
Woensdag 21 juli 1943. Een markttoezichthouder/beambte (naam niet vermeld op deze pagina). Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen Alhier. no 76/14/2 M 1943 W.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
Op Woensdag 21 Juli werd door mij de opgestelde file voor de aankoop van visch in 3 groepen verdeeld. Een persoon genaamd H.J. Geevers, had onrechtmatig een plaats ingenomen in de door mij na loting aangewezen groep van het publiek, die voor visch in aanmerking zou komen. Geevers voornoemd bezette n.m. vóór de loting een plaats in de door loting voor visch afgewezen groep van het publiek. Ik maakte Geevers er op attent, dat hij geen recht had op visch en heb hem gelast zich te verwijderen, waaraan hij niet voldeed. Toen ik hem met zachte drang trachtte te verwijderen, pakte hij mij vast, en voegde mij toe: "Als je aan mijn lijf komt, zal ik je een stoot in je strot geven." Voor deze handelwijze heb ik hem verbaliseerd.
Wat het rapport betreft meld ik het volgende:
Spaargaren kreeg op genoemde datum 40 pnd brasem toegewezen. Deze visch was moeilijk per 2 pond te verkoopen, omdat hun gewicht nog al uiteen liep. Het publiek kreeg dan ook 3 tot 3 ½ pond toegewezen, na gelang de visch zwaar was. Dat er maar 16 pond visch zou zijn verkocht is belachelijk. Spaargaren en ook van Schaik – 40 pond nl: voor – hebben onder mijn toezicht hun toewijzing verkocht. De hun toegestane portie, zijnde 4 pond, hebben zij er afgenomen. Dat zij hun portie eventueel bij een klant brengen is door mij niet te controleren.
En nu wat de verkoop van de visch betreft:
De spiering kost 4 pond voor 84 cent. Om het vlug af te werken of te wreken vond er 4 pond + 2 ons gegeven voor f 1.-.
Dit geld ook voor de schol, deze kost 89 ct de 2 pond plus ruim een ons is f 1.-. Schar was ruim 3 pond voor f 1.- verkocht. Dat het publiek tekort zou worden gedaan is ook onjuist. Ik veronderstel, als het was zooals Geevers het voorgeeft, dat er dan al eerder klachten gekomen zouden zijn. Eenige personen uit het publiek waarschuwde mij reeds, dat Geevers handtekeningen verzamelde om mij een hak te zetten. Dat hij dit inderdaad tracht te doen, komt in zijn schrijven wel tot uiting. Dat Geevers alles behalve netjes handelt blijkt wel, dat, wanneer hij in mijn nabijheid is, hij mij * Vorm: Het betreft een handgeschreven ambtelijk rapport op gelinieerd papier. Het handschrift is een vlot, hellend cursief dat typisch is voor het midden van de 20e eeuw.
* Inhoud: De tekst is een verweerschrift van een marktbeambte. Het eerste deel beschrijft een fysieke confrontatie met de heer Geevers, die weigerde een geweigerde groep te verlaten na een loting voor vis. Het tweede deel is een technische verantwoording over de distributie van specifieke vissoorten (brasem, spiering, schol en schar) aan handelaren (Spaargaren en Van Schaik) en het publiek.
* Toon: De toon is defensief en formeel, maar doorspekt met persoonlijke irritatie over de beschuldigingen van Geevers. De beambte gebruikt termen als "belachelijk" en "een hak te zetten" om de beweringen van de tegenpartij te diskwalificeren. Dit document stamt uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste en was voedseldistributie strikt gereguleerd. Visch was een van de weinige eiwitbronnen die soms buiten het bonstelsel, maar wel onder scherp toezicht, verkocht werd.
De "loting" waarover gesproken wordt, was een methode om de enorme rijen ("files") bij de viskraam eerlijk te beheren: niet iedereen in de rij kon bediend worden vanwege de beperkte aanvoer. De genoemde prijzen en gewichten (in guldens en ponden) laten zien hoe nauwgezet de beambte de verkoop moest afronden om beschuldigingen van zwarte handel of prijsopdrijving te voorkomen. Het document illustreert de sociale spanningen en de achterdocht die de voedselnood met zich meebracht in de bezettingstijd.